Natuur tussen sloop en bloei
Op 22 april 2026 ging de Plantenwerkgroep op excursie naar de Thijssetuin en naar het Paadje van Wim.
Op deze pagina lees je een verslag van Brenda Bosma van IVN landelijk.
Lees ook het verslag van Wim Loning.
—

Op woensdag 22 april besloten mijn vriend en ik ons dagje Texel te combineren met een plantenexcursie van IVN Texel. En zo werd het een extra natuurrijke dag.
Het startpunt was een parkeerterrein naast een bouwterrein met een grote afvalcontainer aan de Keesomlaan. Dit kan toch niet kloppen? dacht ik nog. Maar jawel. Onder leiding van Wim en zijn Nieteke kregen we hier eerst een korte, levendige introductie over Jac. P. Thijsse. Hoewel geboren in Maastricht en later verbonden aan Amsterdam en Bloemendaal, was hij een echte Texelaar vanwege zijn inzet voor de natuur op het eiland.
Nieteke vertelt bevlogen over Thijsse terwijl ze naast een levensgroot kartonnen portret staat die ons vriendelijk toelacht en later verdwijnt in de kofferbak. Er wordt verteld over zijn beroemde Verkade-albums (ja, gesponsord door Verkade), zijn liefde voor de inheemse natuur en ook zijn minder praktische kant: zo kocht hij ooit impulsief en zonder het zich te kunnen veroorloven een kar vol narcisbollen, tot lichte wanhoop van zijn vrouw. Tegenwoordig zou dat misschien voelen als thuiskomen met een kar vol smartphones. Opvallend detail: tijdens de excursie blijven die van iedereen in de broekzak. Niemand grijpt naar determineer-apps; we luisteren allemaal naar gids Wim.
Na deze introductie lopen we naar een verborgen stukje heemtuin achter het bouwproject. Hier vertelt Wim over bekende soorten als daslook, lente- en zomerklokjes, bosanemoontjes en aronskelken, maar ook over minder voor de hand liggende varianten zoals de Italiaanse aronskelk (herkenbaar aan het glanzende blad) en hardnekkige ui-achtige planten die je nauwelijks weg krijgt, “maar ze zijn zo ingenieus gebouwd”. Ik ben de naam ervan vergeten, maar de bijzondere vorm zal me bijblijven. Ik noem ze maar honden ballenwerpers.
Een deel van de tuin had lange tijd onder water gestaan, maar toch groeide er verrassend veel. Tegelijk hing er iets weemoedigs: deze plek zal verdwijnen. Wim is al bezig om zoveel mogelijk planten veilig te stellen, redden wat er te redden valt. Mijn oog valt op een reusachtig blad, bijna buitenaards van formaat: Japans hoefblad, met bladeren die richting een meter doorsnee gaan.
Op naar de volgende plek. Onderweg fietsen we langs het monument van glas en staal dat Jan Wolkers als eerbetoon aan Thijsse heeft gemaakt in een grote vijver aan de Elemert. Het schittert in het licht. Even later staan we aan de ingang van het Meester Van Loonpad, vernoemd naar initiatiefnemer Wim, die zich hier jarenlang voor heeft ingezet en vlakbij woont. Ook hier een prachtige heemtuin waar de geest van Thijsse voelbaar is. We zien onder andere gevlekte dovenetel, ossentong, munt, parelgras en kervel, en nog veel meer.
De groep luistert aandachtig naar Wims verhalen terwijl we langzaam verder het pad op schuifelen. Een van de hoogtepunten was het zogenaamde “graf van de reus”, een composthoop die zorgt voor luchtige, vruchtbare compost. Een mooi voorbeeld van hoe verval juist leven mogelijk maakt. Na afloop wachtten Lydia en Nieteke ons op met een traktatie: zelfgemaakte pesto van daslook op toastjes. Die valt bijzonder in de smaak; meerdere mensen proberen meteen het recept te ontfutselen. Geen pijnboompitten, maar walnoten!
Sommigen vertrekken en anderen gaan in op Wims uitnodiging zijn eigen tuin vlakbij nog te bekijken. Zodra we binnenstappen, horen we geplons: kikkers die de vijver in duiken. Het gras voelt veerkrachtig aan, het blijkt een tapijt van zacht mos. De salamanders en kikkers laten zich helaas niet zien; ze hadden zich goed verstopt tussen de dotterbloemen en andere waterplanten.
Bij het afscheid laat Wim nog een eenvoudig maar slim hulpmiddel zien: een doorgezaagde colafles, als een soort val. Hij was benieuwd of en hoeveel salamanders er in zijn vijver zaten. Met een stukje zalm in de fles en ondergedompeld in de vijver zag hij er soms wel tien salamanders tegelijk in zitten, die hij daarna uiteraard meteen weer vrijliet. De conclusie: met de amfibieën in zijn tuin zit het wel goed. Op weg terug naar onze fietsen kwamen we opnieuw langs een afvalcontainer waar allerhande curiosa bij lag. “Zoveel moois, neem het vooral mee voordat het weg is hoor,” zegt Wim. En zo bleef er, naast alle opgedane kennis, ook een vleugje weemoed hangen. Maar tegelijk de geruststelling: in de handen van mensen als Wim bloeit de heemtuin, op welke plek dan ook, gewoon verder.
Brenda Bosma, IVN