Diaconievene, waar de natuur altijd verrast.
Diaconievene, waar de natuur altijd verrast.
Het weer was pico bello, het aantal natuurvorsers was optimaal, Henk Hartman stond te popelen onze (povere?) kennis omtrent amfibieën en reptielen op te krikken. We zouden vast en zeker op bepaalde hotspots iets kunnen zien van de vaak verborgen dieren die we zochten. Kortom, alle voorwaarden waren in de plus. Dat moest toch lukken? Appeltje-eitje. Toch bleek de natuur ons te slim af te zijn. Op de plek waar vast en zeker groene kikkers zaten, waren ze niet. Een paar meter verderop, ja daar zagen we er enkele zich gehaast verstoppen voor al die zoekende ogen. Mooie opsteker, dat wel!
Monter liepen we verder. Het gebied is zo ontzettend mooi. We hoorden en zagen tjiftjaf, grasmus, zwartkop en mezen. De lucht was vol vogelzang. Intussen kwamen we bij een waterplas, de pingo ruïne, waar Henk al iets over had verteld. Overblijfsel uit de ijstijd, waar het als ijsheuvel was ontstaan (pingo: inuktitut -taal van de Inuït- voor kleine heuvel ) en nadat het ijs smolt veranderde in een plas water. Deze pingo is omzoomd door een bomenwal en is afhankelijk van regenwater.
Rondom deze plas loopt een mooi kronkelend wandelpad. Wij liepen dit pad af en ontdekten onderweg nieuwsgierige doorkijkjes naar het water. Een statige Canadese gans dreef langs, en twee duikende eendjes verdwenen onder water…die waarschijnlijk op een plek uit het zicht weer omhoogkwamen, want ze bleven verborgen voor onze ogen.
Terwijl we naar het water keken, zag Henk intussen al libellen vliegen. Een opvallende parelmoerlibel ging er eens goed voor zitten en werd door menigeen gezien. Heel speciaal was de vuurjuffer die we zagen in haar laatste metamorfose stadium: het uitsluipen. Het leek een onooglijk pluisje aan een takje heide, maar het scherpe oog van Henk zag deze verrassing van de natuur. Jan, de libellenkenner bij uitstek, herkende er – nu al- een vuurjuffer in (wat weten die mannen toch veel). Wat een mooie waarneming!
Even verderop vertelde Henk over de zwarte specht die hij hier had gezien. Er leven in dit gebied wel grote bonte spechten (ook de kleine en de middelste), maar een zwarte specht zie je niet zo vaak.
Zo liepen we al kijkend en zoekend rondom de plas. We werden gewezen op een plek waar vast levendbarende hagedissen zouden zitten. Een groot uitgevallen kuil, in het zonnetje, naast het pad. We gingen maar niet kijken want we zouden ze ongetwijfeld verstoren. Een voorstel van Henk om nog even te kijken bij de Catspoele, aan de andere kant van de weg was dan ook welkom. Op de houten omheining van de vlonder zaten ze nl. vaak.
Intussen had Jan nog het een en ander in petto. Uit de rugzak kwamen verhelderende overzichtskaarten, die het verschil aangaven tussen een aantal kikkersoorten. En een (leeg) kuipje margarine bevatte de huid van een adder. Heel bijzonder om te zien! We kregen het één en ander te horen over de ringslang, adder en gladde slang. Ringslangen zouden zomaar hier in het water kunnen zwemmen, maar mogelijk was het daar nog te vroeg voor. Henk wees nog op een stukje heide waar ongetwijfeld slangen zitten. Het is altijd een gelukstreffer wanneer je er eentje kunt zien. Dat geeft aan hoe moeilijk het is reptielen waar te nemen. Moedig om dan toch een excursie te organiseren.
Inmiddels aangekomen bij de Catspoele werden we verzocht stilletjes te zijn, want wie weet zagen we de levendbarende hagedis toch nog in het zonnetje zitten. Jammer genoeg waren ze er niet. Maar in de natuur zijn altijd weer andere, opmerkelijke dingen te zien. In het water naast de vlonder bleken vele poelkikkers te zitten. Een vrij zeldzame soort, die het hier ‘goed doet’. En daar, vlak bij de vlonder was een nest van dodaars zichtbaar tussen het riet. Zo dicht bij deze uitkijkpost doet vermoeden dat dodaars inmiddels gewend raken aan mensen.
Als toetje konden we genieten van een gerande oeverspin, die zijn best deed zo stil mogelijk te poseren voor de kijkgrage camera’s.
Al met al is het een verrassende excursie geworden. Een beetje anders wellicht, maar om met de Stones te spreken: “You can’t always get what you want’.
Het was het absoluut waard.
Jet Hofstra
