Overig
Nieuwjaarswandeling in de mist
Een twintigtal IVN-leden schrok zondag 18 januari niet terug voor de kou en de mist die hen vergezelden op de Nieuwjaarswandeling van IVN Midden-Drenthe. De deelnemers verzamelden zich om twee uur in De Veldhoeve, het Natuur- en Studiecentrum van het IVN in Orvelte, waar we te gast waren. Namens het bestuur heette Harrie iedereen hartelijk welkom. Daarna nam Herman het gezelschap mee voor een wandeling van ongeveer een uur door de omgeving.
Terug in de tijd
Herman weet veel van de omgeving, maar hield de uitleg beperkt omdat de kou bij te lang stilstaan zich deed voelen. Al wandelend gingen we terug in de tijd, zo rond 1840. “De biodiversiteit was toen in Nederland op zijn hoogst,” vertelde Herman. Dat kwam door menselijke activiteit. Na de eeuwwisseling, door de uitvinding van kunstmest, liep de biodiversiteit weer terug. In en rondom Orvelte zijn in het landschap nog sporen te vinden van hoe het bijna tweehonderd jaar geleden was.
De eerste stop is al na zo’n honderd meter, waar goed het hoogteverschil te zien is tussen de hoger gelegen es aan de ene kant en het lager gelegen, minder vruchtbare, drassige veen aan de andere kant. Daar werden schapen gehouden. Om die uit de gewassen op de es te weren, werden houtwallen aangelegd. Die zagen er toen wel anders uit. Er werden bijvoorbeeld veel meidoorns gebruikt vanwege de stekelige takken. Van die meidoorns is weinig over. Zonder onderhoud gaan de meidoorns dood en groeien de eiken uit tot machtige bomen.
Twee beken
Net voor Orvelte staan we stil bij een beekje. Orvelte is door twee beken omgeven, vertelt Herman. Deze heeft geen naam, de ander staat bekend als de Orvelter Stroom. De twee beken verschillen in ‘karakter.’ Het beekje waar we halt bij hebben gehouden, komt uit het veen en creëert een zure omgeving. De Orvelter Stroom is rijker aan mineralen. Orchideeën doen het daar bijvoorbeeld goed op. Ook hier geldt, vanwege de kou, niet te lang stilstaan. Toch stoppen we ook even op de brink waar Herman vertelt over de schaapskooi en het potstalsysteem, waarbij de stal werd gevuld met afgeplagde hei. Dat afplaggen kwam de biodiversiteit ten goede.
Even staan we nog stil bij de IJzertijdboerderij, een replica die een goed beeld geeft van hoe de mensen in die tijd zichzelf tegen de elementen beschermden. “Zullen we doorgaan?’’, zegt Herman. “De soep lonkt.’’
Na de weg te zijn overgestoken komen we door een bosje terug bij de Veldhoeve. Daar heeft Harrie tijdens onze afwezigheid trouw in de door Anja gemaakte erwten- en mosterdsoep geroerd, waarvan met smaak wordt gegeten.