IVN Oss
Natuur in de Buurt
woensdag16mrt2022

Weidevogelvrijwilligers, ANV ‘d’n Beerse Overlaet’ en IVN Oss heten de weidevogels welkom

Op 15 maart heten de weidevogelvrijwilligers, Agrarische Natuur Vereniging (ANV) ‘d'n Beerse Overlaet’ en IVN Oss gezamenlijk de weidevogels welkom in de polders rond Oss. Met het plaatsen van een bord op die dag vragen deze partijen aandacht voor de start van het broedseizoen en de werkzaamheden die deze partijen al jaren doen om het gebied geschikt te houden voor die weidevogels. Begin maart arriveerde de eerste grutto’s, wulpen en kievieten in de Lithse Polder. Het moment om ook te starten met de activiteiten voor het beschermen van deze weidevogels. Zowel de vrijwilligers als de betrokken boeren zijn er klaar voor.

Lithse polder, grootste en beste plek van Brabant voor weidevogels
Zoals de meeste mensen wel weten gaat het in Nederland slecht met de weidevogels en is de achteruitgang nog niet gestopt. Maar in de polders rond Oss zijn de ontwikkelingen hoopvol. Gemiddeld in Nederland brengen bijvoorbeeld grutto’s te weinig jongen groot om de sterfte op te vangen. Waar weidevogelbescherming plaats vindt, gaat het beter. Vooral in de zogenaamde ‘plas-drasgebieden’ zijn de kansen voor de grutto veel groter. Daar worden wel voldoende jongen groot gebracht. Uit onderzoek van Brabants Landschap is gebleken dat de plas-dras gebieden meer kritische soorten (slobeend, zomertaling, watersnip, tureluur, wulp, grutto) aantrekken, maar ook dat de broedresultaten beter zijn. In het rapport van Brabants Landschap: ‘Agrarisch natuur- en landschapsbeheer in Noord-Brabant: Analyse monitoring boerenlandvogels in werkgebieden’ wordt het volgende geconcludeerd:

‘De meeste weidevogelnesten zijn vastgelegd in beheereenheden met een pakket met een ruime rustperiode, waarop geen bewerkingen plaatsvinden. Hierdoor hebben weidevogels de tijd om hun hele voortplantingscyclus te doorlopen, van de eileg tot aan het succesvol vliegvlug worden van de jongen. Bij een pakket met een ruime rustperiode spelen ongunstige weersomstandigheden vroeg in het seizoen, met een late start van het broedseizoen tot gevolg, een minder grote rol. Ook kunnen er nog vervolglegsels worden gestart en succesvol worden afgerond, mocht een eerste broedpoging zijn mislukt. Vooral voor soorten als Grutto en Wulp, met een te lage reproductie om stabiele populaties in stand te houden, is het van belang dat de rustperiode voldoende lang is’.

Uit het rapport blijkt ook dat er in verschillende jaren wel voldoende jongen vliegvlug worden om de populatie te laten groeien, maar over een reeks van jaren is het nog te laag. Vooral de drie droge jaren 2018, 2019 en 2020 hebben erin gehakt. De vrijwilligers en de boeren maken de omstandigheden de laatste jaren nog beter door zogenaamde vossenrasters te plaatsen, waardoor er minder nesten verloren gaan door vossen.

Iedereen is weer klaar voor een nieuw seizoen met hopelijk een goed weidevogelresultaat. Aan de inzet van alle betrokkenen zal het niet liggen.

Meer over (weide)vogels in de polders rond Oss