IVN Oss
Vogels
donderdag08apr2021

Ooievaars en baby’s

Ouderen onder ons zullen zich nog wel het verhaal herinneren dat in hun jeugd de ooievaars de baby’s brachten. Over zwangerschap en bevalling sprak men niet met kinderen. En je zag toen overal volop ooievaars, dus dat zou best kunnen, dacht je toen. Hoe dat dan in de winter ging, werd niet duidelijk want in die tijd trokken alle ooievaars naar Spanje en Afrika om onze winters te ontlopen. Op menig geboortekaartje prijkt die ooievaar nog steeds en soms vliegt er een bij iemand als het ware naar binnen.

In 1970 nog maar 10 broedparen in Nederland!
In heel Europa waren er volop ooievaars en ze hebben bij mensen altijd een soort beschermde status gehad. Ze broeden van oudsher altijd in de directe omgeving van mensen en heel vaak zelfs op daken, schoorstenen of op een stok met een karrenwiel op het erf. In 1910 waren er in Nederland ongeveer 500 broedparen. In de 70’erjaren waren er nog maar 10 broedparen over. Na de oorlog gingen de aantallen in heel West Europa hard achteruit en wilde je ooievaars zien, dan moest je naar Oost Europa waar ze nog in ieder dorp op de huizen en boerderijen broeden.

Herintroductieprogramma
Om uitsterven in Nederland te voorkomen werd een herintroductieprogramma opgestart.  In Nederland werden broedparen in kooien gezet, zodat ze veilig konden broeden. De jongen konden vrij uit vliegen, maar werden wel bijgevoerd. En deze jongen vlogen in augustus gewoon mee naar het zuiden, dat zat in de genen.
Het eerste ooievaarsstation in Nederland werd in 1969 gestart in Groot Amers: het Liesvelt. Daarna kwamen er nog 12 buitenstations bij. De dichtstbijzijnde voor deze regio is in Rossum. In 2000 werd het fokprogramma langzaam beëindigd en in 2009 formeel afgesloten, want de populatie was sterk genoeg om weer op eigen benen te staan. Nu zijn er in Nederland meer dan 1000 broedparen. Het project was succesvol en de ooievaar is daarom van de Rode Lijst gehaald, een groot succes.

Op de Gevangenentoren in Megen
Jarenlang hebben er bij ons geen ooievaars meer gebroed, de laatste Jaren zijn er gelukkig weer enkele succesvolle  broedparen. De meest bekende is natuurlijk op de Gevangenentoren in Megen. Onder het genot van een kopje koffie op het terras, kun je de ontwikkelingen volgen. Dat juist daar de ooievaars broeden is niet zo vreemd. De uiterwaarden van de Maas zijn daar al jarenlang een natuurgebied. Ooievaars vinden daar gemakkelijk veel van hun voedsel. Ze zijn niet erg kieskeurig: insecten, kikkers, mollen en muizen. Als het zo uitkomt eten ze ook: regenwormen, jonge vogels, aas en afval.

Overwinteren in de Osse polders
Als je door de polders fietst heb je een steeds grotere kans om ooievaars te zien. Vooral de open polders tussen Oss en Den Bosch en de polders tussen Oss en Ravenstein zijn bekende plekken. Groepen van vijf zijn daar geen zeldzaamheid en zelfs groepen tot wel 50 ooievaars worden er soms gespot. Nieuw is dat een groeiend aantal ooievaars niet meer wegtrekken naar het zuiden in augustus of september. Een grote overwinteringsplaats zijn de weiland langs de Macharenseweg. Door de week eten ze bij de vuilnisoverslag op het industrieterrein en komen zo de winter wel door.
De ooievaars verzamelen dus nog wel voor vertrek, maar vertrekken niet meer door voldoende voedselaanbod en zachte winters.
Bij de wintertelling van 2020 werden er liefst 73 ooievaars geteld in de polders rond Oss. Slapen doen ze o.a. in het Ossermeer, waar in de winter van 2019/2020 op een vroege ochtend meer dan 40 slapende ooievaars werden geteld.

Geboortebode
En dan weer even terug naar het begin van dit artikel: ooievaars en baby’s. Zoals blijkt zijn er weer meer ooievaars in onze omgeving en de gemeente Oss wil veel meer woningen bouwen. Is er toch een relatie?

Ooievaars aan de Macharenseweg in Oss - Frank van Dorst