Beleidsstuk Werkplan Veiligheid 1-3-2026
Werkplan veiligheid
Veiligheid doen we samen
versie 0.4 februari 2026
INHOUDSOPGAVE
- Inleiding
- Veiligheid bij IVN de Kempen
- Veiligheid bij excursies
- Veiligheidscontactpersonen
Bijlage 1: Calamiteitenkaart
Bijlage 2: Verzekeringen
Bijlage 3: Tekenbeten/ziekte van Lyme
Bijlage 4: Eikenprocessierups
Bijlage 5: Instructie bij onweer
Bijlage 6: Sociale veiligheid bij IVN
Bijlage 7: Vrijwilligers Risico Inventarisatie en Evaluatie formulieren
1 INLEIDING
IVN staat voor natuurbeleving, educatie en betrokkenheid. Binnen onze vereniging zetten vrijwilligers zich met veel enthousiasme in om jong en oud in contact te brengen met natuur en landschap. Deze activiteiten vinden plaats in uiteenlopende omstandigheden: buiten in het veld, in natuurgebieden, op scholen, in de Natuurtuin of de Groene long en tijdens evenementen.
Het bestuur van IVN de Kempen hecht groot belang aan een veilige en gezonde omgeving voor iedereen die bij onze activiteiten betrokken is. Dit werkplan veiligheid beschrijft hoe wij als vereniging invulling geven aan onze verantwoordelijkheid op het gebied van arbeidsomstandigheden en veiligheid. Het plan biedt handvatten om risico’s te herkennen, te beperken en waar mogelijk te voorkomen.
Het plan richt zich op vooral op fysieke veiligheid; voor sociale veiligheid wordt verwezen naar de IVN brede richtlijn ‘In veilige handen’. De essentie hiervan is opgenomen in bijlage 6. Ook is meer informatie te vinden onder https://www.ivn.nl/over-ivn/veilig-werken-bij-ivn/
Dit plan is een levend document en wordt steeds aangepast aan nieuwe inzichten. Op de website van IVN de Kempen zal altijd de laatste versie te vinden zijn.
Met dit werkplan veiligheid willen wij bijdragen aan een prettige, veilige en verantwoorde omgeving, waarin vrijwilligers en deelnemers met vertrouwen en plezier kunnen deelnemen aan onze activiteiten.
Samen zorgen we voor elkaar én voor de natuur
2 VEILIGHEID BIJ IVN DE KEMPEN
Inleiding
In het kader van de ARBO-wet hebben IVN-afdelingen ‘zorgplicht’. Dit houdt in we zorgen dat begeleiders van activiteitenvoldoende kennis hebben van de risico’s van die activiteiten, en dat de deelnemers goed geïnformeerd worden over wat er gaat gebeuren en welke consequenties dit kan hebben.
De vraag hoever je gaat in de zorgplicht is erg afhankelijk van de aard en omvang van de activiteit.
Iedere organisatie heeft een zorgplicht als het gaat om het organiseren van bijeenkomsten of
evenementen.
Dit stuk gaat uit van de meest voorkomende activiteiten die we als IVN organiseren, met als basis Veiligheid bij excursies (hoofdstuk 3). Hieronder geven we nog een aantal aandachtspunten voor andere werkgroepen/activiteiten. Het is aan de werkgroep-coördinatoren om de specifieke veiligheidsonderwerpen in beeld te brengen en onder de aandacht te brengen.
De bovengrens voor activiteiten ligt ongeveer op 50 deelnemers. Boven dat aantal gelden andere regels, afhankelijk van de activiteit. Een van die regels is bijvoorbeeld dat er een gediplomeerd EHBOer aanwezig moet zijn. Activiteiten met meer dan 50 deelnemers of met risicovolle bezigheden (gebruik van open vuur of machinaal gereedschap) moeten altijd in overleg met de veiligheidscoördinator georganiseerd worden.
Als handig hulpmiddel om risico’s in beeld te brengen maken we gebruik van de zgn VRIE’s: Vrijwilligers Risico Inventarisatie en Evaluatie van de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren, zie https://vbne.nl/vakmanschap-arbo/. De VRIE’s die voor IVN de Kempen van toepassing kunnen zijn vind je in bijlage 6. Hieronder een handreiking voor de selectie:
Voor alle werkgroepen zijn de volgende VRIE’s van toepassing:
- VRIE 58: ziektes en allergieën door dieren
- VRIE 72: excursies leiden
Werkgroepen met kinder- en jeugdactiviteiten
Hieronder vallen de scholenwerkgroepen, Jeugd IVN en Jeugdeducatie Natuurtuin (natuurlijke uitjes). Voor de begeleiders van jeugdactiviteiten geldt dat deze in het bezit moeten zijn van een geldig
VOG en dat gewekt wordt volgens het landelijke plan “In Veilige Handen”, zie hiervoor bijlage 6 over sociale veiligheid.
Voor deelnemers zonder begeleiding dienen altijd de telefoonnummers van de ouders beschikbaar te zijn.
Werkgroep Landschapsbeheer
- VRIE 01: veldhulpverlening
- VRIE 40: vleermuizen beschermen en kasten ophangen
- VRIE 44: Insectenhotel bouwen
- VRIE 50: werken op hoogte
- VRIE 51: werken langs de weg
- VRIE 52: werken op en langs het water
- VRIE 70: activiteiten met onervaren deelnemers
- VRIE 71: activiteiten met kinderen en jongeren
Vogelwerkgroep
- VRIE 43: Nestkasten plaatsen en controleren
Activiteiten in De Wingerd en Natuurtuin ‘t Loo
- Op de deur hangt een calamiteitenkaart met o.a. telefoonnummers.
- De EHBO-materialen in De Wingerd worden jaarlijks gecontroleerd en indien nodig
aangevuld. In principe dienen de pleisters en verbandmiddelen elke twee jaar vervangen te worden. De materialen bevinden zich links onder in de kastenwand.
- De aanwezige brandblusmaterialen worden jaarlijks gecontroleerd.
- Bij calamiteiten met elektriciteit: de hoofdschakelaar zit in de meterkast. Deze is alleen van buitenaf te bereiken via de houten deur aan de voorzijde. Achter deze deur zit nog een deur die te openen is met de reguliere sleutel van de Wingerd.
- Bij ongelukken met de inventaris dient de penningmeester op de hoogte gesteld te worden. Die kan nagaan of dit consequenties heeft voor de verzekering.
Tijdens buitenactiviteiten gelden de in hoofdstuk 3 (Veiligheid bij Excursies) genoemde zaken. Indien er kinderen bij betrokken zijn, geldt ook de inhoud van het hoofdstuk “In Veilige Handen”, zie bijlage 6.
3 VEILIGHEID BIJ EXCURSIES
Inleiding
Als IVN gaan we vaak op excursie, lekker het veld in met andere leden of geïnteresseerden. Het is goed om dan even stil te staan bij de veiligheid van de deelnemers. We hebben een calamiteitenkaart gemaakt die je bij je kunt steken voor als er iets gebeurt, zie bijlage 1. Verder kun je hier onder kijken wat je ter voorbereiding, tijdens en na de excursie kunt doen. Het lijkt veel, maar het is steeds maatwerk omdat elke excursie anders is. Als je wilt sparren over jouw interpretatie van het stuk kan dat met de veiligheidscoördinator van IVN de Kempen, zie hoofdstuk 4.
Voorbereiding
Schat voor aanvang van de excursie in welke mogelijke risico’s zich kunnen voordoen en neem daar maatregelen op.
Ga na waar in afgelegen (natuur)gebieden de dichtstbijzijnde weg of bebouwing is, zodat in noodgevallen de hulpverleners naar een herkenbare locatie kunnen gaan.
Geef relevante informatie van tevoren door aan de deelnemers of aan de samenstellers van de excursieagenda: afstand, tijdsduur, begaanbaarheid van de route en aanwijzingen over kleding en schoeisel.
Organiseer voldoende begeleiding: bij voorkeur ten minste één extra begeleider. Zeker bij een excursie met een grote groep, een fietsexcursie of een wandelexcursie in een afgelegen gebied is een extra begeleider essentieel. Overleg met en instrueer medebegeleiders.
Zorg vooraf voor de benodigde hulpmiddelen:
IVN-Kleding voor de herkenbaarheid
EHBO-set (zie voor de inhoud verderop in dit hoofdstuk)
Calamiteitenkaart
Routekaart van het excursiegebied of app op mobiele telefoon
Kompas bij onoverzichtelijke terreinen, of app op mobiele telefoon
Opgeladen mobiele telefoon met daarin de telefoonnummers van de hulpdiensten en contactpersoon van het bestuur.
Wanneer er in meerdere groepen gewandeld wordt wissel dan vooraf telefoonnummers uit zodat je elkaar indien nodig kunt bereiken. Vergeet hierbij de gastgidsen/docenten niet
Bandenplakspullen (bij fietsexcursies)
Verlichting (bij duisternis)
Routebeschrijving naar startplek excursie (bij carpoolen).
Bandenplakset en fietspomp (bij fietsexcursies)
Inhoud verbandset bij excursies
IVN de Kempen stelt voor ieder die een activiteit begeleid een basisverbandset ter beschikking met als inhoud:
1 assortiment wondpleisters
1 driekante doek (mitella)
1 ideaalzwachtel (5m x 8 cm)
1 rol kleefpleister (2,5 cm)
1 flesje desinfectans
2 wondsnelverbanden 8 x 10 cm
3 steriele gaasjes/compressen 15 x 8
2 paar handschoenen
1 verbandschaar
1 splinterpincet
1 tekenverwijderset
1 gelamineerde calamiteitenkaart
1 isolatiedeken
Tijdens excursie
Stem onderstaande taken af met de medebegeleiders
Tel het aantal deelnemers (voor en na afloop van de excursie).
Als deelnemers met elkaar meerijden met de auto: laat weten dat carpoolen buiten de
verantwoordelijkheid van IVN valt. De bestuurder van de auto is zelf verantwoordelijk voor
een inzittendenverzekering en voor het naleven van de verkeersregels
Instrueer de groep voordat je op pad gaat.
Geef de afstand, tijdsduur en route van de excursie aan.
Geef dat de deelnemers “op eigen risico” meedoen aan de excursie. IVN is niet aansprakelijk.
Wijs op gevaarlijke situaties (zoals verkeerswegen, prikkeldraad, valgevaar, diep water).
Wijs de deelnemers erop dat ze bij elkaar blijven en zich bij de excursieleider afmelden bij eerder
vertrek.
Wijs op het risico van tekenbeten. Zie bijlage “ziekte van Lyme / tekenbeten”.
Wijs op correct gedrag naar de omgeving: respect voor flora, fauna en omstanders.
Zorg dat de groep zoveel mogelijk bij elkaar blijft. Geef vooral de extra begeleider de taak om ervoor
te zorgen dat deelnemers niet achterblijven, afdwalen of ongemerkt een ongeluk krijgen.
Let op de weersomstandigheden. Gladheid, storm en onweer kunnen grote risico’s met zich mee
brengen. Ga bij dreigend onweer niet verder met de activiteit, zie bijlage 6: instructies bij onweer.
Extra voor fietsexcursie
Laat bij voorkeur 1 begeleider voorop en 1 begeleider achteraan rijden. Beiden dragen een fluor
vest. Begeleider beschikt over een fluit waarmee deze voor tegemoetkomend verkeer
waarschuwt
Let erop dat men niet gevaarlijk naast elkaar rijdt op de openbare weg.
Let extra op met het oversteken van wegen (bij voorkeur gezamenlijk).
Repareer bij fietspech op een veilige plek voor de hele groep.
Extra voor autoexcursie
Als er bij een excursie gebruikt wordt gemaakt van auto’s voor het vervoer check dan of voor de auto’s met meerijders een inzittendenverzekering is afgesloten.
Bij een ongeval of onwel worden
Waarschuw bij ernstige situaties het alarmnummer 112.
Zorg dat iemand de hulpverleners kan opvangen en naar de plek van het ongeval kan leiden.
Beslis over voortgang van de wandeling of excursie. Zorg voor een goede begeleiding van zowel
het slachtoffer als van de rest van de groep.
Bij minder ernstige ongevallen
Verleen zo mogelijk en nodig eerste hulp, met behulp van de verbandset.
Regel vervoer van het slachtoffer naar huis of de huisarts. Zorg altijd voor begeleiding.
Bij schade aan derden
Stel een schriftelijke verklaring op met een beschrijving van de toedracht en de omvang van de
schade.
Laat deze verklaring door de betrokken partijen ondertekenen.
Bevoegdheden excursieleider
- Het afbreken van de wandeling of fietstocht op het moment dat er gevaar bestaat voor de
deelnemers
- Afwijken van de route, bijvoorbeeld bij slechte weersomstandigheden
Na de excursie
In geval van een ongeval, bijna-ongeval of schade
- Licht zo snel mogelijk de veiligheidscoördinator van IVN de Kempen in: Piet Peijs 06-21632569, ivndekempen@gmail.com
- Maak een schriftelijk verslag voor het bestuur met informatie over de plaats & datum, betrokken personen, verloop van de gebeurtenis en de schade en/of het letsel.
- Meld ernstige ongevallen altijd bij de Arbeidsinspectie (ISZW 0800-5151) en de veiligheidscoordinator 06-21632569, ivndekempen@gmail.com
Instructie in geval van ernstige ongevallen
Beoordeel de situatie. Denk om je eigen veiligheid, de veiligheid van het slachtoffer en omstanders.
Blijf rustig. Stoor je niet aan de emoties van omstanders. Geef niemand de schuld van wat gebeurd
is.
Verzorg het slachtoffer
Blijf bij het slachtoffer en praat zo mogelijk met hem of haar
Bescherm het slachtoffer tegen de koude of de hete zon (bijvoorbeeld met het aluminium
isolatiedeken uit de verbandset)
Ondersteun het slachtoffer (maar verplaats iemand alleen als het dringend noodzakelijk is).
Vraag of er iemand in de groep een EHBO-diploma of EHBO-ervaring heeft en laat diegene zo
mogelijk de volgende stappen zetten:
Beoordeel het slachtoffer. Vraag het slachtoffer wat er aan de hand is. Stel het slachtoffer gerust.
Beoordeel de vier vitale levensfuncties: (bewustzijn, ademhaling, bloedsomloop)
Is de ademweg vrij?
Ademt iemand normaal?
Hoe is de hartslag?
Hoe is iemands bewustzijn?
Slachtoffer aanroepen met “gaat het “ en voorzichtig aanschudden. Is er geen reactie dan
onmiddellijk beginnen met reanimeren
112 bellen en melden: Ik heb een bewusteloos slachtoffer. (telefoon op de speaker bij het
slachtoffer leggen)
Laat ondertussen een AED halen
Ademhaling controleren: Is er geen ademhaling of geen normale ademhaling: Start onmiddellijk met
reanimatie.
- Ademt iemand wel normaal maar is bewusteloos dan in stabiele zijligging leggen en ademhaling blijven controleren
- Is er sprake van een levensbedreigende bloeding dan gaat dat stelpen vóór reanimatie
Bij brand of in een ernstige situatie kun je 112 bellen. Als je belt, dien je de volgende vragen
te beantwoorden:
Wie wil je spreken: politie, brandweer of ambulance? Vraag in geval van slachtoffers altijd
om de ambulance. Zo nodig worden van daaruit andere hulpverleners ingeschakeld
Waar ben je? (adres, postcode of locatie)
Wat is je naam en op welk telefoonnummer ben je bereikbaar?
Wat is er aan de hand?
Wat is er gebeurd?
Hoeveel slachtoffers zijn er?
Wat mankeert het slachtoffer?
Wat is een mogelijke aanrijdroute?
N.b. Wanneer je in het veld bent weet de brandweer meestal beter je locatie te vinden dan
de ambulancebroeders. Stem dit af zodat een eventuele ambulance tegelijk met de brandweer kan
komen. Zet met de telefoon waarmee gebeld wordt de “locatie aanduiding” aan.
Kan er iemand klaar staan om de ambulance op te vangen en naar de plek te brengen?
Zo mogelijk krijg je door de telefoon aanwijzingen over de verzorging van het slachtoffer tot-
dat de ambulance is gearriveerd.
4 VEILIGHEIDSCONTACTPERSONEN
Het bestuur heeft de eindverantwoordelijkheid voor de inrichting van de Veiligheid van IVN de Kempen. Als veiligheidscoördinator heeft zij benoemd:
Piet Peijs,
06-21632569
bestuurslid1.ivndekempen@gmail.com
Op het gebied van sociale veiligheid heeft de afdeling een vertrouwenscontactpersoon. Dit is:
Hans van Nunen,
06-27443884
BIJLAGE 1: CALAMITEITENKAART
Een exemplaar van de calamiteitenkaart op de volgende pagina dient op elke excursie aanwezig te zijn.
CALAMITEITENKAART IVN DE KEMPEN
Zorg dat een verbanddoos en zo mogelijk EHBO-kennis aanwezig is!
Zorg dat er altijd een opgeladen, mobiele telefoon aanwezig is!
Bij ongeval:
probeer kalm te blijven;
kijk welke kennis aanwezig is;
kijk of iemand handelend kan optreden;
bel zo nodig 112, geef door waar je je bevindt en op welk telefoonnummer je bereikbaar bent, en
Bereid je voor op de volgende vragen:
– is het slachtoffer aanspreekbaar
– is het slachtoffer benauwd
– kan het slachtoffer lopen
– blijft een wond bloeden ondanks verbinden
– is er familie/een bekende die informatie kan verschaffen;
laat iemand de hulpdienst opvangen en naar de plek brengen;
noteer zo mogelijk namen van slachtoffers en eventueel getuigen.
Bij calamiteiten (bijvoorbeeld brand):
zorg dat mensen geen risico lopen, laat zo nodig mensen (snel) vertrekken;
optreden alleen als dat kan zonder persoonlijk risico;
kan de calamiteit zich uitbreiden bel dan 112.
Weersomstandigheden:
de leiding (evt. gids) bepaalt of een activiteit door kan gaan;
als slecht weer dreigt: kijk van tevoren op internet bij “Buienradar”; als er een “weerswaarschuwing “
is, laat de activiteit dan niet doorgaan;
bij onweer: a. (a) in open veld, maak je zo klein mogelijk;
- (b) in een bos, mijdt de bosrand (blijf meer dan 3 meter weg van
een boomstam);
houdt er rekening mee, dat deelnemers na afloop ook nog naar huis
moeten (sneeuw, ijzel, mist!).
Aantastingen, zoals (ernstige) verontreiniging, bij voorbeeld dump van vuil,
chemisch afval of lekkende olie, (mogelijk illegale) houtkap, bedreiging van
beschermde dieren of planten, motor- en autocross, schadelijke activiteiten:
wanneer er direct opgetreden zou moeten worden (activiteit is bezig)
politie bellen op 0900 – 8844;
Bij sterke chemische lucht, lekkende vaten of brandgevaar bel: 112
anders: informeer de gemeente, het waterschap of andere autoriteit, bij
voorkeur ook schriftelijk;
bij structurele zaken bij voorkeur via het bestuur, hoewel eigen activiteit
hierbij altijd mogelijk is.
Algemeen – voor de organisator van activiteiten
iedereen kent 112;
zorg bij het organiseren van een activiteit namens IVN dat het bestuur weet waar
deze plaatsvindt en hoe men daar bereikbaar is;
veiligheid van personen (ook niet deelnemers) gaat boven het doorgaan
van een activiteit;
als je zelf niet deskundig bent, ga dan niet iets doen met een slachtoffer.
Ondeskundige hulp kan een situatie verergeren.
Telefoonnummers:
Alarmnummer: 112
Veiligheidscoördinator Piet Peijs: 06-21632569, bestuurslid1.ivndekempen@gmail.com
BIJLAGE 2: VERZEKERINGEN
Voor leden van het IVN gelden bij activiteiten de volgende verzekeringen:
- Via het landelijke IVN
- Via de gemeente voor alle vrijwilligers
- Voor de personen die actief zijn in de werkgroep Natuurbeheer en deelnemers aan
activiteiten van deze werkgroep geldt een verzekering via het Coördinatiepunt
Landschapsbeheer (van het Brabants Landschap).
Dit is zijn vangnetverzekeringen: In eerste instantie moet er bij calamiteiten een beroep gedaan worden op de privé/persoonlijke verzekeringen. Daarna kan in volgorde van de nummering eventueel aanspraak worden gedaan.
Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering) via het IVN
Dit is een collectieve aansprakelijkheidsverzekering. Bij voorkomende schade of ongevallen wordt
wel altijd nagegaan of er een andere verzekering is die de kosten dekt. Pas wanneer dat niet het geval is, treedt de collectieve verzekering van IVN in werking.
Voor wie
Hieronder vallen de landelijk ingeschreven leden van de vereniging. Let wel: donateurs en relaties
vallen niet onder deze verzekering en evenmin leden van bijvoorbeeld een jeugdgroep (als zij niet
staan geregistreerd in de landelijke ledenadministratie).
Wanneer geldig
De verzekering geldt voor activiteiten in verenigingsverband.
Waar geldig
West-Europa
Wat is verzekerd
De aansprakelijkheid voor schade, opgelopen tijdens een IVN-activiteit aan personen of zaken van
derden. Of aan zaken die men tijdelijk in huur of gebruik heeft (de ‘Opzichtclausule’). Er geldt een
eigen risico van €200,- per gebeurtenis. Dit eigen risico is voor rekening van de afdeling. In geval van
opzet geldt een verhoogd eigen risico van €500,- per gebeurtenis. Ook dit eigen risico is voor
rekening van de afdeling!
Wat niet is verzekerd
Bij elke aansprakelijkheidsverzekering is de schade aan of van motorvoertuigen niet verzekerd.
Hiervoor is de bestuurder van het voertuig (wettelijk) verzekerd.
Wat te doen bij schade
Neem bij schade contact op met de Servicedesk van IVN, servicedesk@ivn.nl, tel. (020) 6228115. De
Servicedesk meldt de schade bij onze verzekeringsagent die via de Servicedesk contact onderhoudt
met de afdeling. Gelieve niet rechtstreeks contact op te nemen met de verzekeringsagent van IVN.
Ongevallenverzekering
Deze verzekering dekt kosten van ongevallen van leden van IVN die deelnemen aan activiteiten die
niet door andere verzekeringen worden gedekt.
Voor wie
Deelnemers (leden van IVN) aan werkdagen, weekenden, kampen of andere activiteiten die onder
verantwoordelijkheid van IVN worden uitgevoerd. Ook het risico van mechanisch boomzagen valt
onder de dekking. In het verleden moest een activiteit vooraf worden aangemeld en alle deelnemers
worden geregistreerd. Dit is niet meer het geval, maar er moet wel aannemelijk gemaakt kunnen
worden dat de persoon die schade heeft geleden deelnam aan een activiteit onder verantwoorde-
lijkheid van de IVN-afdeling en lid is van IVN.
Wat is verzekerd
Deze verzekering heeft ten doel uitkering te verlenen bij een ongeval.
Uit te keren bedragen
€ 25.000 bij blijvende invaliditeit
€ 50.000 bij overlijden
€ 500 voor geneeskundige kosten (voor zover niet gedekt door de ziektekostenverzekering)
Wat te doen bij schade
Neem contact op met IVN Servicedesk, servicedesk@ivn.nl, tel. (020) 6228115. Gelieve niet
rechtstreeks contact op te nemen met de verzekeringsagent van IVN.
Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering
Bestuurders van verenigingen kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor schade die ont-
staat uit bijvoorbeeld nalatigheid of fouten van de vereniging. Om dit risico te ondervangen heeft
IVN een collectieve bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afgesloten voor alle aangesloten
afdelingen. Deze verzekering dekt de schade die de afdeling wettelijk verplicht is te betalen in verband
met een aanspraak.
Vrijwilligersverzekering via de gemeente
Als u vrijwilligerswerk doet, bent u niet altijd goed verzekerd. Daarom heeft de gemeente een vrijwil-
ligersverzekering afgesloten. Bent u vrijwilliger? Dan bent u automatisch verzekerd bij deze verzeke-
ring. Dit betekent dat u verzekerd bent als u een ongeluk krijgt of schade veroorzaakt.
De vrijwilligersverzekering is een tweede (secundaire) dekking. Dit betekent dat de eigen aansprake-
lijkheidsverzekering van de vrijwilliger, of die van de instelling waarvoor hij of zij de activiteiten verricht, altijd voorgaat op de vrijwilligersverzekering van de gemeente. Het wordt ook wel een ‘vangnet’ verzekering genoemd. Het is aan te raden om de eigen verzekering niet op te zeggen.
Een vrijwilligersverzekering is bedoeld als aanvulling op uw eigen verzekering. Het is geen vervanging
van uw verzekering.
Verzekering bij coördinatiepunt landschapsbeheer
Voor de Natuurbeheergroep is er een separate verzekering via het Coördinatiepunt Landschaps-
beheer (van het Brabantse Landschap).
Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:
- Jaarlijks dient een enquêteformulier te worden ingevuld;
- Per activiteit moet een lijst van aanwezige personen gemaakt worden;
- Er moet gezorgd worden dat er veilig gewerkt wordt.
Verzekering Natuurtuin ’t Loo / de Wingerd
De materialen en inventaris die in de Wingerd aanwezig zij, zijn verzekerd via de Stichting Natuurtuin ’t Loo. Bij schade contact opnemen met het bestuur van IVN de Kempen.
BIJLAGE 3: TEKENBETEN/ZIEKTE VAN LYME
Contact met teken voorkomen Instructies voor jezelf en voor deelnemers:
Voorkom dat je gebeten wordt door een teek door nauwsluitende kleding te dragen
en de broekspijpen zo nodig in de sokken te doen.
Controleer na de excursie thuis of je door een teek gebeten bent en verwijder deze
met een tekenpincet of tekenkaart (niet verdoven met alcohol o.i.d.! Wondje wel
na het verwijderen van de teek ontsmetten).
Noteer de datum van de tekenbeet en hou de plek in de gaten. Ga naar de huisarts
als de plek verbleekt en er rondom een of meer rode ringen ontstaan, of als de rode
plek steeds groter wordt. Dit kan gebeuren tussen een paar weken tot uiterlijk drie
maanden na de tekenbeet.
Ziekte van Lyme
Wijs voor het begin van IVN-buitenactiviteiten die plaatsvinden in maart t/m november altijd kort op
het risico op de ziekte van Lyme, als gevolg van een tekenbeet.
Achtergrondinformatie ziekte van Lyme
Steeds meer teken in Nederland zijn besmet met de ziekte van Lyme. De ziekte kan ernstige gevolgen hebben, als niet bijtijds wordt ingegrepen. De bacterie kan leiden tot ernstige aandoeningen aan de zenuwen, gewrichten en het hart.
Teken komen niet alleen voor in natuurgebieden, maar ook in stadsparken en tuinen. De teek is actief van begin maart tot eind november.
Herkenning van de ziekte van Lyme:
Vaak ontstaat op de plaats van de beet een rood plekje. Wanneer dit niet groter wordt dan een
anderhalve centimeter en binnen 1-2 weken weer verdwijnt, is de kans klein dat er sprake is van een
infectie met de ziekte van Lyme. Wanneer de rode plek steeds groter wordt en in het centrum weer
verbleekt, is er vrijwel zeker sprake van de ziekte van Lyme. Deze huidaandoening ontstaat bijna altijd binnen drie maanden en meestal zelfs al binnen drie weken na de beet. Soms zijn de verschijnselen anders. Zo kan bijvoorbeeld de plek egaal rood blijven of zijn er meerdere ringen om elkaar heen
zichtbaar. De helft van de patiënten met de genoemde verschijnselen heeft geen tekenbeet opgemerkt.
Als snel wordt ingegrepen, kan de ziekte van Lyme effectief bestreden worden met een antibioticum.
Teek verwijderen
Een teek die al in de huid vastzit, moet zo snel mogelijk worden verwijderd, maar wel op een goede
manier. De reden hiervoor is met name dat teken ziekteverwekkers bij zich kunnen dragen, waaronder de Borrelia-bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. Er zijn echter veel misverstanden over de manier van verwijderen
Samenvatting teek verwijderen uit de huid
Gebruik een puntig pincet of een goede tekentang
Probeer de teek zo dicht mogelijk op de huid bij de kop beet te pakken en niet in het
lichaam van de teek te knijpen. (zie afbeeldingen verderop de pagina)
Trek m.b.v. de pincet of tekentang de teek voorzichtig recht uit de huid
Irriteer de teek niet met olie, alcohol of vuur e.d., dit verhoogt mogelijk de kans op besmetting!
Desinfecteer het bijtwondje na verwijdering van de teek met alcohol 70% of met jodium.
De tekentang/tekenpincet kan na gebruik in kokend water worden gedesinfecteerd of op een door
fabrikant aangegeven manier.
Hoe sneller en zorgvuldiger verwijderd, hoe kleiner de kans op besmetting
Tip Noteer datum en plaats van een tekenbeet; dit is nuttig als later blijkt dat men besmet is geraakt. De tekenbeet kan men alweer vergeten zijn.
Misverstanden over het verwijderen van een teek
Er is veel onduidelijkheid en tegenstrijdigheid over het verwijderen van teken. Volgens sommige
bronnen moet een teek absoluut niet worden gedraaid, terwijl andere bronnen juist melden dat de
teek alleen moet worden gedraaid, en er niet aan moet worden getrokken.
Een misverstand is dat teken zich in de huid zouden schroeven, en in de tegenovergestelde richting
kunnen worden uit geschroefd. Teken schroeven zich niet in de huid, en kunnen dan ook niet worden
uit geschroefd. Echter, aangezien de hypostoom (steeksnuit) een soort weerhaakjes heeft, zou een
licht draaiende beweging verwijdering mogelijk makkelijker kunnen maken. Draaien verhoogt waar-
schijnlijk wel de kans dat de hypostoom afbreekt. Over het wel of niet draaien van de teek, en met of zonder daarbij te trekken, bestaat onduidelijkheid.
Een ander misverstand is dat teken zouden loslaten als ze worden geïrriteerd met vuur, of door erin te prikken of te knijpen. Teken proberen te stikken door er iets overheen te smeren werkt ook niet.
Alle methoden waarbij de teek wordt geïrriteerd, geven de kans dat de teek juist extra speeksel pro-duceert of de maaginhoud opbraakt, waarin zich ziekteverwekkers zouden kunnen bevinden. Met de vingers een teek weghalen of met een gewone brede pincet geeft ook een kans dat er in de teek wordt geknepen, en wordt dan ook afgeraden.
Aanbevolen methode om teken te verwijderen
Een teek kan waarschijnlijk het beste worden verwijderd met een pincet met dunne uiteinden, of met een speciale tekenverwijderaar (bijv. tekentang/tekenpincet) van goede kwaliteit. Niet elke teken- verwijderaar werkt even goed, vooral kleine teken en volgezogen teken zijn vaak lastig te verwijderen. In alle gevallen moet de teek zo dicht mogelijk op de huid worden vastgepakt bij de kop van de teek, waarbij er niet in het achterlichaam van de teek mag worden geknepen. Er mag ook niet aan het achterlichaam worden getrokken, want dan kan de teek in tweeën scheuren.
Met een pincet met dunne uiteinden pak je de teek vanaf de zijkant beet, zoals op de afbeeldingen is te zien. Trek de teek voorzichtig recht uit de huid, in de lengterichting van de hypostoom, met langzaam toenemende kracht. Teken steken vaak een beetje scheef in de huid, dus niet loodrecht op de huid. Desinfecteer het bijtwondje na verwijdering van de teek met alcohol 70% of met jodium, en was de handen goed, liefst met desinfecterende zeep. De pincet kan na gebruik in kokend water worden gedesinfecteerd of een tekenverwijderaar op een door de fabrikant aangegeven manier.
Hoe sneller verwijderd, hoe kleiner de kans op besmetting. In de eerste 24 uur is de kans op overdracht van ziekteverwekkers nog relatief klein, maar daarna neemt de kans snel toe. Niet alle teken zijn geïnfecteerd. In Nederland kwam uit het laatste tekenonder-zoek dat gemiddeld 23,6% van de teken geïnfecteerd zijn met Borrelia, en teken kunnen ook drager zijn van andere ziekteverwekkers.
Als de teek niet goed verwijderd is
Als de teek niet goed verwijderd is, zodanig dat de teek gedeeltelijk verwijderd is, dan ligt het eraan hoe groot het deel is dat is blijven zitten. Als alleen de hypostoom (steeksnuit) of delen ervan achter blijft, dan zorgt dat waarschijnlijk niet of nauwelijks meer voor risico’s op een infectie; wel kan het de huid irriteren. Verwijder dit zoals je een splinter zou verwijderen, bijv. met een gesteriliseerde pincet of naald. Door de beetplek nat te maken, kunnen de monddelen ook uit de huid komen.
Maar als de kop van de teek blijft zitten, dan kunnen zich daarin nog de speekselklieren bevinden, met mogelijk ziekteverwekkers. Er is dan dus nog steeds een potentieel risico op besmetting! Probeer het kopstuk daarom alsnog te verwijderen en als het niet lukt, raadpleeg dan een arts.
Wat te doen met verwijderde teken
Ga de teek niet pletten, dit geeft het risico dat ziekteverwekkers uit de teek vrij komen. Spoel teken ook niet door de wc. Als je de teek wilt testen op de aanwezigheid van Borrelia of andere mogelijke ziekteverwekkers, bewaar de teek dan in een afsluitend doosje/kokertje o.i.d. Als je een teek weg wil gooien, gooi dan het (met plakband goed afgesloten) doosje/kokertje buitenshuis bij het vuilnis. Je kan de teek ook tussen dubbelgevouwen plakband doen en dit weggooien. Met plakband kan je ook teken verwijderen die op de huid of op kleding lopen, en het niet goed lukt om de teek met een vinger of een klein voorwerp weg te tikken.
Documenteer de tekenbeet
Noteer de naam van de persoon die is gebeten, de datum van verwijderen, de plaats op het lichaam, geschatte duur dat de teek in de huid zat, en hoe de teek was verwijderd. Houd de huid op de plaats van de tekenbeet in de gaten voor het verschijnen van een erythema migraines of andere huiduitsla-gen.
Het is niet gebruikelijk om preventief antibiotica te geven, maar er zijn wel artsen die dat doen. Het hangt ook af van factoren als de duur dat de teek vastzat, of deze goed verwijderd is, of er meerdere tekenbeten waren, en of de teek getest is en is aangetoond dat de teek geïnfecteerd is met Borrelia of andere ziekteverwekkers.
BIJLAGE 4: EIKENPROCESSIERUPS
De processierups beter bekeken
De eikenprocessierups is de rups van een nachtvlinder. Deze rups bezit voor de mens gevaarlijke brandharen. De eitjes van de rups komen uit in het voorjaar, zodra de eerste jonge eikenbladeren tevoorschijn komen. De processierups zit vooral aan de zonnige zuidkant van de eikenstammen in eikenlanen. De nesten bestaan uit een dicht spinsel van vervellingshuidjes, met (brand)haren en
uitwerpselen. De rups wordt vooral gesignaleerd in zomereiken langs lanen in steden en dorpen,
erfbeplantingen op campings en landgoederen in bosrijke omgevingen. In bosgebieden zelf in mindere mate. Hierdoor leidt de eikenprocessierups in bosgebieden nauwelijks tot problemen. De rupsen verplaatsen zich ‘s nachts, op zoek naar voedsel.
De processierupsen zijn echte nachtdieren. In deze periode zoeken ze naar voedsel en reizen ze dicht bij elkaar. Overdag rusten ze vaak in nesten waar ze in grote groepen verblijven. Als fietser of
wandelaar kan het gebeuren dat u tegen zo’n nest aanloopt en in aanraking komt met de brandharen van de rups. In zo’n geval is een vlotte behandeling verstandig, aangezien dit de bijeffecten zal
verminderen.
Instructies voor jezelf en voor deelnemers bij risico processierups:
✓ Vermijd elk contact met de rupsen
✓ Draag kledij die hals, armen en benen bedekt en ga niet op de grond zitten
✓ Na aanraking van rupsen of haren mag je niet krabben of wrijven, maar wel de huid en ogen goed
wassen of spoelen met water, of de haren weghalen met bijvoorbeeld plakband
✓ Zo nodig al je kleren wassen
✓ Voorkom in ieder geval elk rechtstreeks contact met de rupsen en maak ook de kinderen attent
Waar zijn processierupsen te vinden?
In Nederland komt de processierups grootschalig voor in de zuidelijke provincies (Noord-Brabant, Limburg). De rups verspreidt zich echter steeds vaker naar andere provincies en kan nu ook met
regelmaat gevonden worden in Noord-Holland, Utrecht, Gelderland en Overijssel. De processierupsen komen het meest voor in de zomereiken in een bosrijke omgeving. De processierupsen eten de bomen vaak helemaal kaal.
Processierups en brandharen
De brandharen van de rups vormen voor de mens een gevaar voor de gezondheid. De haren zijn 0,2 tot 0,3 millimeter lang. Elke rups heeft er honderdduizenden tot een miljoen van. De rupsen hoeven niet te worden aangeraakt om in contact te komen met de brandharen. De haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met mensen. De haren verschijnen vanaf ongeveer half mei tot eind juni op de rupsen. De haren blijven ook na het vertrek van de rupsen in de nesten, die aan de stammen en dikke takken hangen, aanwezig. Na jaren kunnen deze nesten bij aanraking nog overlast veroorzaken. De haren kunnen makkelijk de huid, de ogen en de luchtwegen binnendringen. Dat de haren zo slecht zijn voor de gezondheid komt door de stoffen die op de haren zitten. De stoffen die van de haren afkomen veroorzaken een op allergie lijkende huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk, heel veel jeuk. In de meeste gevallen verdwijnen de klachten vanzelf.
De stoffen van de haren van de processierups kunnen onder andere huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk veroorzaken. In de ergste gevallen kunnen de haren van de processierups de luchtwegen blokkeren of een permanente blindheid veroorzaken. Wanneer de haren in uw ogen terecht komen is het aan te raden om bij de dokter langs te gaan.
Behandelingen na aanraking processierups
Wanneer u in aanraking komt met de brandharen van een processierups is het verstandig om de huid zoveel mogelijk af te spoelen. Wanneer de haren in uw ogen terecht zijn gekomen is het verstandig om ze uit te spoelen. Wanneer dit het geval is dient u extra goed op te letten aangezien de haren blindheid kunnen veroorzaken.
Bij jeuk is het onverstandig om over de huid te wrijven aangezien de brandharen op die manier verder verspreid worden. Om de jeuk tegen te gaan kan het helpen om een crème te halen bij de apotheek. Om latere irritatie tegen te gaan is het verstandig om de kleding die u droeg tijdens de aanraking met de rups goed te wassen.
Wanneer u last heeft van uw luchtwegen in combinatie met een slikprobleem is het verstandig om contact op te nemen met de huidarts. Wanneer de klachten blijven aanhouden is het altijd verstandig om de huisarts te bezoeken: de brandharen van de processierups kunnen ergere klachten veroorzaken dan de meeste mensen denken.
BIJLAGE 5: INSTRUCTIE BIJ ONWEER
Hanteer de “tien seconden regel”: Onweer komt dichterbij als de tijd tussen de flits en de donder korter wordt. Als die tijd minder dan 10 seconden bedraagt, dan is het onweer minder dan 3 kilometer weg en dreigt er gevaar. Als de tijdspanne tussen flits en donder minder dan 3 seconden bedraagt, dan zit je midden in een onweersbui.
Als de tijd tussen flits en donder minder dan 10 seconden is, dien je maatregelen te treffen voor de veiligheid:
✓ Zoek zo snel mogelijk beschutting, bij voorkeur in een gebouw of in een auto. (Omdat een auto een
‘kooi van Faraday’ is, beschermt die uitstekend tegen onweer, zolang deuren en ramen gesloten
zijn.). Ook het schuilen onder bruggen en viaducten is redelijk veilig, mits je uit de buurt blijft van
ondersteuningen, fundamenten en verbindingen van metaal.
✓ Ga nooit onder een boom staan. Als je in een bos bent, blijf daar dan, mijd de bosrand en blijf meer
dan 3 meter weg van een boomstam.
✓ Blijf minstens 3 meter uit de buurt van metalen hekken, masten, e.d.
✓ Als je met een boot op het water bent: ga zo snel mogelijk van het water. (Op het water is onweer
nog veel gevaarlijker dan op land!)
✓ Ben je in open veld en is de tijdspanne tussen flits en donder minder dan 3 seconden, ga dan als
volgt te werk:
-Zoek een lage plek (greppel, duinpan, e.d.)
– Blijf als groep niet te dicht bij elkaar
– Vermijd hoge punten in de omgeving
– Hurk op de grond, met je voeten zo dicht mogelijk bij elkaar en maak je zo klein mogelijk:
hoofd omlaag en armen om je knieën geslagen.
BIJLAGE 6: SOCIALE VEILIGHEID BIJ IVN
IVN-activiteiten worden door vrijwilligers en beroepskrachten uitgevoerd. Natuurlijk moet dat in een plezierige en veilige omgeving gebeuren. Daarom besteden we aandacht aan veiligheid binnen IVN en denken we continu na over duidelijke afspraken over de omgang met elkaar, en met name met kwetsbare personen zoals kinderen, jeugdigen, ouderen en mensen met een beperking. Voorop staat dat IVN’ers altijd respectvol met elkaar en anderen omgaan. Daarom hebben we veel aandacht voor zorgvuldig handelen om ongewenst gedrag te voorkomen. Zo zorgen we ervoor dat onze vrijwilligers die met kinderen, jeugdigen en andere kwetsbare personen werken een VOG hebben. Mocht er toch iets misgaan binnen onze organisatie, dan zijn hiervoor duidelijke procedures vastgelegd. Meer informatie vind je op Ons IVN onder https://ons.ivn.nl/voor-leden/categorie?categoryId=50
Wat te doen bij ongewenst gedrag
Heb je last van ongewenst gedrag, een vermoeden van integriteitsschending of misstand? Dit kunnen zaken zijn zoals pesten, seksuele intimidatie en discriminatie, maar ook mogelijke fraude, belangenverstrengeling of niet goed omgaan met vertrouwelijke informatie. Bij een misstand gaat het om gedrag dat schadelijke gevolgen heeft voor de maatschappij. Leden van IVN kunnen dit melden via Ons IVN. Geen lid van IVN, maar heb je een integriteitsschending ondervonden, bijvoorbeeld bij deelname aan een activiteit? Doe dan een melding bij het meldpunt via het meldingsformulier integriteitsschending.
Procedure bij melding over ongewenst gedrag, integriteitsschending of misstand
In onderstaand schema zie je wat er gedaan wordt, nadat je een melding hebt gedaan bij het meldpunt.
BIJLAGE 7: VRIJWILLIGERS RISICO INVENTARISATIE EN EVALUATIE FORMULIEREN (VRIE’s)
VRIE 1, 40, 43, 44, 50, 51, 52, 54, 70, 71 en 72 nog toevoegen.