Landschap
Voorjaarswandeling Elperstroomgebied
In het voetspoor van gids Herman Dirksen maakten een dertigtal natuurliefhebbers en één hond zaterdag 18 april een inspirerende wandeling door het Elperstroomgebied. Onderweg genoten zij van het fraaie landschap én kregen ze uitleg over het ontstaan.
Op de parkeerplaats bij de Egbertsweg heet Harrie Krens de wandelaars welkom namens IVN Midden-Drenthe. Gids Herman deelt een tekening uit van het gebied zoals het circa tweehonderd jaar geleden erbij lag. Er is niet zoveel veranderd, behalve dat het heideveld aan de ene kant van Elp nu bos is, en de heide aan de andere kant weiland.
Het stroomdal is uitgesleten tijdens de ijstijden. Kenmerkend is het typische beek- en esdorpenlandschap tussen de aangrenzende boswachterijen Grolloo en Schoonloo. In het gebied komen veel greppels, houtwallen en kleine bosjes voor. Een bijzonder gebied dat onder andere door mineraal- en kalkrijk kwelwater een van de weinige kalkmoerassen in Nederland herbergt.
Hooiland
Het beekdal was vroeger hooiland. Daaromheen waren houtwallen aangelegd om de schapen, die op de heide liepen, uit het hooiland te houden. Staatsbosbeheer wil het hooiland zoveel mogelijk in de oude stijl handhaven, maar de rest zoveel mogelijk met rust laten. Daar krijgt de natuur vrij spel.
Vanaf de parkeerplaats lopen we een klein stukje over een asfaltweg. Het gezelschap moet opzij voor een naderende tractor. Als we de berm in stappen, springen tientallen opgeschikte kikkers de sloot in. Hier is goed te zien hoe drassig het gebied tegenwoordig is. In de drassige heide aan de andere kant van de sloot staat het vol pinksterbloemen.
We verlaten de weg op het punt waar maatregelen zijn getroffen om het landbouwwater en natuurwater gescheiden te houden, om te voorkomen dat landbouwwater met pesticiden in de natuur terecht komt. Het water uit het natuurgebied kan wel het landbouwgebied in, maar andersom niet. Herman: “Het is wel eens misgegaan. Daardoor kwam met mest verrijkt water in het gebied terecht. Dat ging ten koste van onder andere orchideeën die daar groeiden. Wat we nu doen, het water gescheiden houden, deden de boeren zo’n tweehonderd jaar geleden ook al. Je had kwelwater dat goed was voor het hooiland, en heidewater, dat zuur is. De boeren wilden toen ook dat zure water uit het hooiland houden.’’
Een eindje verder wijst Herman op een dassenpijp. Dat is geen onderdeel van een burcht. “Overal in het landschap hebben ze dergelijke pijpen, een soort schuilkelders waar ze, als ze onderweg zijn, bij onraad in kunnen duiken.’’
Dode bomen
Op deze plek staan nogal wat dode bomen. Herman: “Het zijn fijnsparren, die horen eigenlijk helemaal niet in dit landschap thuis. Ze hebben het zwaar gehad tijdens de zeer droge zomers van de afgelopen jaren. Daardoor zijn ze verzwakt en een makkelijke prooi voor een kevertje, de letterzetter.’’ Geen fraai gezicht, die dode bomen, maar spechten varen er wel bij en uiteindelijk zullen de bomen tot humus vergaan.
We lopen verder, langs de grens van de hoger gelegen es aan de linkerkant, en het lager gelegen hooiland, gescheiden door houtwallen, voornamelijk begroeid met oude eiken. Hier en daar zien we een zwarte koe, van de kudde Galloways die hier jaren hebben gelopen om delen van het gebied door begrazing open te houden. Door het toenemende aantal wolven is dat niet langer houdbaar. Alle kalfjes vallen ten prooi aan wolven, vertelt Herman, en de volwassen dieren zijn ook niet veilig.
Staatsbosbeheer had het idee dat de koeien zouden leren zich te verdedigen. Herman: “Sommigen kunnen dat misschien, deze Galloways, die geen hoorns meer hebben, niet.’’ Hij vertelt het verhaal van een vriend die zag hoe twee wolven een kleine kudde volgden. “Ze gingen wel in een cirkel staan om de kalfjes, dus het principe zit er wel in, maar tegen een roedel wolven kunnen ze zich niet verweren.” De koeien gaan dan ook weg. Of er andere voor in de plaats komen, is nog de vraag.
Bos voor hei
We komen nu aan de andere kant van het voormalige, nu als natuurgebied beschermde hooiland. Hier lagen ooit uitgestrekte heidevelden. Nu is het bos. Dat had verschillende redenen. Herman: “De bomen zijn aangeplant omdat er hout nodig was in de mijnbouw. Ook werden schapen minder interessant door goedkope wol uit Australië en de kunstmest was uitgevonden, waardoor het mogelijk was de zure heigrond te ontginnen.’’

Even verderop liggen de kaalgevreten botresten van een door wolven opgegeten koe. Een volwassen exemplaar. Ook vossen en raven zullen er zich tegoed aan hebben gedaan.
Het laatste stuk van de wandeling gaat langs een groot perceel dat vijftien jaar geleden door Staatsbosbeheer is aangekocht. Dat het toen nog in gebruik was als weiland is niet meer te zien. Wilgenstruweel domineert in de nu drassige grond. Staatsbosbeheer laat ook hier de natuur haar gang gaan. Wel zijn de bij de ruilverkaveling in de jaren ’50 uitgegraven sloten dichtgegooid. Herman: “Door de snelle afwatering ontstonden problemen bij Meppel. Nu wordt het water langer vastgehouden. En het is goed voor de biodiversiteit.’’
Na exact de anderhalf uur die voor de wandeling was uitgetrokken, bereiken we de parkeerplaats waar Harrie de wandelaars opwacht met een welverdiende doos chocola voor gids Herman.
