IVN Oss
Vogels
zondag06feb2022

De koperwiek blijft ons verrassen

Op een stille avond in oktober kun je zomaar, onverwacht volop vogelgeluiden (‘psrieee’) in de lucht horen, zeker bij noordenwind. Meestal gaat het dan om koperwieken, die massaal naar een winterverblijf trekken. Het zijn vooral de broedvogels van de dennenbossen in Scandinavië die op weg zijn naar het zuiden of oosten. Het gaat in totaal om circa 1 miljoen koperwieken die over Nederland vliegen. De meesten vliegen door naar Midden en Zuid Europa, zoals Frankrijk, Italië en Spanje, maar tot wel 100.000 (10%) blijven overwinteren in Nederland en blijven hier nog tot in de maanden januari, februari, maart en zelfs nog een klein aantal in april.

Waarvandaan, waarheen?
Oude ringgegevens vertellen meer in detail over de bewegingen van koperwieken. Zo werd een in de winter van 1960 in Leiden geringde koperwiek vier jaar later in juli geschoten in Georgië. Dus Koperwieken maken meer een oost-west-trek in plaats van noord-zuid. Een in maart 1989 in IJsland (koperwieken zijn daar algemene broedvogels) geringde koperwiek werd in Lelystad op 3 mei 1991 als verkeersslachtoffer teruggevonden. Oost-west-trek en waarschijnlijk na de winter in Nederland blijven hangen.  In Engeland geringde koperwieken werden later terug gemeld uit Italië, Griekenland tot zelfs uit het Kaukasusgebied. Een in Nederland geringde koperwiek werd teruggemeld uit Turkije. Het lijkt erop dat ze lang niet allemaal een vast noord-zuid trekpatroon hebben.

Onberekenbaar
De koperwiek behoort tot de lijsterfamilie, evenals onze merel, grote lijster en de zanglijster. De rug is bruin, zoals bij de zanglijster. De buik is wit met bruine streepjes, zoals ook bij de zanglijster. Er zijn twee opvallende kenmerken: de flank en onder vleugel zijn koperrood (vandaar de naam) en ze hebben een duidelijke roomwitte wenkbrauwstreep.
Je zou verwachten dat je ze dus in de winter gemakkelijk moet kunnen vinden, maar zo eenvoudig is dat niet. Of je moet een besdragende struik, zoals bijvoorbeeld een lijsterbes of een vuurdoorn, in tuin of park hebben staan. Als een groepje koperwieken dat ontdekt kunnen ze in een paar dagen alle bessen opgegeten hebben. Groepen van 25 komen in de stad voor en een enkele keer zelfs wel groepen van 50 koperwieken. Ze laten zich dan goed bekijken, want echt schuw zijn ze niet.
In onze polders komen ze ook voor, maar dan meer in klein aantal en leven behalve van de bessen van meidoorn, sleedoorn en vlier, ook van insecten, wormen en slakken. Groepjes van vijf kun je daar wel aantreffen, maar voor grotere groepen moet je in de stad zijn.
Zoals bekend vliegen de meeste koperwieken pas in de tweede helft van oktober over Nederland. Maar ook dat is niet altijd zo. Vogelbescherming Nederland organiseert ieder jaar in het eerste weekend van oktober, samen met veel andere landen in Europa, een Euro Birdwatch dag. In heel Nederland tellen vogelliefhebbers die dag de overtrekkende vogels. Ook de vogelwerkgroep van het IVN Oss doet daaraan mee. De telling is overdag, dus de nachtelijke trek wordt niet meegenomen. En, zoals verwacht, gaat het begin oktober meestal om kleine aantallen. Op 2 oktober 2021 slechts 83 gemelde koperwieken (van de in totaal 961.000 getelde vogels). Op 3 oktober 2020 was wel iets beter met 968 gemelde koperwieken. Op 5 oktober  2019 werden 20.924 koperwieken geteld en op 6 oktober 2018 13.593 koperwieken, wat aangeeft dat de trek in sommige jaren al begin oktober op gang komt. De koperwiek blijft je zo steeds weer verrassen.

Meer over ‘Vogels in de polders rond Oss’.  

De Koperwiek - Foto Theo van Orsouw (IVN Oss)De foto's  bij dit artikel zijn van Theo van Orsouw (IVN Oss)