Tiny Forest
Bomen & Struiken
woensdag12mei2021

De opmars van Tiny Forests

In vijf jaar tijd zijn er al 125 tiny forests aangelegd in Nederland, bossen zo groot als een tennisveld, die worden aangeplant om de biodiversiteit in de stad te vergroten. Maar wat zijn nu precies tiny forests, wat is hun nut en kun je er ook zelf één oprichten? Buitenleven dook in de wereld van de kleine stadsbosjes.

Dit artikel verscheen eerder in Buitenleven mei
Tekst: Corine Koolstra

“Groei zacht en mooi”, staat er met kinderletters geschreven op een stukje hout dat aan een jong boompje is geknoopt. Andere kinderen hebben op hun houtje de naam van hun boom geschreven: ‘Toffee’, ‘Takkie’ of simpelweg ‘Boompje’. Het zijn herinneringen aan de boomplantdag van afgelopen maart, toen in Breda ‘Het Kleine Woud’ werd geopend, het derde tiny forest in twee jaar tijd.

Tiny Forests

Ze schieten momenteel als paddenstoelen uit de grond. Daan Bleichrodt van IVN Natuureducatie moet zichzelf soms even in de arm knijpen vanwege dit succes. Hij zag in 2014 een TED-talk van de Indiase ingenieur Shubhendu Sharma, die een bosbouwmethode had ontwikkeld, speciaal gericht op het ontwikkelen van kleine stadsbossen. De bossen groeiden snel en zorgden voor een enorme toename van de biodiversiteit in de stad. Daan: “Bij het woord ‘bos’ had ik tot dan toe altijd gedacht aan iets groots buiten de stad. Ik had er nooit over nagedacht dat je ook kleine bossen ín een stad kon aanleggen. Ik vond het geweldig en dacht: dat wil ik hier ook!”

Hij was in die tijd nog een bomenondeskundige, zegt hij zelf. Werkte bij Toyota. Toch wilde hij in Nederland een poging wagen om een mini-bos in een stad aan te leggen. Hij zocht hulp bij Shubhendu Sharma die hem meer leerde over de beplantingsmethode. De basis van zijn minibossen vormen inheemse bomen, die dicht op elkaar worden geplaatst in een goed bewerkte grond. Daarop wordt een dikke mulchlaag aangebracht die zorgt voor bescherming en een voedselrijke bodem.

Uiteindelijk lukte het Daan om eind 2015 een eerste tiny forest aan te leggen in Zaanstad, een bosje van 200 vierkante meter, zo groot als een tennisbaan, die de naam ‘Groene Woud’ kreeg. “De boomplantdag was heel spannend, want het bos zag er niet bepaald spectaculair uit. Niet meer dan zeshonderd takjes eigenlijk die omhoogstaken uit een berg met hooi. Mijn grote zorg was: gaat dit wel werken? Wordt dit wel écht een bos?”

In april was die onzekerheid er nog steeds. “Slechts hier en daar verscheen er een blaadje. Ik weet nog dat er een fietser langs reed die me uitlachte en riep: ‘Pas maar op dat je niet verdwaalt in dat bos…’ Maar vanaf juni groeiden de bomen opeens explosief. En na tien maanden kon ik foto’s maken van bomen die al twee meter hoog waren.”

Stappenplan

Het tiny forest in Zaanstad kreeg veel aandacht en prikkelde anderen om ook tot actie over te gaan. Sinds die tijd zijn er in Nederland zo’n 125 tiny forests opgericht in de openbare ruimte. Ook legden zestig particulieren een tiny forest aan in hun achtertuin. Daan snapt de populariteit wel. “Er heerst bij mensen een grote onrust als het gaat over klimaatverandering. Ook maken ze zich zorgen over het verlies aan biodiversiteit. Mensen vragen zich af: wat kan ík doen? Een tiny forest is dan erg behapbaar. Je kunt via het IVN begeleiding krijgen. We hebben een handboek gemaakt met daarin een heel stappenplan, je kunt cursussen volgen en in veel gemeentes zijn projectleiders van IVN die helpen bij het realiseren van een tiny forest. Zij kennen de beplantingsmethode en overleggen met de gemeente.”

Lieke Gruyters, initiatiefneemster van Tiny Forest Het kleine Woud in Breda heeft dat ook zo ervaren. Zij is locatiedirecteur van basisschool Effen, waarin veel aandacht is voor natuurbeleving bij kinderen. Ook wilde de school meer buitenlessen gaan geven. “Het leek ons daarom gaaf als we met de kinderen in de buurt naar een tiny forest zouden kunnen. Afgelopen september hadden we het idee. Een half jaar later stonden we al in ons eigen bos. Verbazingwekkend snel! Als school hebben we er niet veel voor hoeven doen. Het IVN nam de organisatorische kant op zich: gesprekken met de buurt, gesprekken met de gemeente, de grondbewerking. Wij hoefden eigenlijk alleen maar de handjes te leveren op de boomplantdag.”

Pissebedden

Maar leiden al deze tiny forests daadwerkelijk tot meer biodiversiteit? Met die vraag ging Fabrice Ottburg van Wageningen University & Research aan de slag. Van 2017 tot 2020 deed hij samen met vrijwilligers onderzoek in elf tiny forests in Nederland. Ze troffen er 634 verschillende diersoorten en 298 verschillende plantensoorten aan. In het oudste tiny forest in Zaanstad werden de meeste verschillende soorten aangetroffen. Vooral dieren als mieren, bladluizen, miljoenpoten, regenwormen en slakken vonden hun weg naar de minibosjes, maar er zijn ook amfibieën, vlinders en vogels als ijsvogels en groene spechten waargenomen.

Fabrice: “In een van de tiny forests zat een nestje met dwergmuizen. Erg leuk om te zien. Maar eigenlijk ben ik blij met álle soorten. Niet alleen met een mooie libel die voorbij vliegt, maar ook met een populierenboktor of driehonderd opgerolde pissebedden onder een onderzoekstegel.”

Tiny forests zorgen volgens hem duidelijk voor meer biodiversiteit in de stad. “En dat is nodig als je ziet hoe versteend de stad nog is. Ook de gemeentelijke plantsoenen zijn net groene woestijnen. De soorten die je in een tiny forest vindt, zie je daar echt niet terug. ”

Hittestress

Uit het onderzoek van Wageningen University blijkt verder dat tiny forests evenveel CO2 opslaan als ‘normale’ bossen en dat ze de waterbergingscapaciteit van een stad vergroten. Bij elkaar vingen de elf onderzochte bossen ruim zes miljoen liter regenwater op. Fabrice: “Dat water was anders naar het riool afgevloeid. Nu dringt het door tot de bodem, wat verdroging tegengaat.”

De mini-bossen hebben in de stad bovendien een verkoelend effect. Dat werd vorig jaar op een hete zomerdag in Zaanstad goed duidelijk. De straattemperatuur was toen ruim boven de 40 graden, terwijl de bodemtemperatuur in het minibosje net boven de 15 graden kwam. “Zo warm is asfalt dus en zo groot het verkoelend effect van bos. Tiny forests kunnen zo een bijdrage leveren aan het voorkomen van hittestress in de stad.”

Dood vogeltje

Daan Bleichrodt van het IVN wijst op nog een ander belangrijk effect van tiny forests: ze brengen mens en natuur dichterbij elkaar. Voor buurtbewoners vormen ze een groene ontmoetingsplek in een vaak stenige omgeving. IVN werkt ook altijd samen met een basisschool die het tiny forest in de buurt adopteert. De leerlingen mogen meehelpen met het planten van de bomen. Ook kunnen scholen er buitenlessen houden. Daan: “Op die manier leren kinderen, leerkrachten en buurtbewoners hoe ze een natuurgebiedje maken én verzorgen en gaat het bos echt leven.”

Lieke Gruyters van tiny forest Het Kleine Woud in Breda heeft al gezien dat dat werkt. “De boomplantdag was een hele happening. De kinderen zijn de hele dag bezig geweest. Sinds die dag geven we wekelijks buitenlessen in het tiny forest en van de kinderen horen we dat ze er ook buiten schooltijd nog met hun ouders naartoe gaan. Het voelt echt als hún bos. Laatst hadden ze een dood vogeltje gevonden bij school. Toen riepen ze: ‘Die moeten we begraven! In het Kleine Woud!”

Zó begin je je eigen tiny forest:

  1. Ga naar www.ivn.nl/tinyforest en download het gratis digitale handboek ‘Tiny Forest plantmethode’. Hierin wordt uitgebreid beschreven welke stappen je moet doorlopen voor je een echt tiny forest hebt. Zo zul je een veldverkenning van je omgeving moeten doen, zodat je weet welke bomen en struiken goed zullen gedijen in jouw mini-bos, moet je bodemonderzoek uitvoeren, de bodem bewerken, een beplantingsplan maken en een plantdag organiseren.

  2. Een tiny forest in je eigen tuin? Daarvoor heb je in de tuin een ruimte nodig van minimaal 100 vierkante meter. Houd bovendien rekening met een investering van ten minste € 1500. Verder moet je je aan bepaalde voorwaarden houden, anders mag je jouw mini-bos geen tiny forest noemen, want dat is een beschermd begrip. Enkele eisen: er worden minimaal 25 verschillende, inheemse boomsoorten (o.a. wilg, populier, els, eik en beuk) gebruikt, je plant dicht op elkaar (drie bomen per vierkante meter) en moet de grond bewerken en voorzien van een dikke mulchlaag, die voor bescherming en een betere bodemkwaliteit zorgt. Alle fysieke kenmerken waaraan een tiny forest moet voldoen staan in het digitale handboek. Ook kun je je aanmelden voor de aanmelden voor de cursus Tiny Forest Plantmethode 2021 

  3. Een tiny forest in de openbare ruimte beginnen? Dan moet je mini-bos naast de fysieke eisen, ook voldoen aan de sociale eisen van een tiny forest. De belangrijkste: het project moet geadopteerd worden door een basisschool of kinderopvang en ondersteund worden door de buurt. Ook deze eisen staan in het handboek. In veel plaatsen kan een speciale IVN-projectleider ondersteunen bij de realisatie van een tiny forest.