Terugblik Inspiratiedag over betekenisvol onderwijs in Drenthe

Woensdag 13 november organiseerde IVN Natuureducatie een inspiratiedag over betekenisvol onderwijs in Drenthe. Directeuren en schoolleiders vanuit de hele provincie verzamelden zich bij de Veldhoeve, gelegen tussen de Drentse bossen. Centraal stond de vraag: wat moet, wat mag en wat kan er anders in het onderwijs? Bijzondere aandacht ging uit naar het integreren van natuur in het onderwijs.

Opening
De dag begon met een persoonlijke en indringende anekdote van Mathijs ter Bork van IVN Natuureducatie. Hij deelde een herinnering aan zijn tijd als leerkracht in het basisonderwijs, waarin hij een leerling hielp die worstelde met lezen: Reinout. Hoeveel de jongen ook oefende, zijn leesvaardigheid bleef achter. In een poging om de leesvaardigheid van deze leerling omhoog te krijgen, werd het aantal oefenuren alsmaar omhoog geschroefd. Maar in plaats van vooruit, ging zijn leesvaardigheid alleen maar achteruit. Sterker nog, zijn overige resultaten kelderden ook. Bovendien werd Reinout somber en ongelukkig. 

Ter Bork realiseerde dat de pogingen om de jongen te helpen averechts werkten. Dus besloot hij het anders aan te pakken. Hij richtte zich op de talenten van de leerling: zijn technische aanleg. Door hem daarop te laten excelleren en hem daar complimenten over te geven, groeide zijn zelfvertrouwen. Het resultaat? Niet alleen verbeterden zijn technische vaardigheden, maar ook zijn leesvaardigheid en andere schoolresultaten gingen vooruit. Vandaag de dag is Reinout een jongeman die werkt als landbouw technicus. Deze anekdote onderstreept een kernboodschap van de dag: het onderwijs moet aansluiten bij de unieke kwaliteiten van leerlingen om écht verschil te maken.

Natuurinclusief onderwijs en de basisvaardigheden
In het onderwijs doen we dingen op een bepaalde manier. Leerlingen zitten bijvoorbeeld vaak binnen, in een klaslokaal, achter een tafeltje. De lesstof is ingedeeld in vakken en wordt netjes van elkaar gescheiden: rekenen, taal, aardrijkskunde enzovoorts. Eline Meedendorp, Masterstudent Onderwijswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, vroeg zich af of dat niet anders kon. Zouden leerlingen bijvoorbeeld ook les kunnen krijgen in de natuur, in plaats van in een leslokaal? En zouden ze niet tegelijk kunnen leren rekenen en meer opsteken over de natuur? Met die vragen in haar hoofd onderzocht ze voor haar scriptie welke invloed natuurinclusief onderwijs heeft op de basisvaardigheden. 

De resultaten presenteerde zij tijdens de inspiratiedag. Andere onderzoeken hebben al aangetoond dat natuurinclusief onderwijs – onderwijs dat het leven, samenleven en de wereld als vertrekpunt voor onderwijzen en leren neemt – een positieve invloed heeft op het welzijn en welbevinden van kinderen. Door haar onderzoek deed Meedendorp een belangrijke nieuwe ontdekking: dat natuurinclusief onderwijs geen bedreiging is voor de basisvaardigheden. In andere woorden: door natuurinclusief onderwijs in te zetten, gaan de basisvaardigheden van leerlingen niet achteruit. Daarnaast wees haar onderzoek zelfs uit dat natuurinclusief onderwijs een positief effect heeft op de taalvaardigheid van kinderen. Deze bevindingen worden ook ondersteund door andere wetenschappelijke onderzoeken. Gezien de positieve effecten op het welzijn en welbevinden, is natuurinclusief onderwijs dus een verstandige keuze. 

Regeneratief onderwijs
De keynote speaker op de inspiratiedag was Claire Boonstra, oprichter van Operation Education: een stichting die zich inzet voor verandering en innovatie in het onderwijs. Boonstra’s zoektocht naar hoe het anders kan in het onderwijs begon met het stellen van vragen. Vragen zoals: waarom hebben we eigenlijk zes weken zomervakantie? Waarom geven we cijfers? En waarom is er eigenlijk een scheiding tussen primair en secundair onderwijs? Op sommige van deze vragen vond Boonstra interessante antwoorden, maar op sommige vond ze – tot haar verbazing – helemaal geen antwoorden. Doen we sommige dingen in het onderwijs op een bepaalde manier omdat we het nou eenmaal zo doen? Maar wat nou als dat helemaal niet de beste aanpak is voor de leerling, zoals bij Reinout? 

Dit maakte dat Boonstra zich ging inzetten voor regeneratief onderwijs. Niet duurzaam, het doel waar vaak naar gestreefd wordt vanuit een uitputtend model (denk aan organisaties die zich inzetten om klimaatverandering tegen te gaan), maar regeneratief. Duurzaamheid is niet genoeg, volgens Boonstra, dat behoudt namelijk de situatie zoals die is. Regeneratief onderwijs streeft naar verbetering ten opzichte van het huidige model. Het is de gedachtesprong van het verkleinen van de negatieve impact naar het vergroten van de positieve impact. Het is geen toeval dat er zoveel samenhang zit tussen hoe Boonstra het onderwijs benadert en hoe de groene beweging de klimaatcrisis benadert. Operation Education streeft naar onderwijs en een samenleving waarin het floreren van de mens, in harmonie met de natuur en de aarde, centraal staat. 

Gevoelige snaar
Na afloop is het eerst even stil. Dan begint het publiek met elkaar in gesprek te gaan. Er is een gevoelige snaar geraakt, dat is wel duidelijk. Dit publiek – de onderwijsprofessionals – zijn ten slotte ‘de pioniers’, zoals Boonstra ze noemt. Zij kunnen deze beweging in gang zetten en momentum geven. Om de verbinding tussen mens en natuur te versterken en weer centraal te zetten. Het doel van de middag lijkt bereikt te zijn: het publiek gaat geïnspireerd naar huis, vol goede moed om hun opgedane inzichten in te zetten voor betekenisvol onderwijs.