Zuid-Holland
Overig
maandag11mei2020

Lid in de Orde van Oranje-Nassau

Afgelopen 24 april leek een normale vrijdag te worden, tot bij twee IVN-vrijwilligers van Alphen aan den Rijn de telefoon ging. Burgemeester Liesbeth Spies mocht Han Hendrickx en Corry Dierdorp feliciteren met een koninklijke onderscheiding voor hun onvermoeibare hun inzet als vrijwilliger bij IVN! Wij spraken Corry over dit bijzondere moment. 

De lintjesregen, zoals deze bijzondere dag wordt genoemd, ging dit jaar iets anders dan normaal. Vanwege de coronamaatregelen kon de burgemeester niet bij iedereen op bezoek, maar belde ze iedereen persoonlijk op. De felicitaties van vrienden, familie en medevrijwilligers kwamen digitaal binnen, maar voor Corry voelde dat eigenlijk juist wel goed. Ze vertelt: “Het was een hele overrompeling, het bericht dat ik een onderscheiding kreeg. Doordat ik gewoon thuis was gaf dat toch een beetje houvast. Bovendien doe ik veel werk voor IVN vanuit huis en dus om daar het mooie bericht te krijgen past daar wel bij.”

Dat ze een onderscheiding kreeg zag ze totaal niet aankomen. “Ze [IVN Alphen aan den Rijn] hebben het anderhalf jaar voor me geheim weten te houden, ik wist van niks! Maar ik ben er ook helemaal niet mee bezig. Het resultaat van mijn inspanningen is mijn beloning. Als mensen verwonderd zijn of na een excursie aangeven dat ze het geweldig vonden en vaker mee gaan, dat is waar ik het voor doe”, aldus Corry. “Deze erkenning voelt natuurlijk vooral als waardering, maar ik denk ook gelijk: er zijn zoveel mensen die vrijwilligerswerk doen. Ik heb het geluk dat iemand mij heeft voorgedragen, maar hoe zit het met al die andere mensen die zich bijzonder inzetten? Ook vrijwilligers in de zorg doen bijzonder werk. Die hebben wat mij betreft ook die erkenning verdiend.”

20 jaar actief als vrijwilliger

Toch komt deze erkenning niet uit de lucht vallen. Met 28 jaar lidsmaatschap, waarvan 20 jaar actief als vrijwilliger, loopt ze al even mee bij IVN. Over de jaren heen heeft Corry veel verschillende functies bekleed, van bestuurslid tot coördinator van de werkgroep communicatie, en werkte ze aan uiteenlopende projecten om natuur en duurzaamheid op de kaart te zetten. 

Toen ze in 2000 actief werd als vrijwilliger werd er van nieuwe leden eigenlijk nog verwacht dat zij actief zouden worden als vrijwilliger, maar dat vond Corry niet meer bij de tijd passen. Ze licht toe: “De eerste acht jaar dat ik lid was wilde ik wel iets doen, maar met een drukke baan, opgroeiende kinderen, een zwakke gezondheid en een tuin die onderhouden moest worden was dat niet te combineren. Ik snapte dus goed dat nieuwe leden niet meteen hun vinger opstaken om in het bestuur te komen. Daar heb ik toen een lans voor gebroken en gelukkig heeft het bestuur ingestemd. Sindsdien is iedereen welkom: je hoeft niets, maar het mag wel!”

Maar ook op het gebied van zichtbaarheid zag ze een mooie uitdaging. “In het begin vroegen mensen met een flinke denkrimpel aan mij: ‘IVN, wat is dat?’ Als ik nu vertel dat ik van IVN ben en vraag of ze dat kennen is het antwoord steeds vaker ja. Dat doet me dan wel goed”, vertelt ze lachend. Vanuit de overtuiging dat mensen je niet zullen zoeken en zeker niet zullen vinden als ze je niet kennen heeft ze vol ingezet op naamsbekendheid. Zo gaf ze gehoor aan bijna elke uitnodiging en stond ze op menig evenement. “Het gaat dan niet om Corry Dierdorp, maar om IVN. Door de opvallende groene jas van IVN weet iedereen: Oh, IVN is er ook!”, licht ze toe. “Maar we hebben ook veel te danken aan de gemeente Alphen. Zij hebben altijd geholpen en zijn heel goed bezig met burgerparticipatie. Dat helpt natuurlijk wel.”

Het stokje over geven aan de volgende generatie

De komende tijd gaat ze rustig een stapje terug doen. Niet omdat ze nu een lintje heeft, maar omdat ze plaats wil maken voor de volgende generatie. Corry: “Met het oog op de toekomst is het goed als de afdeling jongere mensen aantrekt en dan moet je zeker als PR niet als oude tante maar blijven zitten, haha! Bovendien merk ik nu ik wat vaker thuis ben hoe lekker dat eigenlijk is. Ik heb ineens tijd voor wandelingen, een fietstocht of een dagje in de tuin. Het niet meer zoveel moeten, dat is toch wel heerlijk hoor!

“Maar ik laat niet alles in één keer vallen, daar houd ik niet van. Ik ga het langzaam afbouwen. Als ik mensen leer kennen waarvan ik denk dat ze iets prima zouden kunnen, dan kan ik het stukje bij beetje overdragen. Dat komt meestal vanzelf voorbij, dus laat het maar gebeuren.”

Ze denkt overigens niet dat ze dan helemaal stopt bij IVN: “Ik ga een stapje terug doen, maar blijf zeker betrokken. Misschien doe ik af en toe ook nog wel iets, maar minder gebonden en wanneer het me uitkomt. Ze mogen me natuurlijk altijd vragen om ergens over mee te denken of aan te sluiten bij een brainstorm, maar niet is ook goed hoor!”, sluit ze af.