Archeologie in de etalage!

Wie de kaart bekijkt van de Romeinse Provincie Neder-Germanië (met Keulen als hoofdstad en zich verder uitstrekkend tot Xanten, Nijmegen, Utrecht, Tongeren, Maastricht, Aken en Bonn), ziet dat het gebied dat wij kennen als Limburg in die tijd een stevige infrastructuur heeft gehad. Dit gebied vormde het achterland van de Limes, de grens van het Romeinse Rijk, en daarvan was het oostelijke traject, van Keulen tot Xanten, voor onze voorouders dichterbij dan het noordelijke dat liep van Nijmegen tot aan de Noordzee.1

In tijden van vrede (Pax Romana) zal aan die Limes een levendige handel zijn geweest met Germaanse stammen daar buiten en zullen veteranen van de aan die grens gelegerde legioenen zich daar binnen gevestigd hebben om bij te dragen aan de welvaart en tevens de romanisering van het gebied. De resten van hun Romeins geïnspireerde hoeves (‘villa’s’) zitten her en der in de grond, met name ook in het Geleenbeekdal.

Het samenwerkingsproject Corio Glana, waardoor de Geleenbeek in fases wordt vernieuwd, heeft heel veel grond verzet in een bij Munstergeleen in archeologisch opzicht rijk gebied.

In de jaren 2013-2017 zijn hier de highlights 19 & 18 van Corio Glana uitgevoerd. Het laatste project werd op 4 juli 2017 opgeleverd, niet lang nadat ook de werkzaamheden  aan de riolering in het dorp waren voltooid.

Een van de jongste vondsten (18 juli 2016) betrof een munt uitgegeven (tussen 331-334) door keizer (306-337) Constantijn de Grote. De munt verwees naar de stichting van Rome en het bekende verhaal van Romulus en Remus.

Jan Roymans, projectleider van Bureau RAAP (Archeologisch Adviesbureau) adviseerde deze munt als uitgangspunt te nemen en zo geschiedde.

Het idee van ‘muntmedaillons’ op grote maaskeien was door Bureau RAAP al eerder toegepast en wel langs de Vlootbeek n.a.v. de vondst, 2009, van de muntschat van Montfort.

In ons geval werden zowel de beeldenaar, de godin Roma als personificatie van de Stad, alsook de keerzijde, de zogende wolvin met Romulus en Remus, gebruikt. De maaskei, 2,750 ton, werd beschikbaar gesteld door Consortium Grensmaas, Born. De grote steen verkeert nu in het gezelschap van een achttal andere op een strategische plaats in een landschap dat flink op de schop is geweest maar dat zich in die paar jaar sindsdien heeft ontwikkeld tot een geliefde wandel- en fietsroute. De acht kleinere stenen dragen samen het Latijnse woord LUPERCAL. Als de mensen dit woord googelen, krijgen zij het hele verhaal van Romulus en Remus voorgeschoteld.

Vanaf twee infopanelen (een derde bevat de tekst ‘mede mogelijk gemaakt door’ en de respectieve sponsoren) worden de mensen verwezen naar de drie vitrines in het dorp, ingericht door Marion Aarts (Aarts Advisering Archeologie). Naar de wolvin heeft het pad, dat vanaf het ‘Archeologisch monument Munstergeleen’ over de beek heen leidt naar de Beekdalstraat, de naam ‘Wolvinnepad’ (inderdaad zonder tussen-n omdat er maar één wolvin is geweest die de tweeling heeft gevoed) gekregen. En bij die Beekdalstraat komt nog in deze zomer een Naamse steen te staan met de gebeeldhouwde kop van de Lupa Capitolina, symbool van Rome.

De uitvoering van het Archeologisch monument Munstergeleen heeft bestaan uit een reeks van avonturen:

1. Het verduidelijken van de plannen voor de provincie, het opstellen van een financieel plan

2. Het werven van cofinanciers, o.a. via crowdfunding (www.voordekunst.nl)

3. Het uitzoeken van een maaskei, geschikt om aan weerszijden de muntmedaillons van beeldenaar en keerzijde (25 keer vergroot) op ‘in te laten’

4. Het werken met een ‘groeimodel’: de naam ‘Wolvinnepad’ moest worden voorgedragen aan de commissie naamgeving van de gemeente Sittard-Geleen. De naam werd goedgekeurd nadat een eerder voorstel ‘Romulus en Remusweg’ was afgekeurd wegens ‘te lang’.

Ook de Lupercal-stenen en de kop van de Lupa Capitolina zijn een latere toevoeging, waarvoor apart subsidie moest worden aangevraagd. Dat is de reden dat de wolvinnekop na de onthulling op 11 mei jl. wordt geplaatst (waarschijnlijk in augustus ’19).

5. Het tijdig drukklaar krijgen van de nieuwe versie van het wandelboekje ‘Glana Nova, drie ommetjes langs de vernieuwde Geleenbeek’, dat zich niet beperkt tot de archeologie en de Romeinse tijd, maar ook de prehistorie (bijv. bandkeramiek) en het recentere verleden (m.n. beeldende kunst en architectuur) erbij betrekt, een boekje dus waarin natuur en cultuur hand in hand gaan.

Dat al die avonturen goed zijn afgelopen stemt tot tevredenheid. Het mooist is wel dat het Archeologisch monument Munstergeleen kon worden opgenomen in (de voortzetting van) de wandelroute Glana Nova en tevens zo nauw aansluit bij de actualiteit (vondst van de munt en oplevering highlight 18 van Corio Glana).

Mooi is de reactie van de gemeente op de plaatsing van het monument: ‘Ziet er goed uit; past bij de "robuustheid" van het landschap ter plaatse’.

Mooi is ook dat wandelaars die gebruik maken van het ‘Duuster Steegsken’, omzoomd door ruigte, voortaan weten wat daar in de grond zit en dat zij een afzwaaier kunnen maken naar de vindplaats van de bandkeramische cultuur (LBK = lineaire bandkeramiek) in het Janskamperveld, Geleen.

Het project ‘Archeologie in de etalage!’ loopt nog. Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn dat tal van plaatsen in Limburg in aanmerking komen. Het hoeft bij lange na niet zo uitvoerig als in Munstergeleen en u hoeft het niet allemaal zelf te verzinnen. U kunt te rade gaan bij Bureau RAAP of bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Heerlen en u heeft altijd wel een heemkundevereniging in de buurt die ook ideeën heeft en waarmee u kunt samenwerken. U heeft nog een half jaar (vanaf 01-07-2019) de tijd om in te haken en een heel jaar, 2020, voor de uitvoering.

Misschien heeft u voorjaar 2020 al iets moois staan. Ik kom er graag naar kijken.

Ben Bongers

steen

=====================================================

1 Door wat nu Limburg heet liepen in de oudheid drie wegen of ‘heirbanen’:

1. De heirbaan van Aquae Granni (Aken), Coriovallum (Heerlen), Teudurum (Tudderen), Sablones (Venlo/Kaldenkirchen) naar Castra Vetera/Colonia Ulpia Traiana. Deze weg wordt ook wel Via Traiana genoemd, naar keizer (98-117) Marcus Ulpius Traianus, aan wie ook de laatstgenoemde Colonia (nederzetting en legerplaats) haar naam ontleende. In de middeleeuwen werd de Colonia Ulpia Traiana een bedevaartplaats voor de martelaar Victor en zijn gezellen. Mensen gingen op pelgrimstocht ‘naar de (graven van de) heiligen’ = ‘ad sanctos’ en die woordgroep verbasterde tot ‘Xanten’.

2. De Via Valentiniana (ook genoemd Via Mosae) werd in de 4de eeuw aangelegd op de westoever van de Maas van Traiectum ad Mosam (Maastricht) naar Noviomagus Batavorum (Nijmegen). De naam is ontleend aan keizer (364-375) Valentinianus.

3. De Via Belgica (van Tongeren via Maastricht en Heerlen naar Keulen) verbindt beide boven genoemde wegen.

Op 25 april jl. was er, in voorbereiding op de Romeinenweek 4-12 mei, een bijeenkomst van betrokken partijen. Karen Jeneson, conservator Thermenmuseum, vertolkte bij die gelegenheid het standpunt dat voor Limburg een inhaalslag te maken valt t.o.v. plaatsen die gelegen zijn langs of nabij de noordelijk verlopende limes van Nijmegen tot de Noordzee