Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid
Ouders en Scharrelkids
Kind & Natuur
woensdag12apr2017

Aanvaardbare risico's spelen in de natuur

Klimmen in bomen, slootje springen, speren maken van takken: kinderen spelen graag in de natuur. Maar aan die avonturen kleven ook risico’s. IVN, instituut voor natuureducatie en duurzaamheid, stimuleert kinderen om de natuur zélf te ontdekken, en gaat daarbij uit van aanvaardbare risico’s.

Ongelukjes kunnen gebeuren
Onderzoek wijst uit dat kinderen die veel buiten spelen gelukkiger en gezonder zijn dan hun leeftijdsgenootjes die dat niet doen. Buiten spelen verbetert hun zelfvertrouwen, motoriek en creativiteit. Tijdens het klimmen, klauteren, rennen en spelen ontdekken kinderen hun mogelijkheden en hun beperkingen.
Natuurlijk kunnen er (kleine) ongelukjes gebeuren, zoals uit de boom vallen of in het water. En er zijn planten met risico’s zoals berenklauw, brandnetels en giftige bessen of kinderen kunnen een tekenbeet oplopen. Ouders en begeleiders zijn vaak overbezorgd. Het liefst bannen ze alle risico’s uit. IVN vindt het belangrijk dat kinderen zélf leren omgaan met risico’s, mits die aanvaardbaar zijn natuurlijk. Het maakt kinderen zelfstandig, bewust en vergroot hun zelfoplossend vermogen.

Ontdek, klim, spring
Het is belangrijk om de balans te vinden tussen veiligheid en uitdaging en daarmee verantwoorde risico's. ‘Ga maar, zeg ik altijd’, vertelt Gerda Bonninga, één van de duizenden ervaren IVN-vrijwilligers in Nederland. ‘Ontdek het maar, klim maar in die boom of spring maar over die greppel.’ Bonninga begeleidt in Alphen aan de Rijn twee kindergroepen in de natuur. In de leeftijd van 4 en 8 jaar en 8 en 12 jaar. ‘Ik vind het belangrijk dat kinderen worden uitgedaagd’, zegt Bonninga. ‘Dat ze niet constant worden tegengehouden. Een kind mag best vallen en zich pijn doen, dat hoort bij het proces. Ik heb liever dat ik erbij sta als er iets gebeurt, dan dat kinderen zonder toezicht gaan experimenteren. Bovendien, op straat spelen is veel gevaarlijker met al dat verkeer.’

Plukken, koken en proeven
Met ruim 24.000 leden en vrijwilligers organiseert IVN activiteiten, campagnes en projecten om mensen – jong en oud – bij de natuur te betrekken. Van het vergroenen van zorginstellingen tot slootje scheppen met kinderen. De natuur laten beleven – ruiken, voelen, horen, zien, proeven – staat altijd centraal. Eetbare planten is zo’n excursie. Bonninga vertelt: ‘Wij plukken met de kinderen brandnetels om soep van te koken, of we laten look-zonder-look proeven, wat een sterke ui-smaak heeft. Verder maken we van de bloemblaadjes van rode klaver, geel koolzaad en blauwe korenbloem “confetti-boter”. Het blad van fluitenkruid is lekker in een salade of in een omelet. Toch is de natuur als supermarkt niet zonder gevaren: wie zich verwart met dubbelganger de gevlekte scheerling, heeft geen fijne uren voor de boeg. De coniine in de scheerling werkt blokkerend op het ruggenmerg, wat fataal kan zijn.
‘Wij leren kinderen dat er veel eetbare planten in onze natuur te vinden zijn, dus dat je niet van de honger hoeft om te komen als je verdwaald bent’, vertelt ze lachend. Maar we zeggen er ook bij dat ze nóóit zelf iets mogen proberen. Op jonge leeftijd kunnen ze niet goed beoordelen of ze de juiste plant voor zich hebben.’

Knolamaniet
Paddenstoelen zijn ook zo’n bezienswaardigheid in de natuur. ‘Kinderen denken vaak dat aanraken al gevaarlijk is’, weet Bonninga. ‘Ik vertel dat ze best voorzichtig mogen voelen, als ze thuis maar goed hun handen wassen en niks binnen krijgen. Anders kunnen ze diarree krijgen.’ In Nederland groeit een aantal giftige paddenstoelen. Zelfs één van de giftigste ter wereld is hier te vinden: de groene knolamaniet. Daarvan kan een klein hapje al fataal zijn.

Speren en pijl en bogen
Bij bepaalde activiteiten hebben Bonninga en haar collega-begeleiders duidelijke regels en instructies vooraf, bijvoorbeeld voor het hanteren van messen. ‘Soms maken we van takken speren of pijl en bogen. Dat vinden vooral de jongens geweldig! We leren van tevoren dat ze een mes altijd met het handvat naar voren aangeven en je altijd van je af slijpt.’ Ook bij bomen klimmen blijft Bonninga er vaak bij staan om te kijken of kinderen niet te hoog gaan. Er zijn altijd begeleiders aanwezig met een BHV-diploma.

Koelen met lauw water
Grote ongelukken heeft Bonninga in al die jaren niet meegemaakt. Wel heeft een kind zich onlangs gebrand aan een houtbrander, bij het graveren in hout. Dat was even schrikken. ‘De basisregels kennen we,’ vertelt Bonninga. We hebben de brandwond ruim 10 minuten met lauw water gekoeld. In het bezoekerscentrum waar we zitten, is ook een Buiten Schoolse Opvang gevestigd. Hier zijn ook mensen aanwezig met een BHV- en/of EHBO diploma. En natuurlijk hebben we de ouders van het kind ingelicht over het ongeluk’.