Natuur in de Buurt
woensdag15apr2020

Wat doet de coronacrisis met wilde dieren?

Uitbundig zingende merels, helder water in de grachten: de stedelijke natuur gedijt goed onder de coronacrisis. Al zijn er ook dieren die de mensenmassa op straat juist missen. 

Een ‘groots ecologisch experiment’ noemt stadsecoloog Geert Timmermans (63) de coronacrisis voor de Amsterdamse stadsnatuur. Doordat het veel stiller is in de stad, zijn niet alleen in Wuhan, maar ook in Amsterdam de ­vogels veel beter te horen. “Doordat er minder verkeer en mensen op straat zijn, valt hun gezang meer op.”

Timmermans vertelt dat hij de kikkers in zijn tuin nu ook beter hoort. “Normaal wordt dat overstemd door het ­geruis van de auto’s en het geklingel van de trams op de Middenweg. Onderschat ook het afgenomen vliegverkeer niet. Daarnaast is de lente begonnen: mannetjesvogels zoals merels, zanglijsters, roodborsten, heggenmussen, winterkoninkjes en pimpelmezen zingen nu uit volle borst.”

Roodborst

Vissen en fietswrakken

Doordat er in Venetië geen grondels meer in de kanalen varen, blijft het slib dat normaal door motoren wordt om­gewoeld, op de bodem van de kanalen liggen en is het ­water weer helder. In Amsterdam is het grachten­water nu ook meetbaar helderder door het stilliggen van de rondvaartboten en ander vaarverkeer. Waar het doorzicht op de ­Herengracht bij de Gouden Bocht normaal in april tot 70 centimeter is, is dat nu al 1,5 meter, zegt een Waternet­medewerker. Waternet meet wekelijks het doorzicht, op een wetenschappelijke manier, door een witte schijf in het water te laten zakken. Uit berekeningen blijkt dat er met dit doorzicht voldoende licht op 2,5 meter komt om eventuele zaden in de waterbodem te laten ontkiemen.

Verder lezen? Bekijk de rest van dit artikel op de website van Het Parool.

Dit artikel is op 10 april 2020 gepubliceerd in Het Parool. 

Tekst: Kirsten Dorrestijn en Janneke Juffermans