IVN
donderdag30jan2020

Veldwerk bij De Veldhoeve

Midden in de Drentse natuur, vlakbij museumdorp Orvelte, ligt de IVN-accommodatie ‘De Veldhoeve’. Hier start een leerzaam avontuur voor een groep studenten van de opleiding Toegepaste Biologie: hun eerste veldwerkweek.

Biologen in spé bij De Veldhoeve

'Voor mij is alles nieuw, dit zie ik echt nooit in Amsterdam’, zegt Thomas, terwijl hij een blad van de vogelkers plukt. Thomas is een van de studenten van de opleiding Toegepaste Biologie, die vandaag naar het Drentse Orvelte is gekomen. De eerstejaars zijn bewapend met een flinke dosis enthousiasme en dikke boeken, maar voor de meesten is het ontdekken en determineren in de praktijk een nieuwe stap.

Om ons heen ligt een weids, groen landschap, omringd door bos. De Veldhoeve, waar de groep de komende drie dagen doorbrengt, is een oude boerderij met mini-tentoonstelling en buitenlokaal in één. Veel schoolgroepen komen hier al jaren. Het Veldstudiecentrum is een perfecte locatie om biologen en geografen in spé kennis te laten maken met het oeroude Drentse landschap. Docenten kunnen hier een training krijgen en de werkweek helemaal zelfstandig begeleiden. Zo ook vandaag. Het is een totaal andere omgeving dan bij AERES Hogeschool in Almere, waar de meeste studenten in de buurt wonen.

Veldhoeve

‘Corvee en geen drank'

Als alle studenten zijn gearriveerd, staan ze in een grote groep buiten te wachten. Docent Eelco Petstra klimt op de houten picknicktafel om de verwachtingsvolle studenten toe te spreken. Bij de woorden ‘geen drank’ en ‘corvee’ klinkt hier en daar een diepe zucht. Maar zodra Petstra naar de oude boerderij wijst en vertelt dat de studenten daar slapen, slaat het zuchten om in enthousiast geroezemoes. Het waait: een studente ritst haar regenjas dicht. Petstra: ‘We gaan buiten verschillende onderzoeken doen en jullie
gaan veel zelfstandig en in groepjes aan het werk. Het wordt natuurlijk leerzaam, maar vooral ook leuk!’

Zodra Petstra in zijn handen klapt, gaat er een optocht van koffers, tassen en druk kletsende studenten richting de slaapzaal. Voor de boerderij staan houten bakken met planten, kruiden en groenten. Ook hangt er een insectenhotel. Aan de gevel van het gebouw van het IVN-kantoor hangen zeker tien vogelhuisjes. Terwijl de studenten hun bed opmaken, vertelt Petstra dat iedere student zijn of haar eigen motivatie heeft om mee te doen aan deze veldwerkdagen. ‘Sommige studenten worden ecologisch adviseur, anderen gaan juist meer richting de veredeling van planten. Maar soms ook iets heel anders. Zo heeft de opleiding net de eerste “speeltuinbioloog” afgeleverd. Deze student deed onderzoek naar de effectiviteit van natuurlijke speeltuinen op de gezondheid van kinderen.’

Het landschap lezen

Als de slaapzaal is ingericht, wordt de groep in tweeën gesplitst. Op het moment dat de ene helft op de fiets wil stappen, komt de regen ineens met bakken uit de lucht. Ook dat hoort bij het echte veldwerk. Terwijl de leerlingen schuilen bij de oude boerderij, vertelt student Jurgen vol enthousiasme over zijn toekomstige vakgebied: ‘Mijn klasgenoten vinden dieren vaak het tofst, maar ik vind planten echt leuker.’Na tien minuten is het droog en starten de studenten vol goede moed de vijftien kilometer lange speurtocht, met een ‘ouderwetse’ topografische kaart op zak. Ze leren het landschap kennen door om zich heen te kijken. Verschillende keren stappen ze van hun fiets om de omgeving op zich te laten inwerken. Hoe zie je of dit stuk bos natuurlijk is of juist is aangelegd? En hoe zou dit heidegebied er over vijftig jaar uitzien, als er geen Schotse Hooglanders zouden lopen? Druk pennend verzamelen de studenten hun antwoorden. Op naar de volgende plek!

Bij terugkomst in De Veldhoeve krijgen de studenten eerst een korte rondleiding door het gebouw. Bij de ingang staan allerlei informatieborden en bodemmonsters, die precies weergeven welke verschillende typen het Drentse landschap bevat. Een paar studenten steken hun hoofd om de hoek van de berging, waar schepnetten, grondboren en andere veldwerkmaterialen staan. De praktijkruimte vol opgezette dieren, tekeningen van planten, wasbakken en reageerbuizen zullen de studenten pas in mei gebruiken, wanneer ze voor een tweede veldwerkweek langskomen. Dan verdiepen ze zich in het onderwerp fauna.

Veldhoeve

Vleesetende planten en zonnende adders

De andere helft van de groep gaat aan de slag met het determineren van flora. In het lokaal luisteren de leerlingen muisstil naar een ervaren ouderejaars, die uitleg geeft over de hoofdsleutel. Dat is een soort vragenlijst die net zo werkt als een zoekkaart, maar dan veel uitgebreider. Een handig hulpje om soorten te herkennen. ‘Determineren is een vaardigheid die je echt moet oefenen. Ga het dus niet uit de weg, maar train je erin’, zegt hij. Hij legt uit dat je ervoor moet zorgen dat alle kenmerken van planten in gedroogde toestand goed zichtbaar blijven: de vorm van de plant, het blad, de bloem, bloeiwijze en vruchten. Dit doe je door de plant tussen een stapel papier te leggen, op een droge plek, eventueel met wat gewichten erbovenop. Zo droogt de plant sneller en wordt hij mooi plat.

Tijdens het buitengedeelte van de les, stormen de studenten alle kanten op om bladeren uit de omgeving te verzamelen. Alleen de planten waarvan er veel op een locatie staan, mogen worden geplukt. Hanne wrijft voorzichtig met haar vinger over een plant. ‘Het voelt een beetje houtachtig,’ zegt ze. Dan is het sowieso een boom of een struik, concludeert ze. De studenten stappen met blosjes op de wangen het klaslokaal weer binnen. Op tafel leggen ze dennennaalden, eikenbladen en een heleboel onbekendeplanten neer. Tijdens het determineren is het helemaal stil in het lokaal: alleen het geritsel van de vers geplukte bladeren en de dikke floraboeken die ijverig worden doorgespit is te horen. De studenten brengen de theorie direct in de praktijk. Termen als ‘dubbelgezaagd’ en ‘enkelgeveerd’ vliegen over en weer. En voor wie niet weet wat dat betekent, ligt er een botanisch woordenboek.

Leo van der Sluijs, docent Ecologie en Morfologie, kijkt geamuseerd de klas rond. ‘Weet je wat zo leuk is?’ vraagt hij. ‘De omgeving van Drenthe is echt een zeldzaam landschapstype. Ieder jaar komen we weer bijzondere dingen tegen: vleesetende planten, zonnende adders of een keer een vleermuis die zich had verscholen in een bijenhotel. Zoiets hebben veel studenten nog nooit gezien, dus dan wordt er volop gefilmd met de mobieltjes.’ Leo kijkt glimlachend naar de groep. ‘Doordat we op een andere locatie zijn, merk ik ook dat – zeker leerlingen uit het eerste jaar – zich sneller op hun gemak voelen. Weg van het schoolse. Zo heb je als docent ook even tijd om ze persoonlijk beter te leren kennen.’

Veldhoeve

Reizend herbarium

Merlijn heeft gedroogde bladeren tussen zijn floraboek zitten. ‘Dat is handig, dan kan ik in de trein verder determineren.’ Hij wijst op een gekarteld blad in het boek. ‘Dit zijn bladeren van de hulst, maar ik weet niet altijd hoe een soort heet. Dan mogen we zelf een naam bedenken voor de plant. Laatst vonden we een plant, iets met muts. Die hebben we gewoon ‘de groene muts’ genoemd. Met zo’n koosnaampje is het makkelijker om later de échte soortnaam op te zoeken.’ Voor de rest van de week staat er nog een hoop op het programma. Vanavond krijgen de studenten een presentatie over het Drentse landschap van IVN’er Wim Meijberg. Ook gaan ze nog bodemonderzoek doen, verzamelen ze gedroogde planten voor hun herbarium en brengen ze – na het corvee – de avonden rond het kampvuur door. Met een hoofd vol mooie herinneringen en een herbarium vol met planten, nemen de leerlingen afscheid van de Veldhoeve. Tot in het nieuwe jaar!

Ook naar De Veldhoeve?

Naast educatieve programma’s voor scholen is er nog veel meer mogelijk bij De Veldhoeve in Orvelte. Diverse IVN-afdelingen organiseren er bijvoorbeeld een weekend van de Natuurgidsenopleiding. Benieuwd naar de mogelijkheden voor een week(end), vergadering of feestje met jouw IVN afdeling, vereniging of familie? Kijk voor meer informatie op ivn.nl/veldhoeve.

Foto's: Holly Klein Oonk