IVN
maandag06jul2020

Doodgewone soorten zijn niet meer zo alledaags

Terwijl natuurminnende Nederlanders zich zorgen maken om de vuursalamander en het korhoen, verdwijnen achter onze rug om algemene soorten zoals de spreeuw en de kokmeeuw.

Focus verleggen

‘We hebben ons lange tijd gefocust op bijzondere soorten in bijzondere natuurgebieden’, stelt Robert Kwak, programmaleider bij de Vogelbescherming en geestelijk vader van het idee van basiskwaliteit natuur. ‘We waren de basis uit het oog verloren. Ook soorten buiten de natuurgebieden, waarvan je nooit dacht dat ze het moeilijk hadden, beginnen te verdwijnen.’ Voorbeelden te over. ‘Neem de kleine vos, een doodgewone vlinder die je vroeger overal zag. Die is nu steeds zeldzamer, net als andere vlindersoorten.’ De oorzaak? Er zijn steeds minder nectarplanten. ‘Je ziet nergens meer wat in bloei staan in Nederland, gechargeerd gezegd. Daarnaast is gif een probleem, dat frustreert het verpoppingsstadium van de rupsen.’ Een ander schrijnend geval: de spreeuw. Kwak: ‘Er werd lang gedacht dat ze geen nestgelegenheid meer vonden, maar het lijkt toch vooral een voedselkwestie. Er zijn steeds minder wormen en insecten.’ Zelfs een vogel als de kokmeeuw heeft het moeilijk. ‘We weten niet precies hoe dat komt. Ontwatering van het landschap en het afdekken van vuilstortplaatsen wordt als verklaring wel genoemd.’

Een legio aan oorzaken, maar één ding gemeen

Zo zijn er nog veel meer algemene soorten die achteruit gaan, onder andere de torenvalk, kievit, scholekster, waterhoen, boerenzwaluw en kleine vos. De oorzaken zijn legio – gif, ontwatering, bemesting, vernietiging van leefgebied, vervuiling – maar hebben één ding gemeen: ‘De kern is dat de exploitatie van het landschap buiten de natuurgebieden zó extreem is, dat er geen ruimte overblijft voor natuur.’ Vanuit die constatering kwam Kwak tot zijn idee van basiskwaliteit natuur. Technisch geformuleerd: ‘De condities die het leefgebied van planten en dieren bepalen, moeten op een bepaald minimum blijven om ervoor te zorgen dat de biodiversiteit minstens stabiel blijft.’ Geen verdere verslechtering dus. Waar het in de praktijk op neerkomt, is duurzaam gebruik van het landschap. Uitgangspunt is dat die algemene, doodgewone soorten dat blijven, of weer worden.

Basiskwaliteit

Het minimum dat je wilt, die basiskwaliteit, stel je per gebied afzonderlijk vast. ‘Bij een orchideeënweide in een natuurgebied hebben we het niet over basiskwaliteit, maar bijzondere kwaliteit. Daar moet je absoluut geen gif willen gebruiken. Maar op een weiland of akker is het anders. Moet er dan vanwege economische belangen gif gebruikt worden, bijvoorbeeld om distels te verdelgen, dan kan dat, maar dan wel zo lokaal en kort mogelijk, om de basiskwaliteit in stand te houden. Het gaat erom de condities voor de natuur zo veel mogelijk te optimaliseren. Overigens blijkt uit veel recent onderzoek, onder meer het bekende onderzoek naar insectensterfte, dat je de bijzondere kwaliteit van natuurgebieden nooit haalt als de basiskwaliteit in de omgeving van dat gebied niet op orde is.’

Kwestie van omdeken

Kwak publiceerde twee jaar geleden voor het eerst over het concept en inmiddels is het de basis onder alles wat de Vogelbescherming doet. ‘Een campagne voor de grutto, lobbywerk in Brussel, gesprekken met boeren: we doen het allemaal vanuit dezelfde aanpak. Met gemeenten bespreken we bijvoorbeeld dat ze hun bermen niet maaien tijdens de bloeiperiode, als bijen en vlinders van de bloemen afhankelijk zijn.’ Valt het hem niet zwaar dat zulke basale inzichten als geen wilde bloemen maaien nog expliciet benoemd moeten worden? ‘Tja, de meeste gemeenten hebben geen ecoloog in dienst. Ze zijn gewend om te sturen op netjes en goedkoop, niet op ecologisch bermbeheer. Het is een kwestie van omdenken voordat je die natuurkwaliteit gaat herkennen.’

Wegberm

Ons eigen overleven

Basiskwaliteit natuur is niet alleen een begrip voor natuurbeschermers en overheden. Vogelbescherming is in gesprek met IVN, KNNV, Natuurmonumenten, Landschappen NL, Soorten NL en Milieufederaties om vrijwilligers in deze denkwijze te trainen en bijvoorbeeld een campagne-toolbox op te zetten. ‘We willen oproepen en faciliteren om op lokaal niveau de politiek aan te spreken op het realiseren van basiskwaliteit. En om de publieke opinie te veranderen. Want iedereen kan bijdragen. Stel je eens voor wat er gebeurde als mensen hun gazons toch eens lieten uitgroeien in plaats van telkens te maaien. Dan krijg je er duizenden hectaren bloemrijk grasland bij. We hebben echt heel veel invloed. Brussel bepaalt misschien wel dat een bepaalde onkruidverdelger is toegestaan, maar uiteindelijk ben je het zelf die de dop van de fles draait. Je hoeft het niet te doen!’

Een overlevingsvraagstuk   

Wie van Robert Kwak een mailtje krijgt, ziet onder de e-mailhandtekening ‘En voorts ben ik van mening dat overal tenminste de basiskwaliteit voor natuur moet worden gerealiseerd en gehandhaafd.’ Het is zijn stokpaardje, dat hij altijd zal blijven herhalen. ‘Een Thiemetje noemen we dat’, lacht Kwak, naar de vorige Partij voor de Dieren-voorzitter die steevast een debat afsloot met ‘voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.’ Weer serieus: ‘Maar we moeten basiskwaliteit natuur niet politiek maken. Het is niet links of rechts, geen politiek vraagstuk, maar een overlevingsvraagstuk. We zijn afhankelijk van natuur voor vruchtbare bodems, drinkwater, bestuiving, kustbescherming – alle bekende ecosysteemdiensten. Dus uiteindelijk bepaalt de basiskwaliteit natuur de randvoorwaarden van ons eigen overleven.’

SpreeuwTeskt: Paul Q. de Vries
Illustraties: Heske van Doornen

Dit artikel verscheen eerder in de zomereditie van Mens & Natuur magazine.
Wil je ook het Mens & Natuur Magzine ontvangen? Voor € 24 per jaar ben je al lid van IVN en ontvang je naast 4x per jaar ons magazine ook korting in onze webwinkel (geldt niet voor boeken) en kun je gratis of met korting deelnemen aan onze activiteiten, cursussen en workshops.

Ja, ik word lid