Tiny Forest
Kind & Natuur
donderdag22sep2016

'Die boom is nog groter dan m’n vader!'

‘Wat is het bos groot geworden!’ roepen kinderen van Vrije School Zaanstreek als ze aankomen bij ‘hun’ Tiny Forest: het Groene Woud. Afgelopen december hielpen zij met het planten van dit bijzondere minibos. Nu gaan ze zelf onderzoeken hoe hard het bos is gegroeid, hoe de samenstelling van de bodem is en wat er allemaal in het Groene Woud leeft.

Welk bos groeit sneller?

Ook leerlingen van OBS De Gouw komen langs voor een buitenles. Zij plantten een net zo groot bos, maar dan volgens een andere methode. Dit werd het Gouwse Bos. Tot een maand geleden groeide het Gouwse Bos sneller dan het Groene Woud, maar nu lijkt het tij gekeerd. De leerlingen observeren: ‘De bomen zijn niet énorm hoog, maar wel allemaal éven hoog. Precies zoals de bedoeling was! In het andere bosje zijn sommige bomen heel hoog geworden en andere juist heel laag gebleven.’

Nadat Flip Valk van het Zaans Natuur- en Milieucentrum de opdrachten heeft uitgelegd, begint Jytte (11) fanatiek met meten: ‘Wow, drie meter! Die boom is nog groter dan m’n vader!’ Flip heeft allerlei methodes in petto om de bomen te meten. Met een meetlint of een echte bomenmeter, of met je eigen lichaam. ‘Als je tussen je benen doorkijkt en naar achter loopt tot je de top van de boom ziet, kan je makkelijk uitrekenen hoe groot de boom nu is. Vergelijk dat maar eens met de boompjes van 80 centimeter, die we vorig jaar hebben geplant!’

Tiny Forest grondboor

Boren in de grond en zoeken naar beestjes

Ook het onderzoeken van de bodem met een enorme grondboor is spannend. De jongens uit groep 8 laten hun spierballen zien en jagen de boor steeds dieper de grond in. Tot ze op veen stuiten. ‘Dat is echt ontzettend oud’, vertelt Flip. Of de bodem veranderd is na de aanleg van het minibos, is nog lastig te meten. Wel vinden de kinderen allerlei insecten in de bomen. De één schudt aan de tak, de ander houdt een witte paraplu onder de boom. Er valt van alles in. ‘Een spin!’, roept Nina. ‘En een larve van een lieveheersbeestje, denk ik.’

De leerlingen denken tijdens deze buitenles ook na over wat ze van het bos vinden. Welk bos is beter gegroeid, en welk bos vinden ze mooier? Fenne en Indy (beide 11) zijn druk in gesprek. Het Gouwse Bos heeft meer kleuren en allerlei besjes. ‘Dat bos is wel gezelliger’, vindt Fenne. ‘Maar ons bos is bijzonderder, want dat hebben we zelf aangelegd. En volgens de speciale methode van die meneer uit India, echt cool.’ ‘Dat maakt het bos extra spannend en speciaal’, zegt Indy.

Boomhutten maken

Als afsluiting gaan de kinderen in gesprek over bossen in de stad. Wat vinden ze daarvan? Zil (12) weet zeker dat er meer bossen in de stad moeten komen. ‘Bossen zijn veel mooier dan huizen en straten. En in bomen kun je boomhutten maken.’ Maar, vindt hij, dan moet er geen hek om het bos staan, zoals nu bij het Groene Woud nog wel het geval is. Gelukkig gaat het hek over twee jaar weg. Zil en z’n vrienden hopen dat de bomen dan hoog genoeg zijn om een mooie boomhut in te bouwen.