IVN Natuurweetjes
(Zoog)dieren
donderdag07jan2021

IVN Natuurweetje: Speuren naar sporen

Tijdens een fijne winterwandeling in de natuur zouden we maar al te graag oog in oog komen te staan met wilde dieren. Een hert over het pad zien springen, een uil in een boom of een haas die door het veld springt. Helaas laten dieren zich meestal niet graag zien. Wel kan je erachter komen wélke dieren er precies in de omgeving rondstruinen, want dierensporen zijn makkelijker te vinden. Ga speuren naar dierensporen en ontdek welke dieren je niet ziet maar er wel degelijk zijn!

Welke sporen zijn er te vinden?

Een spoor is alles wat een dier achterlaat als het ergens is geweest. Als je goed rond kijkt kun je overal sporen ontdekken. In de winter is het extra makkelijk om sporen te ontdekken; de bomen zijn kaal waardoor alles beter zichtbaar is en als er een laagje sneeuw op de grond ligt vallen voetafdrukken en uitwerpselen extra op. Ga daarom een lekkere wandeling maken in de natuur en kijk of je een van onderstaande sporen tegenkomt.

diersporen

Voetafdruk

Weet jij welk dier bij welke afdruk hoort? Je komt erachter door goed op een aantal dingen te letten:

Vogelsporen

Zie je een afdruk met duidelijke zwemvliezen? Dan weet je meteen dat die van een watervogel is, zoals de wilde eend of een zwaan. Andere vogelsporen zijn moeilijker uit elkaar te halen.

  • Is de achterste teen korter dan de voortenen? Dan is het waarschijnlijk een reiger.
  • Zijn alle tenen even lang en is de afdruk groter dan vijf cm? Dan is het waarschijnlijk een duif of een kraai. 
  • Zijn alle tenen even lang en is de afdruk kleiner dan vijf cm? Dan is het van een klein vogeltje zoals een mus of een vink

Hoefdier sporen

In Nederland zijn er vier soorten wilde hoefdieren; het edelhert, de ree, de damhert, en het wild zwijn. De afdrukken zijn goed van elkaar te onderscheiden. De Zoogdiervereniging legt deze verschillen uit.

Roofdier sporen

De sporen van katten, honden, vossen, dassen en hermelijnen lijken op elkaar. Als je goed kijkt zijn er wel verschillen:

  • Zijn er vier teenkussens te zien? Dan is de volgende stap om te kijken of je ook nagels ziet. Geen nagels? Dan gaat het om een kat. Wel nagels? Dan gaat het om een hond of vos. De afdruk van een vos heeft tussen de teenkussens en het middenvoetkussen veel ruimte, bij een hond is er weinig ruimte.
  • Zijn er vijf teenkussens te vinden? Dan kan je vervolgens kijken naar de kant waar de nagels naartoe wijzen. Het gaat hierbij waarschijnlijk om een marterachtige. Wijzen ze bijvoorbeeld allemaal naar voren? Dan gaat het om een das. Wijst er eentje naar de zijkant? Dan gaat het om een hermelijn.

Sporen van kleine dieren

Zie je veel afdrukken bij elkaar, dan gaat het waarschijnlijk om een klein dier met korte pootjes. Voorbeelden van zulke dieren zijn konijnen-, egel-, eekhoorn- en muizenpootjes tegenkomen. Zo onderscheid je ze:

  • Konijnen hebben twee grote achterpootjes en twee kleinere voorpootjes.
  • Egels hebben vijf lange tenen die iets uit elkaar staan.
  • Eekhorens hebben vier lange tenen die niet zo ver uit elkaar staan.
  • Muizen hebben kleine teentjes die iets uit elkaar staan.

diersporen

Poep- en vraatsporen

Ook door middel van poep en vraatsporen kun je zien welke dieren er in de omgeving te vinden zijn. Dieren zoals boommarters en vossen maken sliertachtige drollen, konijnen en herten daarentegen leggen keutels. Maar hoe een dier aan voedsel komt, levert ook diersporen op. Zoals een aangeknaagde boom of een aangevreten prooi of een kaalgevreten dennenappel.

diersporen

diersporen

 

Diersporen zoekkaart

Neem de verschillende herkenningstips mee tijdens je wandeling met de diersporen zoekkaart.

 

 

 

Over IVN Natuurweetjes

Vergroot jouw kennis over de natuur. Hier vind je allerlei interessante weetjes over planten, insecten en dieren.

Naar de IVN Natuurweetjes