Groen Dichterbij
Natuur in de Buurt
dinsdag09jan2018

Groeipijnen van buurtmoestuinen

Veel buurtmoestuinen bestaan langer dan twee jaar en zijn de grote kinderziekten voorbij. Ze zijn bezig om de volgende stap te maken in hun ontwikkeling. Met deze stap komen nieuwe vragen naar boven. Wat is er nodig om het initiatief op lange termijn te behouden en of uit te bouwen (draagvlak, vrijwilligers, verdienmodellen, netwerken, samenwerking, etc.)? En welke partijen kunnen daar eventueel bij ondersteunen.

Wageningen University & Research heeft onderzoek gedaan naar de groeipijnen van buurtmoestuinen. In dit onderzoek is gekeken naar de ontwikkeling van buurtmoestuinen na de opstartfase en naar pijnpunten waar moestuinen tegen aan lopen.

Groeifase moestuinen

Als een buurttuin eenmaal opgestart is en de randvoorwaarden geregeld zijn groeien buurtinitiatieven vaak door. In de tweede fase groeien de leden, verantwoordelijkheden worden groter en sommige voorzieningen voldoen niet meer. Buurttuinen gaan op verschillende manieren met deze uitdagingen om. Soms groeien taken en verantwoordelijkheden boven het hoofd en wordt dat wat eerst energie gaf een last.

Kwetsbaarheden

In het onderzoek komen vier pijlers naar voren die de kwetsbaarheid van een buurtmoestuin bepalen. Hoe groter de kwetsbaarheid van een buurtmoestuin, des te groter de kans is dat de tuin binnen afzienbare tijd stopt.

  1. Leiderschap: leiderschap hangt sterk samen met kennis van tuinieren, goede sociale vaardigheden en beschikbare tijd om te investeren in de tuin. Leiders nemen veel verantwoordelijkheid op zich bij het oplossen van problemen op de tuin. Goede sociale vaardigheden blijken cruciaal voor het inspireren en bijeenhouden van de groep. Vaak worden oplossingen gezocht om verantwoordelijkheden te delen.
  2. Financiën: een duurzaam financieringsmodel is nodig voor het voortbestaan van een tuin. Vooral bij tuinen met hoge lasten (pacht of huur). Dit blijkt een uitdaging, omdat niet iedereen even bekend is in fondsenland. Andere oplossingen als het heffen van contributie worden gezocht.
  3. Locatie: Veel buurtmoestuinen zijn op tijdelijke locaties gehuisvest zoals braakliggende terreinen. Met de aantrekkende economie begint ook de bouw weer aan te trekken, wat concurrentie is voor een buurttuin. Dat betekent stoppen, of op zoek naar een nieuwe locatie.
  4. Tijd: ‘Moeten’ (de noodzakelijke organisatorische taken) gaat overheersen op ‘willen’ (de hobby, het tuinieren of ontmoeten).

Behoeften

Uit het onderzoek blijkt dat buurtmoestuinen behoefte hebben aan ondersteuning en daarbij komen twee duidelijke vragen naar voren:

  1. Er is behoefte aan een netwerkorganisatie waar buurtmoestuinen kennis en ervaringen kunnen uitwisselen. Op deze manier kan voorkomen worden dat elke buurtmoestuin ‘het wiel opnieuw uitvindt’.
  2. Er is behoefte aan kennis over duurzame financieringsmodellen voor buurtmoestuinen. Veel buurtmoestuinen hebben het financieel moeilijk en zijn (teveel) afhankelijk van dalende overheidssubsidies.

Aanbevelingen

Op basis van de bevindingen doen de onderzoekers een tweetal aanbevelingen. Volgens hen zouden een digitale helpdesk in combinatie met een toolbox initiatieven de ondersteuning kunnen bieden die ze nodig hebben.