De Appelgaard

“Als je idee niet op een bierviltje past, moet je er niet aan beginnen.” Deze uitspraak kenmerkt de drie dames die in het Groningse Westerbroek een oude boomgaard in ere hersteld hebben. Samen met Caren Dieterman, Linda Bodewes en Manou de Vries loop ik richting de Appelgaard.

“De brandnetels reikten tot boven onze hoofden”                           

“Het gebied is eigendom van Natuurmonumenten. Maar omdat zij in het gebied lange tijd de natuur haar gang heeft laten gaan, was het ontoegankelijk geworden voor mensen. Wij vinden dit een uniek stukje Westerbroek en ons plan was dan ook simpel: ‘we gaan de Appelgaard weer begaanbaar maken.’ We hebben toen contact gezocht met Natuurmonumenten om te kijken of we er iets aan mochten doen. Toen ze overtuigd waren, zijn we aan de slag gegaan.”

“Om het weer open te stellen voor publiek was er een wandelpad nodig. Dat lijkt makkelijk, maar het was hier één grote wildernis. De brandnetels reikten tot boven onze hoofden en het gebied beslaat een flinke oppervlakte. We hadden dus wel degelijk materiaal nodig. Om dat te financieren hebben we meegedaan aan een gemeentelijke prijsvraag. De beste drie buurtinitiatieven kregen een geldprijs. Gelukkig werden we derde! Met het aangeschafte materiaal konden we beginnen met maaien, snoeien en knippen. Een zitmaaier staat nog wel op ons verlanglijstje, dus daar blijven we voor sparen en lobbyen. Dat kost wat moeite en tijd, maar we houden hoop. We bleven contact houden met Natuurmonumenten, en zij hebben ons telkens op het hart gedrukt om vooral niet te veel hooi op onze vork te nemen. Dat hebben we dus ook niet gedaan. Vrij snel hadden we het wandelpad gerealiseerd. Er zijn nog wel wat ideeën, maar we focussen ons nu vooral op het onderhoud van de Appelgaard. Dat betekent dat we af en toe de bomen snoeien en dat we het pad vrijhouden. We zijn maar met z’n drieën en met onze drukke levens is dat een haalbaar streven.”

“Het is een stukje erfgoed”                                                        

“Twee keer per jaar is het hier druk. Met Burendag en NLdoet zorgen we dat er hier van alles te doen is. Voornamelijk gaat het er natuurlijk om zoveel mogelijk appels te oogsten. Maar het is voor ons vooral een manier om de dorpsgenoten kennis te laten maken met deze tuin. Mensen wisten in het begin niet dat het openbaar was, daarom heeft Natuurmonumenten er ook een bordje geplaatst. Gek genoeg wordt de Appelgaard nog maar weinig ‘gevonden’. De vraag is of dat erg is. Westerbroek is een bijna idyllisch dorpje waar het aan allerlei soorten natuur niet ontbreekt. Tóch is dit een stukje erfgoed, wat bij het dorp hoort, vinden we. Voor de kinderen hebben we met wilgen twee hutten gebouwd, één voor de jongens en één voor de meisjes. Het onderhoud daarvan heeft niet echt onze prioriteit omdat de kinderen misschien liever op andere plekken spelen; er is genoeg speelnatuur in het dorp . We vinden dat ook eigenlijk niet zo erg, zoals gezegd: we houden het simpel, om onszelf een beetje te beschermen. Bovendien, onze aandacht ligt nu bij het behoud van de basisschool in Westerbroek. Die dreigt te sluiten en dat vereist ook weer actie en inzet.”

“We zijn niet alleen”                                                                                     

“Gelukkig zijn we niet helemaal alleen. We merken dat veel buren bereid zijn om af en toe een beetje mee te helpen. Zolang je maar niet gaat roepen om structureel vrijwilligerswerk is er altijd wel iemand die iets wil doen. Zo zijn er bijvoorbeeld twee hoveniers in het dorp die de omwonenden hebben leren snoeien en regelmatig zelf ook aan de slag gaan in de gaard! En er zijn een paar handige mannen die hun hand niet omdraaien voor wat timmerwerk, gelukkig. Er bleek op het terrein ook nog een imker te werken. Hij was aanvankelijk een beetje bang dat er door de openstelling wat conflicten zouden ontstaan tussen bij en kind, maar het tegenovergestelde gebeurde: kinderen vinden zijn werk juist fascinerend!” De dames praten nog wat over het dorp waar ze zo van houden, en dat er altijd wel iets te verbeteren valt, altijd iets om voor te vechten. In gedachten benoem ik ze tot de Drie Groningse Musketières. Dan nemen Linda en Manou afscheid.

Caren neemt me nog mee langs het ‘dorpsommetje van Westerbroek’. Ze laat me het petgat zien, de moestuintjes, de drassige veenpaadjes door het bos en het witte dorpskerkje. Het was dan wel een lange reis, maar dit had ik niet willen missen.