Grijs, Groen & Gelukkig
Gezondheid
woensdag05jun2019

Dieren toveren een lach op het gezicht

Kersvers medisch biologe Renske van Os had altijd al een hart voor dieren. Haar specialisatie Science in Society brengt wetenschap dichter bij de maatschappij. Voor haar scriptie zocht ze een onderwerp waarbij dieren én mensen een belangrijke rol speelden. Zo kwam ze terecht bij IVN’er Rutger de Graaf die voor Grijs, Groen & Gelukkig in twee zorgcentra in Zaandam de ouderenzorg vergroent onder andere door de inzet van dieren. Maar hoe werkt dat, dieren in zorgcentra?

Wat vind jij het mooiste effect van dieren op ouderen?

‘De positieve invloed van dieren in een zorgcentrum is heel uiteenlopend, vast staat dat ze de inwoners sowieso meer laten bewegen. Ouderen gaan langs bij de dieren, ouderen lopen naar de dieren toe om ze ‘goedemorgen’ te wensen. Het verbetert ook de sociale contacten, want het is ontzettend makkelijk om over een dier te praten. Ouderen die kleinschalig wonen worden ook er rustiger en opener van. Dieren helpen het verzorgend personeel, bijvoorbeeld doordat de bewoners makkelijker uit hun bed komen om de huiskat te aaien. Het allermooiste en belangrijkste vind ik dat dieren een lach op het gezicht van mensen kunnen toveren alleen al door hun aanwezigheid.’

Wat houdt de inzet van dieren in een zorgcentrum in?

‘Met de inzet van dieren in een zorgcentrum wordt bedoeld dat er dieren aanwezig zijn in het zorgcentrum. Dit kan op verschillende manieren: huisdieren op de kamer, dieren in een openbare ruimte van het zorgcentrum houden of dieren op bezoek laten komen, eventueel met inzet van vrijwillige baasjes. Daarnaast bestaan er vlinder- en vogelprojecten waarbij bewoners vlinderstruiken planten of nestkastjes bouwen. Dan heb je nog het hondenmaatjesproject waarbij bewoners overdag letten op de honden van de werkende buurtbewoners. De bedoeling van dit alles is om ouderen veel in contact te laten komen met dieren zodat de kwaliteit van hun oude dag toeneemt.  In meerdere zorgcentra in Nederland zijn al wel dieren aanwezig, maar nog niet in ieder zorgcentrum. Dit heeft te maken met de mogelijkheden van zorgcentra wat betreft onderhoud van de dieren, beschikbare ruimte en de behoefte ernaar van de bewoners.’

Wat heeft de voorkeur: dieren die in het zorgcentrum verblijven of dieren die bij een vrijwilliger wonen en meekomen naar het centrum?

‘Daar hoeft niet per se onderscheid in gemaakt te worden. Sowieso kunnen huisdieren altijd best bij hun baas blijven, tenminste zolang deze nog voor het dier kan zorgen. Het belangrijkste is dat het welzijn van een dier niet mag lijden onder het verblijf in of het bezoek aan een zorgcentrum. Wanneer in een zorgcentrum perfect voor een dier gezorgd wordt én het dier lijkt gelukkig, dan is daar niets mis mee. Het voordeel van een vrijwilliger die een huisdier meebrengt is dat er met het dier geknuffeld of gewandeld kan worden zonder dat er voor het zorgcentrum extra zorg bijkomt, zoals het reinigen van het dierenverblijf. Voor mij als dierenvriend gaat het welzijn van het dier boven de meerwaarde van het dier in de zorg.‘

Welke richtlijnen zou jij meegeven aan zorgcentra waar dieren worden ingezet?

‘Zorg ervoor dat het dier voldoende ruimte heeft om waardig te leven, zorg voor uitloopmogelijkheid en verzeker een goede verzorging. Het zorgcentrum moet vooraf goed bepalen hoe het beste voor het dier gezorgd kan worden. Wijs één of meerdere mensen aan die verantwoordelijk zijn voor het dier, zo voorkom je verwaarlozing. Zorg ook dat bewoners die niets met dieren hebben, of er allergisch aan zijn, niet ongewild in contact hoeven te komen met dieren.  Houd tenslotte rekening met de algemene hygiëne in het zorgcentrum.’