Leven in de stad

Er is geen plek waar mens en natuur zo dicht op elkaar ziten als in de stad. Niet alleen in tuinen bij huizen en parken, maar ook tussen gebouwen en langs wegen vind je veel natuur. Sommige dieren trekken zelf naar de stad en weten daar hun plekje te vinden. Hieronder vind je een aantal voorbeelden:

Halsbandparkieten die ooit ontsnapt zijn uit een kooitje en in Amsterdam en Den Haag zitten er inmiddels grote hoeveelheden. Al duiken ze ook steeds meer op in andere plaatsen in de Randstad.

 

    Watervogels maken van teenslippers en ander plastic een nest: riet of plastic het is de meerkoet of zwaan om het even.

    •  
    •  

    •  

    Stadsduiven leven van restjes eten die wij op straat rond laten slingeren, patat en brood bijvoorbeeld.






    • Scholeksters leggen hun eitjes op platte daken met kiezelstenen, zo zijn de eitjes gecamoufleerd voor roofvogels.



       

    Stadsmerels zingen met hogere tonen dan vroeger om het verkeer te overstemmen.




    •  

    Gierzwaluwen die nestelen in spleten van winkelgevels.






    Tongvarens groeien tussen de stenen van oude muren.

     

     

     

    Mussen zie je veel in de zomer bij terrasjes of op perrons bij een station. Ze zijn heel brutaal en hippen naar tafels om gemorste kruimels te zoeken.