Zutphen
Natuur in de Buurt
woensdag25nov2020

Wat was het warm

Tekst: Lambert Kouwenberg

Twee zomerexcursies op de Gorsselse Heide.

Vanwege de grote opkomst bij een eerdere zomeravondwandeling hadden we voor de publiekswandeling ‘Bloeiende heide en klokjesgentiaan’ maar twee data gepland (9 en 16 augustus). Maar wie had ooit kunnen denken dat we de langste hittegolf, ooit gemeten, zouden meemaken.

Aanvankelijk waren er voor de eerste datum 25 aanmeldingen (vanwege de coronaregels werken we vanaf juli met aanmelding/registratie en groepjes van maximaal 8 gasten per gids). Naarmate het moment van de wandeling dichterbij kwam liep de temperatuur alsmaar hoger op om uiteindelijk op 34 graden Celsius voor die zondagmiddag uit te komen! Elke dag groeide het aantal afmeldingen en op zondag bleven slechts acht ‘die-hards’ over.

Vijf van de zes beschikbare gidsen waren blij dat zij de hitte niet hoefden te trotseren. Gelukkig voor de afmelders die graag de bloeiende hei en de klokjesgentianen hadden willen zien was er nog een tweede mogelijkheid op zondag 16 augustus, volgens de voorspellingen zou het dan 10 graden minder warm worden…. Wederom een behoorlijk aantal aanmeldingen maar… het werd weer warm: 31 graden! Met drie gidsen en 19 enthousiaste bezoekers zijn we van schaduwplekje naar schaduwplekje gelopen.

Afgaande op de reacties van alle bezoekers, ook van de eerste keer, was deze excursie toch zeer de moeite waard en heeft men genoten van het vele moois dat de Gorsselse Heide ook in een verzengende hitte te bieden heeft. Al direct na de start valt op dat we al een lange droge periode hebben gehad. Veel krenten en zelfs de beuken bij de akkertjes gaan al in de herfststand en laten hun blad vallen. Onder de beuken kun je al door een ‘bladlaag’ lopen. Een paar brede wespenorchissen langs het pad zijn al sinds een tijdje uitgebloeid. Op de akkertjes zijn gewassen als spelt en zomerrogge al oogstrijp. Zo ook de boekweit die ook wel ‘armeluistarwe’ wordt genoemd.

Het Luteaven staat zo goed als droog, alleen de mattenbies heeft nog wat water om de voeten staan. Al gauw zien we waar we voor gekomen zijn: de bloeiende hei. Augustus is de maand van de struikheide, ‘bezemheide’ of Calluna. Die andere hier uitgebreid voorkomende heidesoort genaamd dopheide, is al bijna uitgebloeid. Het is boeiend om de bloemen van deze beide soorten, die overigens zeer van elkaar verschillen, eens nader te bekijken. Dan zie je dat de bloemen van beide soorten de meeldraden onder de stamper hebben zitten. Dit ter voorkoming van zelfbestuiving. Het gaat gelukkig goed met de jonge hei op de Gorsselse Heide, een succes van het natuurherstelplan. Maar voor de bijen is het door de aanhoudende droogte helaas ‘schraalhans keukenmeester’ wat nectar betreft. Bijenkasten zul je op de hei dan ook niet zien.

In de buurt van het ven kunnen oplettende wandelaars op verschillende plekken klokjesgentianen waarnemen. Helaas hebben ook deze prachtige, hemelsblauwe bloemen wat te lijden onder de aanhoudende droogte. Ze zijn namelijk niet zo hoog als normaal. Maar dat vermindert niet de schoonheid van deze plant die de waardplant is voor het gentiaanblauwtje, het vlindertje dat in het logo van de Marke Gorsselse Heide staat. Het is een grote wens van veel liefhebbers van dit gebied om deze vlinder nog eens op dit terrein te zien. De dichtstbijzijnde populatie is echter nog te ver verwijderd en bovendien wordt niet voldaan aan een andere voorwaarde, de aanwezigheid van bos- of moerassteekmieren. Voorlopig moeten we behalve met de bloemen maar tevreden zijn met anderen vlinders dan het gentiaanblauwtje die we onderweg tegen komen zoals hooibeestjes en andere vlinders uit de familie van de zandoogjes, een kleine vos, een dagpauwoog, boomblauwtje, vuurvlinder enz.

We zien ook regelmatig allerlei sprinkhaantjes en zo ook de soort: blauwvleugelsprinkhaan. Als hij wegvliegt/-springt is mooi de blauwe kleur van zijn vleugels te zien waaraan hij zijn naam dankt. En naar de grond kijkend vallen ook de talloze zandhoopjes op, het werk van de grondbijen die namen dragen als grijze zandbij en pluimvoetbij. Tot de fauna van de Gorsselse Heide behoren ook een aantal dierlijke medewerksters op het gebied van het heidebeheer. Zonder beheer zou de hei er immers niet zo mooi uitzien als nu het geval is.

Afhankelijk van de hitte treffen we die koeien, want daar hebben we het dan over, rustend dan wel grazend aan. Ze helpen de natuurwerkgroep bij het kort houden van het gras en de boompjes om de hei volop groeikansen te geven.

Puffend van de warmte lopen we de hei rond en staan regelmatig stil bij weer een andere bijzondere waarneming. Zo komen we ook nog ‘gevaarlijke’ vleesetende planten tegen (kleine zonnedauw) en een parasitair plantje met de naam ‘duivelsnaaigaren’.

Als we aan het einde van de wandeling weer bij het ven komen kunnen we daar roodbruine paddenstoelen zien met een naam die aanzienlijk groter is dan het paddenstoeltje zelf: veenmosvuurzwammetje. Ondertussen kunnen we de heerlijke aromatische geur van de gagel opsnuiven. Ook deze gagelstruiken zijn kenmerkend voor het mooie natte heidegebied dat Gorsselse Heide heet. Het was misschien een beetje afzien vanwege de warmte maar desondanks een geurige, kleurige, bloeiende en boeiende, zomerse zondag op de hei.