Zutphen
Insecten
vrijdag14dec2018

Wantsen

Tekst: Klaske ten Grotenhuis

Wantsen behoren tot de insecten. De wetenschappelijke naam voor de onderorde is Hetero ptera wat letterlijk betekent Verschillende vleugels. Net als kevers hebben Wantsen dus verschillende vleugels. Het eerste paar dient ter bescherming van de onderliggende dunne en vaak doorzichtige vliesvleugels. Deze dienen om te vliegen. Alleen aan het uiteinde zijn de harde voorvleugels ook dun en vliezig, waardoor het lijkt alsof ze een deel missen. Wantsen zijn dan ook te herkennen aan het driehoekige vlak aan de achterkant van de vleugels.
 Een jonge wants lijkt op z’n ouder, ze hebben geen volledige gedaante verwisseling, dus geen popstadium. De jonge wants kan er wel, wat kleur betreft, anders uitzien dan zijn ouders. De vleugels zijn nog niet ontwikkeld, ze kunnen dus niet vliegen. In Nederland leven er ongeveer 600 soorten wantsen. Ze komen in allerlei biotopen voor. Bootsmannetjes en Schaatsenrijders behoren ook tot de wantsen. Zij leven als nymf in het water, maar als volwassen insect kunnen ze wel vliegen, waardoor ze zich gemakkelijk over meerdere wateren kunnen verspreiden. Vaak zie je in de zomer veel wantsen op bomen. Zo kennen we de Berkenwants, die alleen in de omgeving van Berken voorkomt. Schildwantsen lijken soms net op kleine dopjes, ze laten heel moeilijk los van de plant waarop ze zich hebben neergezet. Er zijn soorten met felle kleuren.
Een van de soorten met zo’n felle kleur is de Vuurwants. Je ziet deze wantsen vaak in groepen, vooral in het voor- en najaar, als het wat kouder is en ze in de zon zitten op te warmen. Deze wantsen zitten vaak aan de voet van Linden, soms ook op Robinia of op Paardenkastanje. Ze hebben een steeksnuit, net als de meeste van hun soortgenoten. Daarmee steken ze in hun prooi en zuigen deze leeg. De meeste wantsen zijn planteneters. Ze zuigen aan bladeren of vruchten. Dat doen de Vuurwantsen aan de vruchten van de Linde. Sommige wantsen zijn rovers, die eten dus dierlijk voedsel. En zwangere vrouwtjes kunnen daartoe ook overgaan, om hun eieren te laten rijpen.
De Vuurwantsvrouwtjes leggen in het voorjaar eitjes in schuilplaatsen in de schors van bomen. De eitjes komen al snel uit en dan verschijnen de wantsen als nymf. De nymfen kunnen, net als hun ouders, uit een geurklier aan de achterzijde van het borststuk een stinkende afscheiding produceren. De geur heeft een verlammende werking op hun vijanden. Zelf hebben de wantsen zich aangepast aan dit gif, ze vergiftigen zich dus niet zelf.
Het verschil tussen een kever en een wants is voornamelijk het stadium. Een keverlarve ziet er totaal anders uit dan een volwassen kever, de nymf van de wants lijkt op zijn ouder. Zowel de larve van de kever als de nymf kunnen alleen groeien door vervellen. Maar de wants hoeft niet te verpoppen, in tegenstelling tot de kever.
Op de foto een groepje Vuurwantsen aan de voet van een Linde.
Kijk ook eens op de site van de Gorsselse Heide, daar kun je vele soorten wantsen vinden die zijn waargenomen op de heide.