Zutphen
(Moes)tuinen
donderdag08okt2020

Groene Genade: een goed boek

Door Klaske ten Grotenhuis

Lucie vertelde mij over een boek van een tuinman, dat zou ik eens moeten lezen. Ze bracht het voor me mee en geboeid heb ik het in een dag of vijf helemaal uitgelezen. Een goed boek.

De titel: “GROENE GENADE”. Geschreven door Jan Graafland. De schrijver doet een studie en krijgt een baan in de financiële sector. Hij raakt de groene omgeving kwijt, is gericht op geld verdienen en zijn gezin te onderhouden. Na een aantal jaren mist hij het contact met de natuur en gaat zich omscholen. Hij krijgt een baan als tuinman bij een firma in Zoetermeer, producent van geneesmiddelen en verzorgingsproducten. Daar werkt hij 20 jaar en merkt dat hij langzamerhand anders is gaan tuinieren. Van spitten en alles op rijen zaaien, onkruid wieden en werken met machines naar biologisch tuinieren en kijken wat de bodem doet als je “onkruid” laat staan, met een zeis maait en compost en bladaarde gebruikt en geen turf om zaaibedden te maken. Hij laat als het ware de natuur spreken. In zijn boek geeft hij voorbeelden hoe hij de natuur volgt en de bezoekers van de tuin wil inspireren de natuur werkelijk te beleven met alle zintuigen.

Een mooi voorbeeld vond ik het verhaal van het Kleefkruid. Wie vindt dat geen onkruid? Op een dag geeft hij een workshop met het thema “methode van inlevend waarnemen”. Dat betekent dat je, als je planten bekijkt, niet meteen een naam noemt en verder een kwalificatie geeft van de plant. Je laat de plant op je inwerken en gaat eigenschappen zoeken die bij de plant passen. Hij laat een groepje zelf een plant kiezen en spontaan ziet een deelnemer Kleefkruid. Maar als deze persoon naar de plant kijkt, wil hij hem eigenlijk niet nader onderzoeken. De groep zoekt naar een “mooie” bloeiende plant. Als Jan hen terugroept en vraagt waarom niet het Kleefkruid, komt de groep terug om toch voor de plant te kiezen.

De methode van “inlevend waarnemen” bestaat uit 4 stappen. Stap 1 is het waarnemen van uiterlijke kenmerken. De bedoeling is alle zintuigen in te zetten. Wat ziet de groep? Een slappe, lichtgroene plant die zich rond andere planten omhoog werkt. De plant voelt kleverig en blijft overal aan haken, de smaak is bitter. Al gauw heeft iemand een stuk geplukt en wil de plant al kwijt. De stengel wordt opgerold tot een dikke bal. Maar dat was niet de bedoeling. Want de 2e stap is om het proces wat de plant meemaakt, na te gaan. Dus wordt de wortel, het grondblad, de stengelbladeren, het kelk- en kroonblad bekeken. De wortel is niet gemakkelijk uit te trekken, de plant is goed aan de aarde gebonden. Ook heeft hij zich met zijn stengel gehecht aan andere planten, kan dus zichzelf niet rechtop houden. En grondblad en stengelbladen verschillen van vorm, hebben kennelijk een andere functie. De 3e stap is het inlevend waarnemen. Dat kan bijvoorbeeld door een tekening van de plant te maken om het gevoel te krijgen hoe de plant is gegroeid. Het beste resultaat om dit gevoel te krijgen is de tekening te maken met je ogen dicht. De 4e stap is het beluisteren van de essentie: wat zegt het Kleefkruid ons? We weten nu dat Kleefkruid stevig staat, dus met de aarde is verbonden. Dat hij anderen nodig heeft om naar het licht te groeien, tevens verbindt de plant zich met andere planten. Het is een “Verbinder”. Dat opende de groep de ogen voor de rijkdom van een plant die eerst als “onkruid” weggeworpen werd.

Zo staan er veel mooie voorbeelden in het boek. Ik vond het verrassend om te leren hoe je naar de natuur kunt kijken. Zelf ben ik geneigd om gauw een naam te geven aan bijvoorbeeld een plant of paddenstoel. Maar het kan zoveel meer zijn dan alleen een naam. Dank Lucie, voor dit mooie boek.