Zutphen
Beleid & Organisatie
zondag26mei2019

Bomenman Wil Taken IVN Zutphen

Tekst: Lida Henning

Een gesprek met Wil Taken.
‘Ik ben een bomen-man’ is kort en krachtig het antwoord van Wil Taken op de vraag naar wat voor een IVN’er hij is. ‘Altijd al geweest! Die liefde voor bomen bestaat al vanaf mijn kindertijd. De belangstelling voor groei en onderhoud is mij met de paplepel ingegoten. Geboren en opgegroeid in Vierakker, ging ik van jongs af aan met mijn vader mee de appelbomen snoeien en wilgen knotten. Ik vond dat geweldig, maar ook heel gewoon. Alles vraagt zorg en onderhoud, dus ook de bomen. En dat betekende ook zagen en snoeien’.
Lees meer/nog doen
 
Wil is IVN lid zolang als de afdeling bestaat (1983). E
en jaar na de oprichting is in Zutphen de VENEL werkgroep opgericht.  VENEL staat voor Vrijwillig Educatief Natuur en Landschapsbeheer, gericht op het onderhoud en in stand houden van kleinschalige landschapselementen. Wil Taken ging die werkzaamheden vanaf 1986 coördineren dus dat heeft hij ruim 32 jaar gedaan. Met veel plezier, zo zegt hij nog eens nadrukkelijk. Het is dat hij er om gezondheidsredenen mee moet stoppen, anders zou hij er nog graag mee door zijn gegaan. Omdat hij een metaalbewerking opleiding heeft, een vak dat hij als leraar ook aan anderen heeft doorgegeven, kon hij handige hulpmiddelen bedenken en maken. Tegenwoordig is er, dank zij de samenwerking met SLG (Stichting Landschapsonderhoud Gelderland), goed en mooi gereedschap. Dat en materialen gaan op een grote aanhanger en alles kan in één keer vervoerd worden naar de werkplek. Maar in het begin heeft hij nog een fietsaanhanger gemaakt, waar alles mee vervoerd werd. Een knap gemaakt ding, zo zegt hij grinnikend. ‘Ik was er trots op’.
Overigens is hij blij geen meidoornhagen meer te hoeven vlechten, want dat werkje vond hij het minst leuk in al die jaren: ‘dat is zoveel werk!’ Het is eigenlijk een vak apart.
 
Op de vraag wat hij het állerleukste vond in zijn carrière als VENEL-coördinator hoeft hij geen seconde na te denken: ‘het werken met kinderen, met de jeugd. Vooral het wilgen knotten, want dat vonden zij zelf zo fijn om te doen’.  Tientallen, zo niet honderden klassen leerlingen van het Isendoorn college heeft hij begeleid. Het was zijn lust en zijn leven. In de eerste twintig jaren waren dat twee klassen per week. Weet je, ze gaan nu ook wel eens naar de heide om dennetjes te trekken, maar daar vinden die kinderen niet veel aan. Nee, laat hen maar wilgen knotten, dat vinden ze fantastisch! Dan konden ze zó geconcentreerd en enthousiast bezig zijn dat ik hen uit de boom moest praten als de tijd om was. Ze wilden het liefst doorgaan met zagen. Nou ja, niet iedereen hoor. Er zijn er altijd wel een paar die klieren, maar dat loste ik wel op.’ Een voormalige Isendoorn leerling herinnert zich het klassikale knotten nog goed. ‘Langs de grote vijver. Ja, dat was super leuk! Ik denk niet dat ik dit ooit vergeet’. Ook grappige dingen maakte hij mee, zoals die keer dat scholieren een vis in de boom vonden, nou ja, het skelet. En het meisje dat op haar verjaardag met een spierwitte broek en mooie schoenen bij het knotten verscheen. Of die gympies. Een mode waar iedereen aan mee deed. Vet cool! Maar oei, wat werden die nat in het gras en wat leverde dat een koude voeten op.
 
Dat dit heel verantwoordelijk werk is, met al die pubers die op ladders staan of met zagen in bomen klimmen, dat beaamt Wil volmondig. Hoe hij dat deed? Ten eerste was hij niet alleen; er zijn altijd vrijwilligers bij om de jongelui te begeleiden. Zij letten vooral op hun veiligheid en houden hun vorderingen in de gaten. Daarnaast is het een kwestie van overwicht. Dat heeft Wil wel. Vroeger was hij ook leraar en eigenlijk is hij dat nog steeds. Hij vindt het heerlijk om anderen iets te leren, een vak of vaardigheid aan jongeren door te geven. De Arbo-wet kennen en toepassen is een belangrijk onderdeel van het werk; daar begint een knot-schooldag dan ook mee. De jongelui moeten goed weten wat zij wel en niet mogen doen. Vooral moeten zij voorzichtig leren zijn, met zichzelf, met de boom, met de materialen. Het is altijd heel goed gegaan.
 
Dat was VENEL. Maar Wil deed meer binnen het IVN.  Jarenlang verzorgde hij de ledenadministratie. Hij schreef nieuwe leden in en bracht hen welkomstpakketten. Hij onderhield het contact met de landelijke vereniging, ‘Amsterdam’, wat de leden betreft. Hij gaf jaarlijks de wijzigingen door en verwerkte alles tot actuele ledenoverzichten. Niet het leukste werkje binnen de afdeling zouden anderen zeggen, die administratie. Maar Wil deed het met veel plezier en met haast militaire precisie.
En nu gaat hij dan stoppen met coördineren van het onderhoudswerk. Na zoveel jaren trouwe dienst mag je aan zo iemand vragen of hij nog een goede raad heeft aan de IVNers van nu. Jawel, dat heeft hij: ‘Laat het IVN alsjeblieft veel aandacht besteden aan kinderen. Het is zó belangrijk dat kinderen van heel jongs af aan betrokken worden bij de natuur, leren respect hebben voor wat er leeft en groeit. Het IVN zou voor veel kinderen heel veel natuuraktiviteiten moeten organiseren. Slootjesdagen zijn daar een mooi voorbeeld van. Ik zou willen dat we daar veel meer aan konden doen.’
 
Oei, daar noemt hij even een actueel thema! Daar is veel over te zeggen; dat doen we nu maar even niet.
Het geeft aan hoe gepassioneerd hij nog steeds is over natuureducatie met kinderen. En over onderhoud van bomen. Want denk maar niet dat Wil gaat pensioneren: ‘Welnee! Ik blijf betrokken bij VENEL; ik kom dit najaar weer naar de werkplekken. En nee, ik breng geen stoel mee. Ik doe mee; er is altijd wel iets te doen. Ik denk er niet aan te gaan zitten toekijken!
 
Wil Taken, een bomenman: een EIK van een IVNer.