Zutphen
Bloemen & Planten
donderdag20apr2017

300 jaar David de Gorter

Linnaeustorentje

In de tijd dat ik in Harderwijk woonde was ik gefascineerd door het historische Linnaeustorentje met een wit borstbeeld van Linnaeus er in. Met daarbij het knusse Linnaeushofje waar nog een oude Plataan en Gingko uit die tijd staan. Daarbij hoort dan het verhaal dat Linnaeus daar promoveerde onder Johannes de Gorter. Een jaar eerder als Linnaeus promoveerde de 17-jarige David de Gorter daar onder zijn vader tot dokter. Vanuit die tijd is er een levenslange vriendschap ontstaan tussen David en Linnaeus. Het verhaal gaat (even een roddel tussendoor) dat het aan de Gelderse academie in Harderwijk nogal makkelijk promoveren was.

In Harderwijk vond ik het zo boeiend om op mogelijk dezelfde plekken stil te staan waar een kleine 300 jaar eerder iemand heeft vertoefd die zo’n grote verandering en ordening in de naamgeving van de natuur heeft laten plaatsvinden.

Nu in Zutphen kom ik Linnaeus weer tegen. Nu als natuurvriend van David de Gorter waarbij ze gedeeltelijk samen een stuk flora op naam gebracht hebben. Bijzonder hierbij is wel dat in de tijd voor de botanische ordening van Linnaeus de planten nog in frasenamen werden benoemd. Dat is middels korte beschrijvingen. Moet je toch niet aan denken. Mijn fantasie slaat dan op hol met zoiets als: “dat is een geel met recht uitstralende bloemblaadje op holle stengel waar wit bitter sap uit komt en leeuwentandachtige uitstaande groene bladeren”, ofwel Paardebloem. Nou ja! Maar toch, zo’n omschrijving geeft wel een diepere bewondering voor de plant aan dan alleen een kennis-naam. Het plantengeslacht Gorteria is overigens door Linnaeus naar Gorter genoemd. Dat zal wel niet op de uiterlijke kenmerken zijn gebaseerd.David de Gorter’s eerste Flora’s werden in frasenamen en in Latijns beschreven. Zijn latere Flora Gelro Zutphanica uit 1745 werd volgens Linnaeus gerangschikt. In 1782 in Zutphen schrijft David ‘de leer der plantkunde” in het Nederlands en niet in Latijn wat toen gebruikelijk was. Doordat hij het boek opdraagt aan de magistraat ontvangt hij het groot burgerschap van Zutphen.

Zijn laatste levensjaren woonde David in Zutphen en zwierf botaniserend in en om Zutphen, in de Bronsbergen, in de bossen van Suideras, de Voorst en het Velde en de omgeving van Bronckhorst, zoals uit zijn flora’s op te maken valt. In 1783 is hij overleden en begraven in de Walburgkerk grafnummer 8 aan de westelijke muur, zonder grafsteen. Dit is nu de Credokapel en was toen het noordertransept. In 1967 (250 jaar Gorter) werd er een herinneringsbord aangebracht in afwachting van een monument. Maar dat is er niet van gekomen, het bord is weer verwijderd. De Walburgtoren tot Gortertoren te hernoemen is misschien net iets te veel gevraagd, ook al liggen zijn botten er onder. Maar ja, Linnaeus heeft zijn Linnaeustorentje en Martinet zijn Martinetkoepel, dus. Misschien moet dat monument dan maar niet hemelreikend zijn maar op het Aardse vlak en bestaan uit het David de Gorterpad in het Emerpark.

In dit 300e herdenkingsjaar willen de gidsen van het IVN i.s.m. stichting Emerpark tot een vernieuwing c.q. update komen van het David de Gorterpad en een publiekswandeling op 8 oktober.

Wim Bosma, de meeste informatie ontleend aan Guust de Vries.