Handleiding Vogel Wintertuintelling 2018-2019

 
 

 

 

                                   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Handleiding Vogel Wintertuintelling 2018-2019

 

IVN Zeewolde

 

Vogelwerkgroep Oriolus

 

 

 

 
 

 

 

(foto door: Paula van Schaik)

 

 

 

Inhoud handleiding:

  • Hoe vogel wintertuinwaarnemingen tellen;
    • Hoe te tellen- Wat te tellen;
    • Wat vragen we van jullie;
    • Type tuin;
    • Wie kan er meedoen.

 

Hoe te tellen – Wat te tellen

Genoteerd dienen te worden die soorten die in de tuin foerageren, naar voedsel zoeken. Onder tuin wordt verstaan: eigen tuin of die van de buren, voortuin of achtertuin, dan wel het zeer direct aangrenzend gebied, zoals het stuk groen dat aan de tuin grenst. De overvliegende vogels worden niet genoteerd. Maar een snelle duik van een roofvogel, die onder “voedsel” een andere vogel verstaat, telt wel mee. Het “durven benaderen van de woning” is het criterium om meegeteld te worden. Dus houd de horizontale afstand tot de woning beperkt tot maximaal 25 meter.

 

Het gaat bij deze telling niet om het scoren van zoveel mogelijk soorten, maar om de

registratie van die soorten die in de winterperioden in de woonomgeving kunnen worden

waargenomen. Leuke waarnemingen ”wat verder weg” worden uiteraard ook tegemoet gezien, maar deze dienen buiten de telling te worden gehouden. Bijzondere waarnemingen, wetenswaardigheden of leuke voorvallen kun je los op het verzamelblad

bijschrijven.

 

Om vergelijkingen met andere jaren mogelijk te houden, gaat het er om om van iedere soort de gemiddelde groepsgrootte per week te kunnen bepalen.

 

Voorbeelden:

Koolmees

dinsdagmorgen: 1 (overdag geen tijd om uit het raam te kijken, ’s avonds al weer donker);

woensdag: 2 tegelijk verder als dinsdag;

donderdag en vrijdag niet gekeken;

zaterdag meer tijd: ’s morgens 3 tegelijk, ’s middags 2 en later zelfs 4 tegelijk in de tuin, in één waarneming.

Voor die week wordt op de verzamellijst achter Koolmees 4 vermeld. De waarnemingen van de daaropvolgende maandag zijn al weer voor de nieuwe week.

 

Eén enkele waarneming van een Winterkoning op dinsdagmorgen bij het instappen van de auto levert die week achter Winterkoning een 1 op.

 

Probeer zo van alle vogelsoorten die duidelijk herkend (gedetermineerd) kunnen worden, per week de “maximale groepsgrootte in één waarneming” te weten te komen. Dus niet alle waargenomen exemplaren bij elkaar optellen!  Want die ene Pimpelmees van maandag en die van zaterdag zou best wel eens dezelfde vogel kunnen zijn. Alleen bij 2 of meer Pimpelmezen tegelijk weet je zeker dat er meerdere Pimpelmezen in jouw omgeving rondscharrelen. Eén Merel in je eigen tuin en tegelijk 3 in die van je buren levert dus 4

merels in die waarneming op, want als je niet kijkt zitten ze vast alle 4 in jouw tuin.

 

Handig is het om gedurende de dag met potlood te schrijven en het hoogste resultaat van die dag ’s avonds met pen op de turflijst van die week bij te schrijven. Je kunt ook zelf wat kopieën van de turflijst bij maken.

 

We beginnen dit jaar te tellen op maandag 3 december 2018 (week 49). De laatste waarnemingen die we registreren zijn die van zondag 3 maart  2019 (week 9).

 

Wat vragen we van jullie?

 

Beginnend met week 49 (1e teldag is maandag 3 december 2018) worden alle soorten geteld die in de eigen voor-, zij- of achtertuin of in die van de aangrenzende buren foerageren, naar voedsel 'zoeken'. Niet de overvliegende vogels tellen, maar de snelle duik van een roofvogel of meeuw 'in' je tuin telt wel mee. Het telcriterium is het 'durven benaderen van de woningen'. Een cirkel met een straal van ongeveer 25 meter uit de woning (horizontaal gemeten) vormt het telgebied. Het dak van de woning(en) tegenover je huis telt daardoor soms ook mee.

 

De telperiode loopt tot en met week 9 in 2019. Laatste teldag is zondag 3 maart 2019.

 

Graag alleen de aangegeven lijsten gebruiken. Op het verzamelblad dient per soort te worden aangegeven hoeveel exemplaren er in de betreffende weken maximaal in één waarneming zijn geteld (het maximum van de week). Dus niet de waarnemingen van zondag, maandag, dinsdag en zaterdag bij elkaar optellen, maar van alle getelde weekdagen alleen het grootste aantal in één waarneming getelde vogels per soort vermelden. Ook de zgn. 0-waarnemingen dienen te worden vermeld. Vakantieweken of niet geteld weken graag met een kruis in 'deze week niet geteld' markeren.

 

Type tuin

Op het verzamelblad ook graag vermelden in welk type tuin de waarnemingen zijn gedaan.

Type tuin:

  1. bescheiden, stedelijk en besloten gesitueerd;
  2. redelijk groot, min of meer aan een buitenrand gesitueerd;
  3. fors en ruim rondom de woning;
  4. groot, min of meer landelijk, > 1000 m2;
  5. klein of groot, grenzend aan gracht of open water;

 

Extra's in of bij de tuin:

A. vijver;

B. bes-dragende heesters, planten met zaden;

C. milieuvriendelijk, speciaal voor vogels ingericht;

D. met bomen of grenzend aan bosplantsoen o.i.d.;

Er kunnen meerdere codes op de tuin van toepassing zijn.

 

Wel of niet voeren:

Als je in de tuin voert geef dit dan aan met een:

V  =  DAGELIJKS VOEREN

S  =  SOMS VOEREN

–  =  NIET GEVOERD

Zet dit onder de week.

 

Wie kunnen er meedoen?

Iedereen in Zeewolde met een tuin, balkon of groenstrook bij het huis.

 

De ingevulde lijsten graag zo snel mogelijk na afloop van de telperiode in maart opsturen naar: Noor Bennink, Pauwoog 10, 3892 EP, Zeewolde of digitaal naar vwgzeewolde@gmail.com

Vragen? mail of bel gerust! 06-22410470