Het Loosterveen

Het Loosterveen is een klein natuurgebied (26 hectare) tussen Vriescheloo  en de Duitse grens. Het ligt in een van de oudste vervenigsgebieden van Groningen. Oorspronkelijk is het een stukje van het Bourtanger Moor dat al voor 1850 met de hand is ontgonnen. In die tijd werden nog geen kanalen gegraven. Daardoor beschikte men niet over grond om het gebied op te hogen en ontstonden er zeer laag gelegen dalgronden.

Als een stuk grond was afgegraven gingen de verveners eerst Boekweit verbouwen. Op den duur veranderde de hele omgeving in een kleinschalig agrarisch landschap met smalle percelen en rechte lanen met daarlangs verspreide bewoning.

In 1973 is Staatsbosbeheer begonnen een strook bomen aan te planten. In de jaren negentig komt er nog een stuk bos bij, waarin een meertje werd gegraven om zand voor de wegen te winnen. Wie nu in het gebied wandelt of fietst treft er akkers en kleine weiden, stukken jong loofbos en plaatselijk gemengd naaldhout aan. Met wat open plekken en een goed ontwikkelde ondergroei van meest bes-dragende struiken is dit een ideale plaats voor broedvogels.

Grauwegans

Een IVN vrijwilliger, die daar regelmatig voor SOVON vogelonderzoek Nederland inventariseert, noteerde meer dan dertig soorten, waaronder Appelvink en Havik.  In de weiden rondom het gebied foerageren ’s winters honderden ganzen.

Op de zanderige bodem van het prachtig gelegen meertje groeit onder andere Waterweegbree, Sterrekroos en Waterkers. Langs de oever staan Koningsvarens en Wespenorchis. Het Loosterveen heeft een rijke sloot- en bermvegetatie.  De gevarieerde begroeiing van het hele gebied is ook heel aantrekkelijk voor watervogels en amfibieën.

Bruine kikker(Bruine kikker)

Karakteristiek voor het droge en zanderige milieu zijn vlinders zoals Hooibeestje en Oranje zandoogje.  Bij de boswilgen vind je het leefgebied van de zeldzame Grote weerschijnvlinder.

Om de vlinderstand te bevorderen hebben de Vlinderstichting, de gemeente en het IVN een convenant gesloten. Hierin is bepaald dat de bermen maar een keer per jaar gemaaid worden, waarbij 20 % van de vegetatie gespaard wordt. Op die manier zijn er voldoende bloeiende planten om de vlinders steeds van nectar te voorzien.