Westerveld
Natuur
maandag15okt2018

Weekend Junior Rangers Dwingelderveld: beheer en diersporen

Wij hebben een tof kamp achter de rug! Wij kampeerden op 5, 6 en 7 oktober bij Taribush, een sfeervol ‘bushcraft’ terrein. Omdat we prachtig weer hadden, waren we steeds buiten tot ’s avonds laat bij een kampvuur. Het moment voor bijkletsen, lol maken, met vuur spelen met marshmallows en kastanjes.

We hadden twee thema’s voor het kamp: beheer en diersporen. Onze groep heeft nl een adoptieterrein toegewezen gekregen van Staatsbosbeheer. Het is een Jeneverbesstruweel, maar het staat vol met jonge berkjes, fijnspar, den, eikjes, hulst en Amerikaanse vogelkers. Vooral die laatste overwoekert de jeneverbessen. En we waren benieuwd welke dieren daar huizen. Dus veel aandacht voor diersporen.

We startten ons kamp met het harken van enkele delen van het zandpad zodat we een ‘sporenbak’ hadden. Ook hingen we een wildcamera op. Onderweg hebben we een emmer vol tamme kastanjes gescoord. ’s Avonds leverde de avondwandeling op dat er dwergvleermuizen vlogen.

De eerste ochtend gingen we op pad met Elisabeth Voogt en Menno Verhoef. Zij lieten ons zien dat je ook sporen in het klein kon vinden, op blaadjes, gaatjes in de grond. We bekeken nauwkeurig vossendrollen, pootafdrukken van muisjes, het spoor van een slak, boomstammen met dennenappels door een specht in de schors geklemd, en dooie stukken hout. Als je maar goed om je heen kijkt zie je overal sporen van leven. En we zagen betere plekken voor de sporenbak. De wildcamera bleek vooral overbelichte foto’s te hebben van twee muisjes, misschien twee keer dezelfde.

’s Middags gingen we aan de slag met Hans Kruk, boswachter van SBB. Hij kwam al gezellig mee lunchen. In het terrein kregen we uitgebreide uitleg welk gereedschap waarvoor diende en hoe je struiken echt voor altijd verwijdert. We hebben als beesten gewerkt in ons terreintje vanaf half 2 tot half vijf. En toen waren we effe moe.

Gelukkig was er ook tijd om te ontspannen, we konden boogschieten, en aardappels schillen kan ook heel gezellig zijn. Degenen die niks hadden gedaan ‘mochten’ daarna tamme kastanjes inkruisen voor bij het vuur. Tussendoor werden we gebeld door Bart Pijper, onze excursieleider van morgenochtend: hij was vlakbij en had een adder. Dus een grote groep Junior Rangers heeft nu voor het eerst de Adder gezien! Na het eten het douanespel in het bos.

De tweede dag van het kamp startte met een sporenzoektocht met Bart Pijper. Af en toe een woest verhaal, een dode ree die toch leek te leven…. Hij vertelde waar de adders zaten, juist in halfopen terrein bij de bosrand, en waarom. Voor de zekerheid gingen we er met de groep toch maar niet dwars door het veld. Veel sporen gevonden in onze sporenbak van das, kat, muis, vos, konijn. We hebben geprobeerd er gipsafdrukken van te maken. Braakballen, misschien van ransuil. Onze wildcamera voor een hol in ons adoptieterrein liet zien dat het een konijnenhol was, er kwam ook nog een muis voorbij en…een kat.

Om twaalf uur was het tijd voor de presentaties van onze twee aspiranten over roofvogels in het Dwingelderveld en over de Adder. Met alle ouders erbij. In het bosamfitheater van Taribush.

Daarna een gezamenlijke lunch en een wandeling geleid door de Junior Rangers voor hun ouders om hun te laten zien wat we allemaal gedaan hebben. Tot slot een traktatie van twee nieuwe Junior Rangers


Ans Lutgerink, coördinator Junior Rangers Dwingelderveld