West-Friesland
Vogels
dinsdag18apr2017

Speuren naar kievitseieren

Agrariërs en vrijwilligers zorgen samen voor de bescherming van weidevogels in West-Friesland

WEST-FRIESLAND Met de vondst van het eerste kievitsei is het weidevogelseizoen officieel begonnen. Weidevogelbeschermers Geert Pietersen en Marco van der Lee staan ook dit voorjaar te popelen om het veld in te gaan om de weidevogels in West-Friesland te beschermen. Om te laten zien hoe die weidevogelbescherming in zijn werk gaat wordt de verslaggeefster meegenomen naar het land van boer Reus in Hem.

„Nederland is een uitstekend habitat voor weidevogels”, aldus Geert Pietersen, voorzitter bij IVN West-Friesland. „Weidevogels zoals de kievit, grutto, tureluur en scholekster broeden vooral op kale, vochtige weilanden en daar hebben wij er in Nederland genoeg van.” Helaas neemt de populatie al jaren af. „De weidevogel hoort net zo thuis in het landschap als de koe, daarom is bescherming zo belangrijk”, meent Pietersen. Ook Marco van der Lee, medewerker bij Agrarische Natuurvereniging Hollands Noorden en tevens IVN-vrijwilliger, is groot liefhebber. De bescherming van weidevogels gebeurt in samenwerking met de boeren.

Agrariërs hebben in het voorjaar echter weinig tijd om zelf nesten te zoeken. Vrijwilligers kunnen in die periode dan goed helpen. „Onze werkgroep speurde vorig jaar zo’n negenhonderd hectare land af en er werden maar liefst 798 nesten gevonden”, aldus de trotse IVN-voorzitter. Zestig boeren uit West-Friesland zijn aangesloten bij het IVN West-Friesland. Zowel Geert als Marco groeide als kind, beiden afkomstig uit West-Friesland, dicht bij de natuur op. „Je moet affiniteit met de natuur hebben, je moet het leuk vinden”, vertelt Pietersen die duidelijk geniet van de omgeving. „Zodra we een nest vinden, wordt de plek gemarkeerd met bamboestokken in de rijrichting van de boer. Zo kan de boer ze zien liggen en kan hij er tijdens zijn werkzaamheden omheen gaan.” Wim Reus verbouwt bloemkolen en zijn land trekt met name veel kieviten. Een opvallende zwart-witte vogel met een stoere kuif en brede vleugels. „Vorig jaar hadden we vier nesten per hectare, dat is bovengemiddeld”, laat de boer uit Hem los. Kievitsnesten bestaan uit een ondiep kommetje van gras of een kuiltje met een beetje stro.

„Het mannetje maakt deze nestkommetjes met zijn borst”, vertelt Van der Lee, terwijl hij het land afstruint. „Vervolgens keurt het vrouwtje het kuiltje en als het goed genoeg is, dan legt ze haar eieren. Anders houdt ze het gewoon nog even op.” Het verdwijnen van weidevogels hangt samen met de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. „Er wordt steeds vaker en grootschaliger gemaaid”, laat boer Reus los. „Voorheen waren de machines drie meter breed en nu soms wel negen meter.” Daarnaast verandert het landschap door de aanleg van wegen, woonwijken of parken.

„Er zijn steeds minder bloemrijke graslanden waarin weidevogels voldoende voedsel, dekking en nestgelegenheid vinden”, voegt Van der Lee toe. „Eén van de betere gebieden in West-Friesland is de Mijzenpolder, dit is nog een ongerept stukje veenweidepolder.” Dankzij het werk van deze enthousiaste vrijwilligers zijn er nog altijd weidevogels te bewonderen in het West-Friese landschap. Met een totaalstand van acht kievitsnesten verlaten Pietersen en Van der Lee het land van boer Reus. Volgende week weer een nieuwe speurtocht.

Marco van der Lee (links) en Geert Pietersen. (Foto: Joyce Mul)