De Holten

Stel dat je je vrienden uit het westen even het “echte” Drenthe wilt laten zien, fiets dan met ze naar de westkant van Vries. Als je niet genoeg fietsen hebt, rij je er desnoods met hun open cabrio doorheen: Holtenweg, Vriezerhoek, de sprookjesachtige Hooidijk. Fietsen is beter en wandelen nog beter, dan kun je ook nog over het Ridderpad en het voormalige kerkenpad dat vlak achter de huizen langs loopt en dat de bewoners van die huizen met een weidse naam aanduiden als hun Bospad.

De Holten is een prachtig gevarieerd stukje Drenthe, onder te verdelen in de Zeijerstroeten, de Fledders en het Holtveen, een oud stukje bos met een van de vele “veentjes” die je in de buurt van Vries kunt vinden. Het is nog niet zo lang geleden dat daar nog turf werd afgegraven. Bij de Fledders denken we natuurlijk direct aan de straat en de woonwijk met die naam, maar de ouderen onder ons kennen nog de laag gelegen landerijen aan de zuidwest kant van het dorp, waarvan nog een deel bewaard is gebleven in het beekdal. Want dat is het eigenlijk, dit hele gebied: een oud beekdal. Je ziet duidelijke hoogteverschillen en het stroompje is er nog steeds, al lijkt het nu meer op een sloot. Dus begin daar maar niet over met je vrienden uit het westen…

Hoe zijn die Drentse beekdalen ontstaan? 

Het smeltwater van de laatste ijstijd sneed in het keileemplateau en zorgde voor dalen met een diepte van 10 tot 20 meter. Door erosie is het keileem op een aantal plaatsen verdwenen en hier kon door druk van het grondwater veenvorming ontstaan. Later zijn de dalen vol gestoven met dekzand, de veenvorming ging in de lagere delen gewoon door. Op de hoger gelegen velden groeide voornamelijk bos. Door het kappen daarvan en door de grazende schapen ontstonden uitgestrekte heidevelden. 

Eeuwen geleden. Wat is er nog over van dat “echte” Drenthe?

Eind 19e eeuw zijn we die heidevelden systematisch te lijf gegaan. De woeste gronden werden volgens de Markewet (1886) verdeeld over de boeren en die wisten er wel raad mee. Ze gingen hun percelen keurig begrenzen en zo ontstonden de karakteristieke houtwallen en slootjes. Ze gebruikten de gronden verschillend, in de lagere delen dicht bij de beek lagen de hooilanden, op de hogere delen de koeweiden. De beekdalen kregen zo een kleinschalig en intiem karakter. Kijk maar goed in onze Holten.

In de loop van de 20ste eeuw zijn veel Drentse stroomgebieden nog rigoreus veranderd, soms zijn ze nauwelijks nog als beekdal herkenbaar. Ook rondom Vries is door de ruilverkaveling veel kleinschalig gebied verdwenen. Houtwallen werden gekapt en percelen samengevoegd. Schaalvergroting, kunstmest, bestrijdingsmiddelen… affijn, gelukkig zijn er toen ook al mensen geweest die ervoor gezorgd hebben dat een aantal gebieden bewaard zijn gebleven, zodat wij nu onze vrienden uit het westen stikjaloers kunnen maken.

 

Bram Visch, Kor Mulder, Heim Meijerink (foto: Wil Folkers)