Zeewolfsmelk

Euphorbia paralias

zeewolfsmelk zeewolfsmelk

Zeewolfsmelk is in Nederland zeldzaam. De wetenschappelijke soortnaam paralias is afgeleid van het Griekse paralios wat zowel “nabij zout” als “nabij zee” betekent. Zijn zeldzaamheid is niet toegenomen in de afgelopen decennia, wat een goed teken is! De plant is oorspronkelijk inheems. Hij komt van nature voor aan de kust van Europa en Noord-Afrika. In Nederland is hij alleen algemeen aan de kust in het Deltagebied, onder meer op Voorne-Putten, maar ook noordelijker tot voorbij Wassenaar. De plant draagt bij aan de duinvorming langs de kust.

Verspreiding
In Australië is de plant ooit terechtgekomen… dat had niet moeten gebeuren. In het Australische ecosysteem past de plant niet en hij is zich daar flink gaan misdragen. De plant verdringt daar inheemse vegetatie en groeit gebieden vol die men liever open had gezien. Bijvoorbeeld omdat er vogels zijn die al jarenlang afhankelijk zijn van die open gebieden om hun nesten te bouwen.


De plant

De plant wordt 30-60 cm hoog en heeft een diepe verhoutende penwortel en stengelvoet. De blauwgroene, dikvlezige bladeren staan verspreid aan de vanaf de wortel rechtopstaande stengels. Ze zitten dicht op elkaar. De bladeren zijn 1-3 cm lang en 1-6 mm breed. Ze hebben een gave rand.

Bloeiwijze
De bloeiwijze is in principe een samenstel van een aantal gereduceerde bloemen De naam van dit uitzonderlijke type bloem is cyathium.

Cyathia zijn op de Zeewolfsmelk met meerdere aanwezig. In een cyathium zien we een groen kelkje. In het kelkje ligt een soort bolletje. Dat bolletje is het vrouwelijke beginsel van een vrucht. Dit bovenstandige vruchtbeginsel moet nog wel bevrucht worden om uit te groeien tot een vrucht. Dit kan doordat het vruchtbeginsel ook een stijl heeft met drie stempels erop en doordat er in hetzelfde kelkje ook een gereduceerde mannelijke bloem ligt die de vrouwelijke bloem kan bevruchten. De mannelijke bloem bestaat enkel uit vier meeldraden.

Wat verder nog opvalt in het kelkje zijn de gele honingklieren die zich aan de rand bevinden. Deze gele honingkliertjes hebben de vorm van een halve maan. Insecten trekken erop uit om de kelkjes binnen te vliegen of te lopen. Door het gestommel van de insectjes in het cyathium bevruchten de meeldraden het vrouwelijk deel waarmee het startschot gegeven is om een explosief te gaan vormen.

Na bevruchting begint de Zeewolfsmelk met het maken van een doosvrucht met drie kluizen. In elke kluis ontwikkelt de plant één van zijn kostbare zaadjes. Het zaadje is gerimpeld, rijk aan olie en er wordt een cadeautje aan bevestigd speciaal voor mieren (een zogenaamd mierenbroodje). Zodra het zaadje rijp is explodeert de kluis.

Tijdens een wandeling komt de mier ineens dat zaadje tegen. De mier zal het zaadje onderzoeken en ontdekken dat het een mierenbroodje is. Daar houdt “mevrouw” mier wel van en zo zal dit miertje het zaadje gaan verplaatsen naar een opslagplek. Daar eet de mier het broodje op en groeit het zaadje uit tot een Zeewolfsmelk.

zeewolfsmelk                                                       

Het witte sap
Het witte sap (dat vrijkomt na afbreken van de stengel)van Zeewolfsmelk is, net als het witte melksap van alle plantensoorten uit het geslacht Wolfsmelk, giftig voor mens en dier
. Het is een chemische manier van deze plant om zich tegen de vraatzucht van dieren te beschermen. Eigenlijk is het wolfsmelk een soort latex die bestaat uit een aantal diterpenen en daarvan afgeleide andere chemische stoffen. Als je zo sukkelig bent om met ongewassen handen het latex in je mond of ogen te smeren, dan resulteert dat in extreme irritaties en ontstekingsverschijnselen, die zelfs tot een langdurige ziekenhuisopname kunnen leiden.
                                     

Bronnen:
http://plantenrijk.blogspot.com/2011/06/deel-32-zeewolfsmelk.html
http://www.floravannederland.nl/planten/zeewolfsmelk
https://www.verspreidingsatlas.nl/0497
http://www.waterwereld.nu/zeewolfsmelk.php

Agnes Terlouw van Hofwegen