Wegedoorn

Rhamnus catharticus

Niet goed op je eten gelet? Last van obstipatie? Nou, in de middeleeuwen wisten ze er wel raad mee. Woonde je in een Angelsaksisch land, dan had je grote kans dat je een drankje van de ronde, zwarte bessen en ruwe, schilferige bast van Wegedoorn kreeg voorgeschreven. Wel uiteraard goed gedoseerd, want als laxeermiddel werkte het spul nogal agressief. Een goede reden om hier niet zelf mee te dokteren!

wegedoorn                                                        

Uiteraard was ik wel nieuwsgierig of ik deze struik in het Quackjeswater kon vinden. Tenslotte had ik ook een Citroenvlinder voorbij zien komen voor welke, zowel Sporkehout als Wegedoorn, een waardplant (gastheer) is.                                    

Kenmerken
De Wegedoorn is een bladverliezende heester (of kleine boom) die te vinden is op kalkrijke grond en in de duinen. Zoals de naam al zegt, groeit hij vaak langs wegen, d.w.z. bospaden. Ook in de winterperiode is hij nog steeds goed herkenbaar. Waar de wegen (takken/twijgen) zich scheiden, zit de doorn. De struik heeft nl. 2 soorten twijgen. Lange voor de groei en korte voor de bladeren, bloemen en vruchten. Aan het uiteinde gaat de tak over in een doorn en omdat de korte zijtakken tegenover elkaar staan lijkt het op een soort kruisvorm. Vroeger dacht men dan ook dat zo’n tak door zijn kruisvorm bescherming bood tegen hekserij en duivelse krachten.

In mei verschijnen aan de korte takjes geelachtig, groene bloemen. De mannelijke en vrouwelijke bloemen komen niet op dezelfde struik voor. De soort is tweehuizig. Als de donkere bessen op de vrouwelijke struik verschijnen, begint de struik op te vallen. Zolang de bessen groen zijn, zijn ze giftig.

Afhankelijk van de rijpingsgraad kunnen uit de vruchten verschillend gekleurde verfstoffen worden bereid van schijtgeel tot groen.

Het blad staat min of meer tegenover elkaar en is fijn getand. De nerven lopen naar de top van het blad en vormen voor de groene rupsen van de Citroenvlinder goede camouflage. Door de vraat aan het blad weet je dat ze aanwezig zijn.

Bij een doorsnede van de stam zie je, dat het spinthout, het nog jonge hout tussen de bast en het oudere kernhout, geel is en het kernhout roodachtig bruin. In de ijzertijd werd Wegedoorn samen met bijv. eikenhout gebruikt om houtskool te verkrijgen. Dit werd dan weer gebruikt voor het smelten van ijzer.

Bronnen:
BVBA.BE, wilde-planten.nl, www.tuinadvies.nl, centrum voor duurzaamheid, Wegwijs in de natuur Reader’s Digest

Bomen en struiken van west- en midden Europa Reader’s Digest

Wilma de Ruyter

doorns van wegedoorn