Watervleermuis

Miotis daubentonii

watervleermuisDe vleermuis, een dier dat voor mij behoorlijk mysterieus is en blijft. Een dier dat ik soms, in de schemering, als een schim langs zie vliegen. En dat terwijl een aantal soorten, zoals de Watervleermuis, veel voor moet komen, kijkend naar verspreidingskaarten.

Waarnemen is en blijft lastig, al komt er meer handig materiaal beschikbaar (zie de bronnenlijst hieronder) wat het waarnemen beter mogelijk maakt. Zeker nu daar (ook in verband met de nationale vleermuistelling) meer aandacht voor is. Er is een zoekkaart beschikbaar, en het verhaal in de uitzending van Vroege Vogels van 25 mei 2019 is daarbij een handig hulpmiddel. En de eerste telling dit jaar was een groot succes!!

Ik ben de laatste twee jaar geregeld met deze dieren bezig geweest.

  • Tijdens de zoogdiercursus van KNNV/IVN heb ik ze tijdens de vleermuis excursie met behulp van een batdetector gehoord en de Watervleermuis mogen zien, vliegend boven het water, “gevangen” in een lichtbundel.
  • Ook bij vleermuisexcursies in de omgeving, met de fluisterboot in Spijkenisse en een KNNV-excursie rond Brielle onder leiding van Jan Alewijn Dijkuizen, heb ik verschillende soorten vleermuizen gehoord en gezien.

Vooral bij die laatste excursie vielen mij de grote aantallen op, op een plek waar ik dat niet verwacht zou hebben, vlak langs een drukke weg, in de buurt van het centrum.

Wat ik ook nooit geweten heb, is dat er op Voorne-Putten zoveel verschillende soorten voorkomen. Ik heb de Laatvlieger en Vroegvlieger (oftewel Rosse vleermuis), de Watervleermuis, en de Gewone en de Ruigpoot dwergvleermuis gehoord. Naast deze soorten schijnt er in deze omgeving ook nog de Meervleermuis voor te komen, die boven het Hartelkanaal waargenomen wordt.

Vleermuis.net noemt de namen van zo’n 21 soorten in Nederland, waarvan er 7 (zeer) algemeen voorkomen, 9 vrij zeldzaam tot zeer zeldzaam zijn. Twee soorten zijn als dwaalgast slechts 1 keer in Nederland waargenomen en 3 andere soorten zijn in de afgelopen 50 jaar geheel uit Nederland verdwenen.

Vleermuizen zijn bekend om het gebruik van echolocatie, het gebruik van ultrasone geluiden ter oriëntatie en het vangen van de prooien. Maar naast deze jacht en oriëntatie geluiden maken vleermuizen ook sociale geluiden die een rol spelen tijdens de paartijd en mogelijk zelfs bij het verdedigen van het territorium.

Het bijzondere is dat er bij de echolocatie grote verschillen zijn, onder andere in de frequentie van de geluiden. Deze is bijvoorbeeld afhankelijk van de plaats van de jacht en ook de grootte van de vleermuis. Als ze in het open luchtruim jagen zijn het lange signalen, met een lage frequentie. In een dichte vegetatie worden hoogfrequente signalen gebruikt met een breed frequentie bereik.

watervleermuisIn de resultaten van de nationale vleermuistelling komt de Watervleermuis weinig voor, terwijl het een veel voorkomende soort is. Dat is niet zo gek, want het diertje jaagt vooral boven water en weinig boven tuinen, waar de waarnemingen van de tellingen op gebaseerd zijn. Ze komen in Nederland vrij veel voor, en ook door heel Europa, van Noorwegen/ Zweden tot in Italië en Spanje. Ze zijn echt lichtschuw, ze beginnen 30-60 minuten na zonsondergang te vliegen, later dan veel andere vleermuizen. Ze jagen vooral laagvliegend (5-40 cm) boven het wateroppervlak. Ze zoeken daarbij vegetatievrije en rustige, langwerpige wateren op, maar ook in bossen en boven vochtige weiden wordt gefoerageerd. Ze leven vooral van vliegende insecten, maar soms worden ook kleine visjes gevangen. De prooi wordt gevangen met de (grote) voeten, maar ook met de staartvlieghuid. Ze worden daarom ook wel “sleepnetvissers” genoemd.

In de zomer leven ze in (kleine) kolonies op wisselende plaatsen, zoals in boomholtes (bijv. spechtengaten) of in holtes onder bruggen, maar zelden in gebouwen. Om de 2 – 5 dagen wordt er van plaats gewisseld, behalve de plaatsen die als kraamkamer gebruikt worden. De verschillende verblijfplaatsen hebben vaak ook verschillende functies: zo zijn er kraamkamers, paringsplaatsen, etc. Mannetjes en vrouwtjes leven meestal in gescheiden groepen. De winter brengen ze vooral door in grotten, mijnen, bunkersystemen en kelders, maar ook boomholtes kunnen daar nog steeds voor gebruikt worden.

De geboortes vinden meestal rond half juni plaats en worden gereguleerd door de temperaturen in april. Er wordt één jong geboren. De jongen beginnen na ongeveer 3 weken te vliegen en verlaten na ongeveer 4 weken de kraamkamer. Twee weken later zijn de kraamkamers weer helemaal verlaten. De jongen zijn al in de eerste herfst van hun leven geslachtsrijp. De paringen vinden plaats in de herfst, maar kunnen ook nog gedurende de hele winter en zelfs nog in het voorjaar plaatsvinden.

Bronnen:

Zoekkaart vleermuizen:

https://zoogdierwinkel.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Winkel/pdf%20download/Vleermuiszoekkaart2019.pdf

Informatie over vleermuisgeluiden:

https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Zoogdiersoorten/Vleermuizen%20algemeen/downloads/NEM-VTT%20Sonogrammenboekje%20versie%204-6-14_0.pdf

Nationale vleermuistelling:

  • Vroege vogels, 26 mei 2018, nationale vleermuistelling:

https://vroegevogels.bnnvara.nl/nieuws/de-eerste-nationale-vleermuistuintelling
https://www.zoogdiervereniging.nl/nationale-vleermuistuintelling

  • Watervleermuis

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-020-Kennisdocument-Watervleermuis-1.0.pdf
http://www.vleermuis.net/vleermuis-soorten/watervleermuis

Jaap van Elst