Vos

Vulpes vulpes            
60-80 cm, staart 40 cm, 6 -10 kg

Toen “onze” wilde eenden op 15 februari jongstleden weer terug waren in onze vijver kon ik mijn geluk niet op en dacht dat de lente nu wel snel zou komen. Nu ik dit verhaaltje op papier zet zit Nederland in een heel diep koufront! Wie had dat gedacht! Ook de eendjes zie ik niet meer nadat de aanloopkater (inmiddels een “het” kater!) achter ze aan heeft gezeten in de vijver. Hij nat en de eendjes er vandoor. Bert, zo heet hij, had ook al twee van de vier krielkippen verjaagd. Twee kippen hebben het overleefd. Van de andere heb ik een half opgegeten karkas teruggevonden en eentje is gewoon verdwenen. Maar Bert is gebleven. Wat dit allemaal met de vos te maken heeft ga ik jullie nu vertellen.

Vorig jaar vertelde mijn buurvrouw dat ze een vossenkeutel, een hondendrol maar dan met een karakteristiek vezelig puntje aan één kant, achter hun boerderij had gevonden. Ik trok e.e.a. toen erg in twijfel. Maar na het zien van het kippenkarkas en meer verhalen over een vos in de omgeving van Tinte weet ik het niet meer zo zeker. Zou dit slimme en schuwe beest dan toch al in onze polder zitten? Dit roodbruine hondachtige dier met prachtige staart, witte keel en buik laat zich vrijwel nooit zien, dus zijn aanwezigheid kun je alleen maar afleiden uit het vinden van zijn keutels, pootafdrukken (slanker en met langere klauwen dan bij de hond), prooiresten en zijn geurvlaggen, die hij afzet om zijn territorium af te bakenen. Ook als je een uitgegraven konijnenhol vindt met uitwerpselen en prooiresten bij de ingang weet je dat er een vossenfamilie woont.

Zo’n familie bestaat uit een volwassen rekel (man) en 1 of meer volwassen moertjes. En als ik hem zou zoeken zou ik naar de duinen gaan en niet naar de polder. Zo’n familie heeft 1 leidend moertje, dat na de “ranstijd” als eerste en soms als enige gedekt wordt rond begin januari. Na 52 dagen, dus eind februari – half maart, worden in een burcht (hol) 4-6 blinde jongen geboren. Ongeveer 2 weken later gaan de ogen van de kleine vosjes open en 4 weken later komen ze het hol uit om te spelen en de omgeving te verkennen. Ze zijn nog wel 3-4 maanden afhankelijk van voedsel van de ouders en tantes en daarna moeten ze op eigen benen gaan staan. De moertjes kunnen bij de familie blijven, maar de rekels moeten een eigen territorium gaan zoeken, want in de herfst zijn ze geslachtsrijp. In deze tijd sterven er veel jonge rekels (aangereden, jacht, stress). De overlevers zoeken een eigen gebied in de duinen, polder of zelfs in steden.

Zo zou het dus heel goed mogelijk zijn dat er een vos in en rond Tinte terecht is gekomen. Ook is er laatst eentje dood gereden in Oudenhoorn. Dus redelijk in de buurt en in de polder! Het voedsel van deze prachtige dieren bestaat vooral uit konijnen, vogels tot formaat haas/gans, muizen, ratten, bessen, soms lammetjes, reekalfjes, aas, eieren, kevers, slakken, huisafval. Een echte alleseter dus!

De vos is een echte overlever. In de Middeleeuwen was hij zo goed als uitgeroeid, omdat hij schadelijk was voor de konijnenjacht. Pas in 1968 is er weer een vos gesignaleerd in de omgeving van Heemskerk en Bloemendaal. Hij vond in de duinen een prima leefomgeving met veel schuilplaatsen en voedsel (konijnen). Door zijn grote aanpassingsvermogen, goed ontwikkeld gehoor en reuk, nachtelijke leefwijze, grote schuwheid en zijn slimheid redt hij het en verspreidt zich steeds verder over Nederland. Dit ondanks de jacht die er op hem gemaakt wordt en de vele verkeersslachtoffers. Al met al weet ik niet zo goed of er rond Tinte nou wel of niet een vos leeft. Stiekem zou ik het toch wel mooi vinden, maar ik snap dat er mensen zijn die het niet met me eens zijn. In elk geval sluit ik voorlopig voor de zekerheid de 2 resterende kippen ’s nachts op in het hok. En Bert, ach die heeft geen last van dit prachtige dier neem ik aan en de eendjes moeten zichzelf maar zien te redden. En ik blijf voorlopig dus nog maar even speuren naar eventuele vossensporen.

Gerda Hos