Veldkrekel

Gryllus campestris

veldkrekelNaast Limburg en Noord Brabant komt de Veldkrekel in maar een paar gebieden in Nederland voor, waaronder de duinen van Voorne.

De Veldkrekel hoort bij de groep van de langsprieten binnen de groep krekels en sprinkhanen. Het gaat hier om de lengte van de sprieten boven op de kop. Op de foto zie je ook sprieten aan de achterzijde van het achterlijf: dit zijn de cerci, die in het geval van de veldkrekel geen duidelijke functie hebben. Het vrouwtje is goed van het mannetje te onderscheiden door een duidelijk zichtbare legbuis, waarmee ze de eitjes in de grond afzet.

Het geluid dat krekels en sprinkhanen maken wordt alleen door mannetjes gemaakt. Hij doet dit door met zijn voorvleugels tegen elkaar te wrijven: de ene vleugel heeft een kam en de andere een verdikking, waardoor bij over elkaar wrijven het geluid ontstaat. Het geluid verandert overigens met de temperatuur: hoe hoger die is, hoe meer geluiden de krekel in een bepaalde tijd maakt. Vrouwtjes onderscheiden het geluid van verschillende mannen en kunnen in tegenstelling tot mensen ook alle andere soorten onderscheiden: die zijn uiteraard voor hun niet interessant. Overigens horen de krekels met een orgaan in de scheen van de voorpoten!

De Veldkrekel man maakt een soort podium voor zijn holletje in de grond. Hierdoor kan hij als uit een soort muziekkoepel zijn geluid alle kanten opsturen en zoveel mogelijk vrouwtjes bereiken. Hij is een van de eerste zingende krekels: het begint al begin mei.

De biotoop van de Veldkrekel bestaat uit zonnige, droge en schrale, licht begroeide plaatsen.. De Veldkrekel is een warmteminnende en bodembewonende soort die noch vliegt, noch klimt. Om zich te beschermen graaft hij een verticale gang onder graspollen of plantenwortels en maakt hiervoor gebruik van zijn sterke kaken. Eén voor één werkt hij achterwaarts kruipend een hoopje aarde naar buiten. Hij is erg honkvast en verplaatst zich in zijn hele leven meestal niet meer dan 20 meter. Dit levert het gevaar van inteelt bij een niet al te grote populatie. Misschien mede daardoor komt regelmatig een ineenstorting van een populatie voor.

Bronnen: Van hommel tot hooiwagen: Monica Wesseling, EIS insectencentrum, Wikipedia

Nico Enthoven