Vale gier

Gyps fulvus

vale gierRegelmatig gaan we op vakantie naar het meest geweldige land ter wereld, Spanje. Net over de Pyreneeën zien we ze altijd vliegen, imposante Vale gieren, geweldig. Prachtige zweefvluchten zien we dan, trage vleugelslagen, we genieten er enorm van. Vale gieren zijn zeer grote vogels, met brede vleugels die naar het uiteinde smaller toelopen in lange donkere hand- en armpennen. De voorzijde van de bovenvleugel is lichtbruin gekleurd, de ondervleugel middelbruin met een of twee lichte banden. Ze hebben een vrij korte staart en een witachtige kraag en nek. De poten zijn grijzig en volwassen vogels hebben een gelige snavel, jonge vogels een grijze.

De Vale gier broedt niet in Nederland. In hun Zuid-Europese broedgebieden kan het broedseizoen lopen van begin van het jaar tot september. Als het eerste nest mislukt, kan nog met een vervangend nest begonnen worden tot aan mei. Doorgaans is er één legsel met slechts één ei. De Vale gier is een typische koloniebroeder en nestelt in groepen van onder twintig paartjes.

Naast hun prachtige zweefvluchten, is er nog iets waardoor de Vale gier me intrigeert. Ze eten middelgrote tot grote zoogdieren en dan vrijwel alleen de kadavers daarvan. De natuurlijke prooidieren zijn van oorsprong berggeiten en herten, maar ook landbouwhuisdieren worden gegeten. Op afval kunnen de gieren eveneens afkomen, bij een gebrek aan achtergebleven kadavers. Vale gieren werken samen wanneer ze op zoek gaan naar voedsel door zich over een bepaald gebied te verspreiden. Maar hoe kan het dat een Vale gier niet ziek wordt van die kadavers, van rot vlees? (Vale) gieren hebben geen last van voedselvergiftigingen, ze eten zonder probleem rauw vlees dat al een paar dagen in de zon ligt te rotten. Hoe doen ze dat?

De dode beesten waar ze van eten, zijn vaak gestorven aan een bacterie of virus. Deze leven soms nog als een Vale gier van het karkas begint te eten en het geïnfecteerde vlees zou gevaarlijk kunnen zijn voor de Vale gier. Maar ze hebben een speciaal maagzuur dat extreem zuur is en alle virussen en bacteriën doodt.

Maar zelfs als alle bacteriën en virussen dood zijn, kunnen er nog andere bacteriële gifstoffen in het vlees zitten die ziekmakend kunnen zijn. Daarom hebben Vale gieren ook een uitstekend afweersysteem dat is aangepast om deze gifstoffen af te breken.

Ook de urine van een Vale gier heeft een desinfecterende functie. Daarom plassen ze langs hun poten. Dat heeft niet alleen een verkoelende werking, maar zorgt er ook voor dat allerlei beestjes doodgaan, die ze hebben opgepikt toen zij in een rottend karkas stonden. Dankzij al deze aanpassingen kunnen ze zelfs karkassen eten die geïnfecteerd zijn met antrax, varkenspest of botuline. En als het vlees eenmaal door de spijsvertering heen is, is er in de uitwerpselen van een Vale gier geen ziekmaker meer te bekennen. Zo helpen ze het verspreiden van ziektes te voorkomen.

Eind december vertrekken we weer naar Spanje. We kijken er nu al naar uit ze dan weer te zien zweven vlak boven onze hoofden…….

Bronnen:
www.vogelbescherming.nl
https://vroegevogels.bnnvara.nl/

Angelique Herrebrugh