Update kierbesluit Haringvliet

Update over het Kierbesluit Haringvliet (door Rijkswaterstaat)

Begin 2019

Na de grotere proeven van begin dit jaar, hebben we conform planning, de Haringvlietsluizen deze zomer alleen kort en kleinschalig geopend. Daarbij hebben we voor het eerst ook monitoring van visintrek in de sluiskokers en schutsluis getest. We zagen al zoute soorten, zoals haring en spiering, maar conclusies over visintrek kunnen we hier nog niet uit trekken. Dat zal nog wel enkele jaren duren.

Grotere proeven met inlaat van zeewater doen we niet in de zomer. We willen namelijk geen risico lopen in perioden van mogelijke droogte (lage rivier afvoeren) en gelijktijdige grote watervraag (groeiseizoen). Als we voldoende kennis opgedaan hebben, dan kan bij volgende zomers wellicht de keuze gemaakt worden wel door te gaan met het onderzoek.

Wel hebben we bijna de gehele zomer van 2019 bij elke ‘vloedperiode’ kort zeewater in kunnen laten, dat bij ‘eb’ weer naar zee geloosd is met de zoutriolen. Dat werkt goed. Het zoute water komt daardoor niet verder dan  ca. 1 kilometer van de Haringvlietsluizen, terwijl de grens tot waar het zout/brak mag worden 12 kilometer oostelijk ligt. Het binnenlaten van zeewater naar het Haringvliet varieerde van een kwartier tot de gehele vloedperiode. Dat is veel meer en vaker dan we van te voren hadden gedacht. Vanaf de eerste grote proef in januari 2019, hebben we op deze manier ruim 80% van de vloedperioden, kort zeewater in kunnen laten met kleine openingen. Dit gaf de vissen al in het eerste Kierjaar frequent een mogelijkheid vanuit zee het Haringvliet op te trekken.

Eind 2019

In het najaar zullen we nieuw onderzoek uitvoeren. Bij dit onderzoek gaan we onderzoek doen naar de situatie in een ‘droge periode’, waarbij de Haringvlietsluizen langdurig dicht staan. De vraag is dan of zoutwater in de diepe putten of geulen van het Haringvliet, door wind omhoog kan komen en zich oostelijk kan verplaatsen. Vanwege het verhoogde risicoprofiel van zo’n proef, willen we dat in de zomer niet doen. Daarom bootsen we dit na in het najaar. We laten dan eerst zoutwater in, waarmee we een diepe put in het westen van het Haringvliet vullen met het zoute zeewater. Vervolgens sluiten we de Haringvlietsluizen en wordt de zoutverspreiding gemeten tijdens stormachtige perioden. Om de zoutverspreiding te beheersen doen we het onderzoek in het meest westelijke deel van het Haringvliet en beperken we de hoeveelheid ingelaten zout water. Spannend aan deze proef is dat de rivierafvoer groot genoeg moet zijn om beheerst genoeg zeewater te kunnen innemen. De afvoer mag echter in de periode van onderzoek niet te groot zijn, omdat we bij hoge rivierafvoer de sluizen niet dicht kunnen houden. Daarbij komt dat er in de periode van onderzoek ook storm moet zijn. Oktober/november is hiervoor de beste periode. Daarom willen we, afhankelijk van de rivierafvoer, in oktober starten. De Centrale Informatievoorziening (CIV) van Rijkswaterstaat heeft de benodigde zoutmeetinstrumenten afgelopen maand geplaatst. Indien de rivierafvoer te veel toeneemt moeten we de sluizen openen om rivierwater naar zee te spuien. Als dat gebeurt voordat er voldoende storm is geweest, dan levert de proef onvoldoende informatie en moeten we deze volgend najaar overdoen.