Tijgerspin

Argiope bruennichi

tijgerspinDe Tijgerspin, ook wel Wespspin of Wespenspin genoemd, hoort bij de familie van de Araneidae, de echte spinnen. De naam wielwebspinnen is een andere term voor deze groep, waarmee ook iets gezegd wordt over de webben die deze dieren maken. Wij kwamen een exemplaar tegen bij een van onze pluisexcursies in 2018.

Het is een vervaarlijk uitziende spin, door zijn (of eigenlijk haar) grootte en kleur. En de vrouwtjes zijn echt groot, met een respectabele lichaamslengte van 15 millimeter horen ze tot de grootse spinnen van Europa. Indrukwekkend, ook de kleuren, maar het is allemaal maar bluf, want ze zijn (voor mensen en predatoren als vogels) helemaal niet gevaarlijk.

Wat het dier extra bijzonder maakt, is dat het van oorsprong een soort uit het Middellandse zeegebied is. Tegenwoordig komt de soort door heel Europa voor, tot in Noorwegen en Engeland toe. Toch mogen we dit dier geen exoot noemen omdat het zich zelfstandig in noordelijke richting heeft weten te verspreiden. De oorzaak van die verspreiding is gelegen in de opwarming van de aarde en de manier van voortplanting en vooral verspreiding.

tijgerspinDe opkomst in Nederland is onder andere mooi te volgen aan de hand van verhalen in het radioprogramma Vroege Vogels. De eerste officiële melding kwam uit het zuiden van Limburg, in 1980. In de jaren ’90 werden ze ineens in heel Limburg en Brabant gevonden. In een uitzending van 2016 wordt gemeld dat ze nu echt door heel Nederland voorkomen. En Omroep West meldde in 2017 de paniek in Delfgauw, waar 5 forse exemplaren gevonden waren.

Je vindt de spinnen in allerlei soorten milieus, al schijnen ze een voorkeur te hebben voor vochtige terreinen. Ze worden regelmatig gevonden op heidevelden, in wegbermen en graslanden en zelfs in tuinen.Toch zie je de dieren niet zo makkelijk: een belangrijke voedselbron wordt gevormd door sprinkhanen. En om die te kunnen vangen maken ze hun web vrij dicht bij de grond.

De mannetjes zie je eigenlijk helemaal niet of nauwelijks, het zijn dwergen van maximaal 5 millimeter groot en met dofbruine kleur. Bij hen ontbreekt dus de geel zwarte bandering. Ze hebben, verhoudingsgewijs vrij lange poten en ze leven langs de randen van de webben. Ze kunnen maximaal 2 vrouwtjes bevruchten, omdat bij een paring één van de twee genitaliën in het vrouwtje achterblijft. Meestal blijft het echter bij een paring, want de vrouwtjes vinden de mannen letterlijk echt om op te vreten.

Na de paring maakt het vrouwtje een cocon, zo groot als een golfbal, die bruin van  kleur is en honderden eieren bevat. Deze cocon wordt door haar goed bewaakt tot het moment dat ze in het najaar sterft. Een maand nadat de cocon gesponnen is komen de jonge spinnetjes uit het ei, maar ze verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar. Deze jongen maken bij de verspreiding gebruik van “ballooning”, het zweven aan lange draden, waarbij ze grote afstanden kunnen afleggen. Op die manier hebben ze Engeland waarschijnlijk bereikt en in ieder geval ook Texel.

De jonge spinnen steken hun achterlijfspunt, met daarin de spintepels, omhoog en produceren een draad, die door de opstijgende lucht omhoog gaat. Zodra de draad zo lang is dat hij de spin kan dragen, zweeft de spin als aan ballon met de luchtstroom mee omhoog, hopelijk op weg naar een nieuwe mooie plek op om te groeien..

tijgerspin(Tijgerspin met cocon - Jelle Vanderstraeten - Eigen werk, CC BY-SA 3.0,)

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Wespspin

https://www.natuurpunt.be/pagina/wesp-tijgerspin

Het land in:

Voortplanting:
https://vroegevogels.bnnvara.nl/nieuws/bijzondere-cocons-van-spinnen

https://vroegevogels.bnnvara.nl/nieuws/tijgerspin-beschermt-cocon

Jaap van Elst