Staartmees

Aegithalos caudatus

staartmeesIn de bomen achter mijn huis is het ’n drukte van belang. Er is ’n achttal Staartmeesjes neergestreken dat zich te goed doet aan de zaadjes van de Zwarte els. Het is ’n lust voor het oog om te zien hoe de vogeltjes, “spelenderwijs” lijkt het, elkaar achterna vliegen en snel wat zaadjes verorberen. Het schouwspel is voor mij van korte duur want na enkele minuten gaan ze er alweer vandoor.
Staartmezen zijn sociale vogels die buiten het broedgebied altijd in groepjes leven. Zij hebben lichte onderdelen en een witte kop met brede zwarte zijkruinstrepen die samenkomen op de donkere rug. Zij hebben een opvallend donkere maar vooral lange staart (langer dan het lijf). De aanzet van de vleugels is roodbruin van kleur. Ook worden er in Nederland regelmatig witkopstaartmezen waargenomen uit Scandinavië en Oost-Europa. In 2010/2011 vond er een invasie plaats van deze ondersoort. Verwarrend kan zijn dat er ook staartmezen zijn met een behoorlijke witte kop, 'witkoppige' staartmezen dus.
Staartmeesjes maken hoge, korte, scherpe en tsjirpende geluiden.
    
Broeden
Broedt van eind maart tot in mei. Heeft één legsel, met meestal 8-12 eieren. Broedduur 12-14 dagen. Staartmezen hebben een prachtig bolvormig nest van korstmossen, dat wordt gemaakt in dichte struwelen. De jongen zitten 18-19 dagen op het nest. Na uitvliegen worden ze zeker nog 2 weken gevoerd.
   
Leefgebied
Staartmezen komen vrij algemeen tot broeden in bossen, parken, landgoederen en tuinen. Voorwaarde is de aanwezigheid van voldoende bomen en struiken, waar ze ook hun voedsel verzamelen. Dit doen zij tot op de allerdunste twijgen.
Op het menu staan allerlei hele kleine insecten, rupsen en in de wintermaanden zaden die zij vinden op de dunste uiteindes van takken.
Vogeltrek
Staartmezen zijn standvogels, er is geen seizoenstrek. Zij blijven altijd in de buurt van de plaats waar ze ter wereld zijn gekomen; in de winter zwerven zij hier tot op enkele kilometers afstand omheen.

Bron: vogelbescherming nl

Hans Vermeulen