Speenkruid

Ficaria verna

In het voorjaar, tijdens het eerste jaar van mijn studie biologie, kwam bij een van de practica een medestudent binnen die bijna dramatisch riep: “.. Het Speenkruid bloeit!!...”.
Omdat ik op dat moment nog geen enkele veldkennis bezat, had ik geen idee waar hij het over had.
Dat is ondertussen wel anders. Nu is bloeiend Speenkruid, naast Klein hoefblad en de gele dotterbloem voor mij het echte begin van het voorjaar.
Een bijzonder plantje, waarvan in de volksgeneeskunst gezegd wordt dat de speentjes (wortelknolletjes) helpen tegen aambeien, oftewel speen . Het zou zelfs nog meer medicinale effecten hebben. Tegenwoordig wordt een extract van de plantjes eigenlijk alleen nog maar als reinigend gezichtswater gebruikt in de schoonheidsverzorging.

speenkruid speenkruid

Botanische tekening speenkruid / Bron: Johann Georg Sturm (Painter: Jacob Sturm), Wikimedia Commons (Publiek domein)

Speenkruid als bodembedekker in een bos. / Bron: Ellywa, Wikimedia Commons (CC BY-SA-3.0)


Daarnaast bevat het plantje veel vitamine C en werd daarom vroeger meegenomen door zeelieden, om op lange zeereizen scheurbuik te voorkomen. Of dat nu zo heel verstandig was weet ik niet, want er wordt ook beschreven dat oudere bladeren een giftige stof bevatten. Met poeder van die bladeren werden vroeger, in de Alpenlanden, pijlpunten ingesmeerd.
Maar ook nu nog worden de bladeren gebruikt. Ze worden verwerkt in salades, maar dan wel voordat het plantje gaat bloeien, omdat tijdens die bloei de al eerdergenoemde gifstoffen gevormd worden.

In dit gidsenweetje gaat over Gewoon speenkruid, Ficaria verna verna. Want, naast Gewoon speenkruid, blijkt er een tweede (onder)soort te bestaan, Vreemd speenkruid Ficaria verna grandiflora, dat van oorsprong niet in Nederland voorkomt .
Gewoon speenkruid heeft een groot verspreidingsgebied, geheel Europa en zelfs tot in midden Azië. Het is vanaf (januari/) februari t/m juli te zien en bloeit vooral in maart /april.
Het is te vinden op moerassige, beschaduwde stikstofhoudende gronden en in natte bosranden en slootkanten.
Speenkruid hoort tot de Ranonkelfamilie. Dat het een boterbloemachtige is, is duidelijk te zien aan de (gele) bloemen, maar het heeft wel bijzondere kenmerken. Zo bevatten de zaden een kiemplant met maar één zaadlob, terwijl het verder toch echt een tweezaadlobbige is.
De plant heeft kruipende stengels en ook wortelstokken met de al eerdergenoemde knolletjes. Daarin wordt het reservevoedsel opgeslagen dat in het daaropvolgende voorjaar gebruikt wordt om opnieuw uit te lopen.
Speenkruid heeft ook nog een heel bijzondere manier van ongeslachtelijke voortplanting. Het vormt broedknollen in de oksels van bladstelen.

speenkruidknolletjes  

Overgenomen van https://www.verspreidingsatlas.nl/2402, met toestemming van de fotograaf, Willem Braam

 

In bepaalde streken van zijn verspreidingsgebied is er zelfs sprake van alleen ongeslachtelijk voorplanting.

Aanvullende bronnen
-    (https://waarneming.nl/soort/stats/18855)
-    http://www.floravannederland.nl/planten/gewoon_speenkruid
-    https://www.verspreidingsatlas.nl/2402#
-    http://www.soortenbank.nl/soorten.php?soortengroep=flora_nl_v2&menuentry...
-    http://www.a-dsl.nl/data_html_internet/speenkruid.html

Jaap van Elst