Segrijnslak

Cornu aspersum
segrijnslakIk liep op Hemelvaartsdag door onze tuin en zag dat er een heleboel slakken tussen de struiken en planten rondkropen. Het viel op dat de Segrijnslakken zeer sterk waren vertegenwoordigd (de naam wist ik pas, nadat ik deze had opgezocht in de basisgids Slakken). Slakken of buikpotigen zijn een klasse uit de stam van de weekdieren.
                                          

De naam buikpotigen is te danken aan de gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, die voor de voortbeweging zorgt.
Wereldwijd zijn er ongeveer 60.000 tot 75.000 verschillende soorten slakken bekend.


Slakken zijn de enige weekdieren die ook op het land leven. De bekendste indeling zijn huisjesslakken en naaktslakken. De Segrijnslak is een huisjesslak. Het slakkenhuis is bol-kegelvormig en is meestal breder dan hoog met een tamelijk stompe kop. De afmetingen van het slakkenhuis zijn: hoogte 35 mm, breedte 40 mm. De slijmerige huid zorgt er bij landbewonende slakken voor dat de dieren niet uitdrogen. De belangrijkste functie van slijm is de voortbeweging, hierdoor wordt de weg geplaveid, waardoor de slak zich gemakkelijk kan voortbewegen.

Levenswijze: 
De Segrijnslakken leven van jonge groene planten of scheuten. Ze zijn vaak

’s nachts actief omdat het dan vochtiger is. Na een regenbui komen ze ook overdag massaal tevoorschijn. In de herfst graven ze zich in een strooisellaag in en sluiten voor overwintering het slakkenhuis met een epifragma (dekseltje van verhard slijm) af.

De Segrijnslak heeft veel natuurlijke vijanden o.a. de mens, ratten, egels, veldmuizen en vogels zoals lijsters en merels. De vogels slaan de huisjes op een steen kapot om zo de slak op te kunnen eten.


Verspreidingsgebied:

De Segrijnslak komt van nature voor in Zuid- en Zuidwest Europa en het mediterrane gebied tot aan de Zwarte Zee. Door de mens is de Segrijnslak vaak onbewust meegenomen met tuinplanten en groenten en hij komt nu voor in heel Europa. Soms vormt deze slak een ware plaag.
 

verspreidingsgebied segrijnslak                                                    


Voortplanting:
De slak is tweeslachtig (hermafrodiet), dat wil zeggen dat een slak zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen heeft. Slechts enkele soorten kunnen zichzelf bevruchten.Het nadeel hierbij is dat er geen genen uitwisseling plaatsvindt. Bij veel soorten is de paring wederzijds en worden beide dieren bevrucht.

De Segrijnslak legt eieren met een diameter van ongeveer 4,5 mm in de zomer. Na 4 weken komen de jongen tevoorschijn. Tijdens de volgende zomer worden deze volwassen. De Segrijnslak kan meer dan 5 jaar oud worden.

 

Bron: Basisgids Slakken / Wikipedia
Foto’s:
Rien van der Woude

Rien van der Woude