Schorzijdebij

Colletes halophilus

schorzijdebijDe Schorzijdebij (Colletes Halophilus) komt in Nederland vooral voor op de schorren van Zeeland, Zuid-Holland, de Waddeneilanden en in kweldergebieden. Dit komt omdat zijn drachtplant de Zulte daar in overvloed aanwezig is. Maar ook Akkermelkdistel en Kleine leeuwentand trekken deze bij aan. De Schorzijdebij heeft een lengte van 12 millimeter en is roodbruin met gele bandringen.

De Schorzijdebij leeft meestal in grote kolonies bij elkaar. De Schorzijdebij maakt nestholletjes in duinzand. Binnen 1 vierkante meter kunnen ze tot wel 560 nestgangen maken. Deze gangen worden behangen met een omhulsel, een wasachtige substantie van speeksel en voedsel. Het heeft een zijdeachtig uiterlijk en is waterafstotend.

De bijen komen rond augustus uit de grond tevoorschijn als hun belangrijkste plant de Zulte begint te bloeien. De mannetjes verschijnen wat eerder dan de vrouwtjes, zodat ze geslachtsrijp zijn als deze uitsluipen. Zodra de vrouwtjes uit de nestholletjes komen worden zij belaagd door de mannetjes.

Na bevruchting beginnen de vrouwtjes direct met graven van een nestgang om daar hun eieren in nestcellen te leggen. In een nest liggen ongeveer 4, soms 5 nestcellen. Samen met wat vloeibare brij voor de larve.

Op de loer liggen broedparasieten Schorviltbij en Gewone viltbij; de Schorviltbij en de Gewone viltbij zijn de Koekoek van de Schorzijdebij. Een broedparasiet is een dier dat zijn eieren in het nest van de andere diersoort legt om zo zelf niet de moeite te hoeven nemen om zijn eigen jongen uit te broeden en/of groot te brengen. De Schorzijdebij heeft een bijzondere manier om zijn broedparasieten om de tuin te leiden. Aan het begin van een nestingang legt de Schorzijdebij eiloze nestcellen. Haar eigen bevruchte eicellen liggen dieper in de gangen.

De vliegtijd van de Schorzijdebij is ongeveer 7 weken, daarna gaan ze dood. De soort blijft in stand door de overwinterende larven.

Bronnen, www.wildebijen.nl, wikipedia

Jolanda Groenenberg