Scholekster

Haematopus ostralegus

scholekster scholekster

(Jonge exemplaren met witte winterband, roze poten, licht oranje snavel met grijze punt)

De Scholekster ofwel Bonte piet is een zeer algemene broedvogel en overwinteraar in Nederland. Sovon houdt het aantal broedparen in 2015 op circa 40.000 (80.000 exemplaren) terwijl de winterpopulatie geschat wordt op ca 180.000 stuks. Iedereen zal de vogel dus wel eens zijn tegengekomen en zijn mooie verschijning op het netvlies hebben.

De aantallen hebben de laatste decennia echter flinke schommelingen gekend. De broedpopulatie groeide van circa 10.000 paar in 1955 naar 50.000 in 1975 en ruim 100.000 in 2000. Nadien is er een duidelijke afname te bespeuren die verklaard wordt uit een slechte voedselsituatie door kokkelvisserij, meer zomerstormen en verruiging van de kwelders. Ook de winterpopulatie haalt het aantal van 260.000 van 40 jaar geleden niet meer. De achteruitgang van de de mosselbanken wordt hiermede in verband gebracht. Nederland blijft echter hét overwinteringsgebied in Europa. De broedpopulatie in Nederland wordt geschat op 30% van het Europese aantal.

In de laatste 50 jaar is het broedgedrag van de Scholekster gewijzid: van kustvogel is de Scholekster ook succesvol weidevogel geworden. Zijn menu wijzigde hier van kokkels en mossels naar wormen en emelten. De snavels van de weidevogels zijn langer dan die van de kustvogels: door het harde zand en de schaaldieren is de slijtage van de snavel hier wezenlijk meer (overigens groeit de snavel per week circa 5 mm).

In de wintermaanden trekken de “weide” Scholeksters naar de kust ( het verschil in snavellengte verdwijnt dan weer) . Grofweg gesteld kan je dan hier “Nederlandse” Scholeksters vinden en “Scandinavische” die hier overwinteren. De jonge (tot hun vierde jaar) kunnen verder wegtrekken naar het zuiden, tot in Afrika, om in het vierde jaar terug te keren en dan te gaan broeden. Wanneer je goed observeert zie je verschillende groepen aan de kust in de winter die niet mengen. De jonge met roze poten en nog een lichtoranje snavel met grijze punt. De oudere met oranje snavel en oranje poten. Alle met een witte winterband om de nek die in de zomer verdwijnt (eerste jaars kunnen deze nog behouden). In het voorjaar wordt de snavel bij de volwassen exemplaren fel oranjerood. Voor de fijnproevers: het zwarte verenpakket bij het vrouwtje heeft een bruine zweem en haar snavel is meetbaar (niet zichtbaar) langer. Als afsluiting het alom bekende geluid: https://www.vogelgeluid.nl/scholekster/

Bronnen: Sovon Vogelatlas, Jonsson Vogels van Europa
Eigen foto

Ad ‘t Hart