Sabelsprinkhaan

Tettigonia viridissima

Groene sabelsprinkhaan 30-40 mm                               
Eind september was ik weer eens aan het werk op de zorgboerderij toen iemand een beest op de deur ontdekte. Nou hebben beesten altijd al mijn belangstelling gehad dus ging ik me er gelijk mee bemoeien. Iedereen stond vol bewondering naar dit groene insect te kijken, maar niemand kwam op de naam. Verder dan een spin of kever kwam men niet. Dit deed mij weer beseffen hoever de mensen tegenwoordig van de natuur af staan. Helaas! Want dit toch wel vrij grote groene insect met midden op de rug een bruine streep, grote voelsprieten (net zo lang als het lichaam) en spring-achterpoten, vleugels en een opvallend sabelachtig iets onder aan het achterlijf, was duidelijk een sabelsprinkhaan.

Door deze “sabel” wist ik dat het een vrouwtje was. Het is nl. geen angel, maar een legbuis. Wat een pracht waarneming toch en iedereen was onder de indruk van de mooie groene kleur, maar – ondanks mijn uitleg - toch ook nog wel bang voor de legboor. Het zijn goede springers, maar echt vliegen doen ze nooit meer dan een tiental meters. Het mannetje gebruikt de voorvleugels vooral om te tsjirpen. Op zomerse dagen van 3 uur ’s middags tot 3 uur ’s nachts. Van dit vrij harde geluid krijg ik altijd het warme vakantiegevoel.

Ze leven meestal tussen het gebladerte van bomen en struiken, want ze houden niet erg van zonnehitte. Dit in tegenstelling tot de veldsprinkhaan, die graag in het zonnetje zit. Het geluid van de man dient om vrouwtjes te lokken. Ieder soort heeft zelfs zijn eigen zang. Als het vrouwtje wil paren sjirpt ze ook. Na de paring zet het vrouwtje rond september de eitjes één voor één af door met de legboor (ovipositor) in schorsspleten of bodem te duwen en dan een eitje af te zetten. De nimfen komen echter pas in de lente uit het ei en blijven tot de eerste vervelling in lagere begroeiing, want ze hebben nog geen vleugels. Die verschijnen pas bij de volgende vervellingen. Rond eind juni, begin juli zijn ze volwassen en leven dan in de bomen en hogere planten om beter te kunnen jagen op andere insecten.

De prooi wordt met de stekelige voorpoten gegrepen en door de sterke kaken in stukjes geknipte en opgegeten. En soms eten ze ook wel planten en worden daardoor vaak als schadelijk insect gezien, terwijl ze juist door het eten van andere insecten erg nuttig zijn. Zelf worden ze gegeten door vogels en is ook de mens een grote vijand van ze. Ze zijn goed gecamoufleerd, lopen liever dan dat ze springen of vliegen, zijn zeer algemeen en de gehooringang zit in de voorpoten. Al met al een leuk en interessant insect dus, dat we beter niet kunnen vangen want de achterpoten zijn zeer breekbaar en ze kunnen dan wel niet steken, maar wel bijten.

Toen ik laatst in de tuin gewerkt had en daarna onder de douche stond zag ik in de douchebak iets groens zitten. Zonder bril zie ik niet echt scherp meer en door een eerdere ervaring met het oprapen van iets zwarts van de vloer, dat me meteen venijnig beet, ben ik een stuk voorzichtiger geworden. Gelukkig maar, want het groene beestje bleek een echte sabelsprinkhaan te zijn. En van vriend Wim weet ik dat ze heel gemeen kunnen bijten. Maar wees gerust ik heb het beestje gepakt met een doekje en buiten los gelaten. Want elk dier heeft recht op leven en zo is het maar net!

Gerda Hos