Rozengal, Mosgal of Slaapgal

Diplolepis rosae

galEen bloem? Een vrucht?
Soms kun je op (wilde) rozen, zoals de Egelantier (Rosa rubiginosa), de Rimpelroos (Rosa rugosa) of de Hondsroos (Rosa canina) een stekelige bal zien zitten. Zeker wanneer je deze prachtige oranje-rode pluizenbol voor de eerste keer ontdekt, kan je je door de natuur volkomen verrast voelen. Wat is het? Een bloem? Een vrucht? Nee. Maar wat dan wel? Het is een gal.

Bovenstaande foto is genomen in de Duinen van Voorne op de Schapenwei op een prachtige nazomerse dag in 2009. 

Wat is een gal?
Een gal is een abnormale groei die door een gastheer wordt geproduceerd in reactie op de aanwezigheid van een ander organisme. Als deze gastheer een plant is spreken wij van plantengallen. De gal kan worden veroorzaakt door dieren, maar ook door planten of schimmels. De meest bekende gallen worden veroorzaakt door muggen, wespen, mijten of schimmels.

rozengalwespDe gal waar het hier om gaat is een vergroeiing van een rozenstruik, veroorzaakt door de Rozengalwesp (Diplolepis rosae). Deze maakt een beschadiging ergens op de plant, legt haar eitjes, spuit een stofje in waardoor op die plek van de rozenstruik een vreemdgevormde woekering ontstaat: de gal. Deze dient dan als woning voor de larven van de galwesp. De rozenstruik noemen we dan de waardplant voor deze wespensoort.

Verschillende soorten
Er zijn zes diplolepis-galsoorten in Nederland, ze komen alle zes op roosachtigen voor. Ze hebben verschillende vormen en kleuren en zitten op allerlei plekken: op de (pas uitgelopen) takken en bladeren, op de bladsteel of op de kelk- en bloem-bladeren en zelfs wel op de meeldraden. In de laatse gevallen blijven ze dan heel klein en meestal eenkamerig. Er zijn harige, kale, knobbelige en gestekelde gallen bij.

Beschrijving van de gallen
Zoals op de foto’s is te zien is deze gallensoort bolvormig en geheel bedekt met lange, vertakte, haarachtige, rood-oranje, of groenkleurige aanhangsels van enkele milimeters tot enkele centimeters lang. Grotere gallen bestaan vaak uit meerdere bollen die tot een gal zijn samengegroeid.

Binnenin bevinden zich kleine met elkaar vergroeide kamertjes met een harde wand, elk met een larve. Op de vraag of de larve (en dus ook de uitvliegende wesp) ook altijd van de oorspronkelijke gallenmaker is, moet geen geld worden gezet. Sommige wespensoorten maken graag gebruik van andermans werk.

Op onderstaande foto’s, die zijn gemaakt van een in de winter van 2009/2010 gevonden Rozengal, lijkt aan de buitenkant alle kleur en leven verdwenen. Wat rafelige bruinige resten van de eerder weelderig kleurende aanhangsels. Een klein gaatje doet vermoeden dat er al wespen zijn uitgevlogen (foto links). 

gallenWonderschoon bouwwerk
Bij nader onderzoek en onder een microscoop bekeken, treffen we aan de binnenkant van de gal (tenminste 8) kamertjes aan (foto midden), waarvan enkelen nog gevuld met zich nog ontwikkelende larven (foto rechts). De wand van de gal is stevig en heeft aan de binnenkant een op kurk lijkende structuur. De dikte varieert van
tenminste 3, tot hier en daar bijna 10 milimeter. Een licht, wonderlijk en wondermooi bouwwerk met in menselijke termen: een duidelijk groen A-label als het gaat om: isolerend vermogen, duurzaamheid, mogelijkheden voor hergebruik of recycling.


Een waar gebeurd verhaal:
Met enige schroom ‘plukte’ ik enkele gallen.

Met enige voorzichtigheid stopte ik ze in mijn zak.
Met enig risico sneed ik ze doormidden.
Met enige nieuwsgierigheid legde ik ze onder mijn microscoop.

larveMet grote verbazing en bewondering heb ik nog dagenlang genoten van zoveel onbekends en zoveel vernuft. Ik prijs me gelukkig dat ik wel nooit alles van de natuur zal kunnen begrijpen.

Gerrit Molengraaf