Rijp

rijpNa lange, saaie, grijze dagen is er ineens een weersomslag. Je merkt het gelijk bij het opstaan: het is lichter, het wolkendek is minder gesloten. En het is kouder en dat zie je, want alle planten hebben een mooi wit laagje gekregen: rijp.

Je weet, dit is een dag om naar buiten te gaan en te genieten van het licht en de mooi aangezette vormen van allerlei struiken, planten en grasjes. Niet te lang wachten, want als de zon echt gaat schijnen smelten alle ijsdruppeltjes snel weg.

Want dat is rijp: een witte aanslag onder andere op gras, takjes, struiken, hekken en hout. Voorwerpen die snel warmte verliezen door uitstraling naar de lucht. Met name een heldere vriezende lucht. Wanneer de temperatuur onder het vriespunt komt gaat de waterdamp over in ijskristallen. Rijp heeft een kristallijne structuur, meestal in de vorm van naalden, schubben, waaiers of veren, afhankelijk van de vochtigheid van de lucht, de temperatuur, de warmtecapaciteit en warmtegeleiding van het voorwerp en de temperatuur en beweging van de lucht. Rijp kan ook ontstaan door capillaire werking, vooral in het geval van planten of grond. In dit geval onttrekt een ijskristal water uit kleine kanaaltjes, waardoor het ijskristal van binnenuit aangroeit.

Planten vinden het natuurlijk niet leuk als het water in hun takken of bladeren bevriest, of als er zich daar ijskristallen gaan vormen. Vorming van die scherpe kristallen beschadigt de cellen zo sterk dat ze meestal afsterven. De meeste planten besluiten dan ook voor de winter om de bovengrondse delen af te sluiten en volgend jaar weer opnieuw te beginnen. Of ze gaan in rust en remmen hun groei zodat ze minder water nodig hebben. De plant verhoogt de concentratie van voedingsstoffen zoals suikers en kalium in zijn cellen. Dit werkt als een natuurlijke antivries. Het vriespunt van het water in de plant wordt verlaagd, zodat de plant nét dat beetje extra kou kan verdragen. U kunt het vergelijken met zeewater. Door de hoge concentratie zout in zeewater bevriest dit water niet bij 0°C maar pas bij -2°C.

Maar soms ligt dat wat moeilijker, bijvoorbeeld bij bomen. Als een deel van een tak dreigt te bevriezen wordt er door de plant water uit dat stuk gepompt. De concentratie van opgeloste stoffen stijgt dan en de temperatuur waarbij de tak bevriest daalt! Veel planten en groenblijvende struiken laten hun bladeren slap hangen, omdat ze het water eruit hebben gepompt. Na de vorst leven die weer op. Andere planten maken suikers aan, ze gebruiken zetmeel uit hun bollen of wortels als grondstof voor die suikers. Die laatste strategie maakt planten zoeter. Over sommige groenten moet daarom de vorst heengaan, voor ze op smaak zijn. Boerenkool en spruitjes zijn bekende voorbeelden en sleedoornpruimen smaken minder wrang na vorst.

Bronnen:
Wikipedia

Koos Dijksterhuis- Trouw
wetenschap.infonu.nl
Foto : Marian Klok

Marian Klok