Reuzenberenklauw

Heracleum mantegazzianum

 

reuzenberenklauw                                                                          

De Reuzenberenklauw is de grote broer van de Gewone berenklauw, een algemeen voorkomende en inheemse plant in Nederland. De Reuzenberenklauw is echter niet inheems: hij is in de 19e eeuw vanuit de Kaukasus als tuinplant in Europa geïntroduceerd.

Het is een plant uit de familie van de schermbloemigen. Het is een erg grote plant van soms wel 3,5 meter hoog, met grote witte bloemschermen en grote handlobbige bladeren. Er zitten roodachtige vlekken op de stengels.

Reuzenberenklauw bloeit van juni tot ver in de herfst langs autowegen, spoorwegen, voetpaden en in het bos. Als hij uitgebloeid is, sterft hij af. Hij is een meerjarige plant met winterknoppen op of iets onder de grond. Op de wortel groeit het volgende jaar een nieuwe plant. De plant houdt van verstoorde, voedselrijke grond, is eenhuizig en tweeslachtig. De verspreiding van de plant gebeurt voor 80% via bestuiving door insecten.

De Reuzenberenklauw is niet giftig bij inname; het gevaar zit in het aanraken van de plant, vooral in combinatie met zonlicht. Brandharen en sappen veroorzaken irritaties aan de huid. Je merkt er vaak eerst niets van, maar later voelt het als jeukende plekken. Na enige uren kunnen deze plekken zich ontwikkelen tot grote blaren. Deze blaren zien eruit als ernstige brandwonden en genezen pas na 1 of 2 weken. De sappen maken de huid overgevoelig voor zonlicht, dus blijf na aanraking uit de zon.

Een vijand van de Reuzenberenklauw is het schaap. Het schaap is resistent voor het gif van de plant. Echter de wortel eten ze niet op, waardoor de Reuzenberenklauw net weer niet volledig verwoest wordt. In de landen waar de plant oorspronkelijk vandaan komt blijkt een combinatie van een soort aaltje en een soort kever de plant onder controle te houden. Het aaltje belaagt de wortels van de plant, de kever de bovengrondse delen.

In de winter worden de dode, holle bloeistengels door insecten en spinnen gebruikt als overwinteringsplaats. De mezen weten dit en hakken de stengels in de vorstperiodes open op zoek naar voedsel.

De lange gedroogde stengels met bloemschermen worden ook wel eens gebruikt in droogboeketten of als decoratie binnen.

Bronnen: Wikipedia, plantaardigheden.nl, Flora van Nederland.
Marjolein van Oosten