Parnassia

Parnassia palustris

parnassiaEen van de plaatsen in Voornes duin waar je de Parnassia kunt aantreffen is op het Parnassiavlak, de kunstmatig gevormde duinvallei bij de dam die het Oostvoornse meer afsluit van de zee. De Parnassia houdt van de vochtige kalkbevattende, zandige bodems van duinvalleien en is daarom op meerdere plaatsen in de Voornse duinen, die aan deze voorwaarden voldoen, te vinden. Volgens de boeken staat de plant op de rode lijst. Maar hier in de duinen is hij vaak in grote aantallen te vinden. Zo heb ik ook een groot aantal Parnassia’s gezien langs het fietspad rondom het Oostvoornse meer, ter hoogte van slag Baardmannetje.

Parnassia is genoemd naar de Griekse berg Parnassus. Deze berg was in de Griekse mythologie gewijd aan de god Apollo en stond bekend als de verblijfplaats van de muzen (godinnen van de kunsten), lieftallige wezens van gratie en schoonheid.
Palustris betekent: van het moeras.

Parnassia, vroeger ook wel parnaskruid genoemd, behoort tegenwoordig tot de kardinaalsmutsfamilie (voorheen tot de steenbreekfamilie). Parnassia is een overblijvende, in polletjes groeiende plant van 15 tot 30 cm hoog.

De kroonbladen van de Parnassia zijn roomwit en hebben zachtgroene nerven. Als je in de bloem kijkt vallen de goudkleurige druppels op. Vooral vliegen bezoeken de Parnassia en ze laten zich lokken door deze glinsterende druppels. Ze zijn eerst groen van kleur en later geel/goud. Ze zijn voor een insect heel aantrekkelijk, want het geeft de indruk dat er veel nectar te halen valt. De druppels zijn echter schijnhoningklieren; ze staan op een vervormde, onvruchtbare meeldraad, staminodium genoemd.

Aan de voet van de vijf staminodia is -gelukkig voor het bezoekende insect- wel een klein beetje nectar te vinden. De periode waarin Parnassia’s bloeien loopt van juli tot september.

Het is de bloem natuurlijk te doen om een goede bestuiving. Daarvoor zijn de echte meeldraden aan zet; de vijf meeldraden staan om en om met de staminodia ingeplant op de bloembodem. Bij Parnassia gaat het om kruisbestuiving, waarbij de plant op een bijzondere manier heeft geregeld dat er geen zelfbestuiving kan plaatsvinden.

parnassia parnassia

De vijf vruchtbare meeldraden met hun spierwitte helmhokjes liggen in het onrijpe stadium om het vruchtbeginsel. Wanneer de bloem opengaat wordt de eerste meeldraad rijp, verlengt zich en vouwt zich naar buiten. De volgende dag is de tweede meeldraad aan de beurt, de derde meeldraad op de derde dag enzovoort. Zo richten de meeldraden zich in vijf dagen als een ster naar buiten. Het is dus precies te zien hoe lang de bloem open is en bloeit.

Als alle meeldraden hun taak hebben verricht is het de beurt aan de stamper om zijn vier stempels uit te spreiden en bezoekers te ontvangen die stuifmeel van andere bloemen meebrengen. Na bevruchting ontstaat een vierhokkige doosvrucht met daarin duizenden zaden.

Het zaad van de Parnassia is zo fijn als stof en wordt door de wind over hele grote afstanden vervoerd. Om aan te geven hoe fijn dat zaad is: er gaan 3300 zaden in één gram!
Voordat het zaad kan ontkiemen moet het eerst bevroren zijn geweest.

Net als vele andere planten kende men vroeger ook aan Parnassia een geneeskrachtige werking toe. De plant werd gebruikt bij leverkwalen en een aftreksel van de bladeren in wijn of water zou kalmerend werken op de maag en nierstenen kunnen verwijderen.

Bronnen:
Wikipedia
dierennatuur.nl
floravannederland.nl

Herma Enthoven